Wonderbok – Bode inspiratório (4)

Vooraf, door vertaler Jos van den Hoogen.

Zoals in veel landen besteedden ook in Portugal schrijvers aandacht aan de pandemie. In 2020 ontstond zo het omvangrijke project Bode Inspiratório, geïnitieerd door Ana Margarida de Carvalho, waarin 46 Portugese schrijvers gedurende 46 dagen elk een vervolghoofdstuk schreven van een feuilleton, voortbordurend op het hoofdstuk van hun voorganger. Het geheel geeft, ook al door de grote stijlverschillen en verhaalsprongen een beklemmend beeld van een periode van onzekerheid, angst en sociaal isolement. De hoofdstukken zijn vertaald naar het Engels, Catalaans, Frans, Duits, Italiaans en ook het Nederlands, door Jos van den Hoogen. De afgelopen weken hebt u hier de eerste drie hoofdstukken van Wonderbok, zoals de Nederlandse titel luidt, kunnen lezen. Het hele boek is inmiddels verschenen in het Portugees en het Engels. Hoofdstuk 1 kunt u hier lezen, hoofdstuk 2 hier en hoofdstuk 3 hier. Vandaag het vierde, en (althans in Zuca-Magazine) laatste, hoofdstuk.

Hoofdstuk 4 – De stem

Door Ana Luísa Amaral

Maar zij had geen vernieuwende formules die revoluties teweeg zouden kunnen brengen. Ze had alleen maar woorden. En daarom sprak ze. Eerst zacht en langzaam, en dan, naarmate haar schuchterheid verdween, luider. Ze was zich bewust van de spanning in haar stem.

‘Maar heeft het zin om te bespreken wie het project leidt? En wat maakt het uit wie het apparaat heeft uitgevonden, als we niet eens weten wat er daadwerkelijk zal gebeuren als het wordt ingeschakeld?

Er viel een stilte om haar heen. Ricardo, zijn hand (al gehuld in een handschoen) op de deurknop aan de achterkant van de galerij, zijn lichaam enigszins voorovergebogen, als een hardloper die klaar staat voor het startschot en in gedachten al anticipeert op de vreugde van het passeren van de eindstreep, hoorde haar en stopte. Cacilda, gebogen over de tafel met haar vingers nog op het document dat bewees dat zíj de directeur van het project was, hield haar handen en haar blik stil. Iedereen zweeg. En Teresa ging door met praten. Je hoorde geen autoriteit in haar stem, maar een bepaald soort gezag. Geen gezag zonder vrijheid, maar een goedhartig gezag dat mensen doordringt en verenigt en beter maakt. Zoals grootvader had gezegd in zijn brief. De stem van Teresa was haar stem, maar deels had ze die geërfd van haar grootvader en van het verhaal dat hij vertelde over het binnenlaten van zijn buurvrouw en de steun die hij haar gaf bij het sterven en over de schemering die zacht neerdaalde over de wereld.  En over de bomen. Daarover had grootvader niet gesproken in zijn brief, maar zij wist en ze wisten allemaal dat die weer blaadjes kregen of in bloei stonden. En over de vogels, de zee, de dieren. En over de mensen die alleen ´s nachts hun huizen konden verlaten, omdat het zonlicht, voorheen zegening en voedingsbron voor gezondheid en vrede voor de mensen, de dreiging veroorzaakte en een mysterieuze angstaanjagende chemische reactie teweeg bracht. ´s Nachts was dat minder, maar ook dan was voorzichtigheid geboden, want na een hete dag konden alle warme oppervlaktes besmet zijn. Met een stem die meer en meer versmolt met die van haar grootvader, die stem die dertig jaar eerder had gesproken en later op het briefpapier had doorgeleefd, bracht Teresa nog alle daklozen in herinnering die waren gestorven of die gedwongen waren om overdag hun toevlucht te zoeken in holen die waren uitgegraven in de aarde, en waaruit ze alleen tevoorschijn kwamen als de zon onderging en de duisternis neerdaalde. De argeloze lezer zou nu kunnen denken dat de woorden van Teresa het gewenste effect hadden gesorteerd, dus dat die wetenschappers die zich rond de tafel hadden verzameld, waren geraakt door haar woorden en haar stem. Of dat Cacilda geëmotioneerd zou zijn en herinnerd zou worden aan tijden vol licht, aan de keren dat zij op haar motor over secundaire wegen had gereden omzoomd door met bloemen bezaaide velden, met Ricardo achterop, zijn armen om haar heen, Ricardo, die Cacilda in die dagen van dromerige verliefdheid, aansprak met Rick, op een speelse liefdevolle toon. De onschuldige lezer (of lezeres) zou zich kunnen voorstellen dat de stem en de woorden van Teresa Ricardo hadden teruggevoerd naar de collegezalen van de faculteit en de laboratoria, naar de momenten met echt zonlicht, dat je kon zien en voelen, met Cacilda aan zijn zijde, allebei aan het werk, terwijl hun handen elkaar af en toe raakten, hun glimlach. 

Dat zou de goedgelovige lezer allemaal kunnen denken. Maar dan vergiste hij zich, helaas.

Foto Ana Carvalho

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.