Zon & Zeer – Uitvaart

door Harrie Lemmens


Door het donkergure herfstweer aangezet tot sombere gedachten over de korte duur van ons bestaan en de vele grauwe dagen die dat vullen, reed ik op de linkerrijstrook van de Brusselse ring noordwaarts toen ik rechts van mij een auto zag die uit mijn overpeinzingen leek te zijn voortgekomen: een statig grijze lijkwagen met verlossend kruisbeeld die rustig voortgleed over het asfalt. Toen ik hem inhaalde, zag ik waar die rust door werd bepaald: de chauffeur (met pet) was levendig aan het whatsappen. O, dacht ik, die denkt zeker dat hij zijn finale bedje toch al gespreid in de achterbak heeft, vandaar dat hij zo speelt met zijn leven. Of speelt hij met de stoffelijke resten van een verscheiden leven dat hij naar zijn laatste rustplaats moet brengen?

Vijf minuten later – nu reed ik op de middenstrook – scheurde de Thanatosknecht met doodsverachting links langs me heen. Moet hij met zijn ontzielde man of vrouw de uitvaartdienst halen of verlangt hij naar zijn eigen requiemmis, dacht ik nu. En schrok: hij was amper voorbij of een tweede kerkhoflimousine vloog langs mijn zijraam, met achter het stuur een verbeten turende collega-croquemort. Alsof Max Verstappen en Lewis Hamilton van professie waren veranderd maar het niet konden laten de goden ook buiten hun beveiligde circuit te tarten. Spoedbezorgers van de dood. Ze raceten op het viaduct af alsof het de brug over de Styx was. Waarom in godsnaam deze duivelse haast? De zweep van de werkdruk op flexwerkers van de laatste adem? Of een moordende concurrentieslag tussen zzp’ers: wie het eerst komt het eerst maalt? 

En ineens schoot me het verhaal van de taxichauffeur uit Recife te binnen dat ik heb opgetekend in mijn boek God is een Braziliaan. Over de vermeende treurigheid van het vak van begrafenisondernemer en de verborgen vreugde ervan:

De een zijn dood is de ander zijn brood, u kent het wel. Nou, dat geldt letterlijk voor begrafenisondernemers. Als zo iemand zijn rekeningen niet kan betalen, bidt hij tot God om iemand dood te laten gaan, dan kan hij weer een kist verkopen. Kijk, als een bus verongelukt en er zijn twintig doden, dan is dat een desgraça, een ramp, voor de familie en vrienden, maar de doodgraver wrijft zich in de handen en denkt: ha, ik kan twintig doodkisten kwijt. En hij belt zijn vrouw en zegt: “We gaan uit eten vanavond want we hebben iets te vieren.” Iedereen denkt: wie wil er nou in godsnaam begrafenisondernemer worden? Maar ja, als je dan ziet hoe goed je kunt leven van de dood…’

Doem-me a cabeça e o universo.
Mijn hoofd en de wereld doen zeer.
Fernando Pessoa 

Um novo sol já vai raiar.
Een nieuwe zon zal stralen.
Vinicius de Moraes

Foto Ana Carvalho

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*


Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.