Mozambique (8) – Eduardo White

Eduardo White, nummer acht in onze Mozambique-reeks, werd in 1963 geboren in Quelimane, een havenstad halverwege de kustlijn. Zijn moeder was Portugese, zijn vader Engelsman. Hij schreef gedichten en verhalen en won verscheidene literaire prijzen, waaronder, in 2013, de Prémio Literário Glória de Sant’Anna. Ook was hij de oprichter van het poëzietijdschrift Charrua, dat in de jaren tachtig acht nummers lang een platform bood aan een nieuwe generatie dichters, die zich afkeerde van het pamfletachtige karakter van de dichtkunst en terug wilde naar de puurheid van de taal. Hij overleed in 2014 aan meningitis in Maputo.

Het woord

Het woord wordt nieuw in een gedicht.
Het krijgt kleur,
krijgt body,
krijgt een boodschap.

Het woord in een gedicht is niet statisch,
het glijdt in volle naaktheid naar 
de perfectie,
de eeuwige beweging
van het onbekende dat het verzacht.

Het gerijpte woord is een feest.
Het zingt.
Het leeft.
En ademt. Om dat te bereiken
volstaat 
een bedachtzame hand die het bewerkt,
het de diepte van noodzaak
en betekenis geeft
en het dier dat er onbevreesd in slaapt
over de rug streelt.

Het woord is een
trekvogel,
de steel van een hak,
een geweer, een draaibank,
het woord is een wond die bloedt,
een mes dat doodt,
een droom die verdampt, visioen van een ziener.

Het woord is zo dikwijls 
een heldere dag, een
zweem van een landschap
en daarom geeft een
goede dichter zich
met zijn dromen,
zijn spookbeelden,
zijn angsten
en zijn moed,
volledig aan het woord,
want in het woord zit zo vaak,
verloren of verborgen,
die ander die in de dichter woont.

A palavra

A palavra renova-se no poema.
Ganha cor,
ganha corpo,
ganha mensagem.

A palavra no poema não é estática,
pois, inteira e nua se assume
no perfeito,
no perpétuo movimento
da incógnita que a adoça.

A palavra madura é espetáculo.
Canta.
Vive.
E respira. Para tudo isso
basta
uma mão inteligente que a trabalhe,
lhe dê a dimensão do necessário
e do sentido
e lhe amaine sobre o dorso
o animal que nela dorme destemido.

A palavra é ave
migratória,
é cabo de enxada,
é fuzil, é torno de operário,
a palavra é ferida que sangra,
é navalha que mata,
é sonho que se dissipa,
visão de vidente.

A palavra é assim tantas vezes
dia claro
sinal de paisagem
e por isso é que à palavra se dá,
inteiramente,
um bom poeta
com os seus sonhos,
com os seus fantasmas,
com os seus medos
e as suas coragens,
porque é na palavra que muitas vezes está,
perdido ou escondido,
o outro homem que no poeta reside.

Vertaling Harrie Lemmens
Foto Ana Carvalho

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.