Wonderbok – Bode inspiratório (2)

Vooraf, door vertaler Jos van den Hoogen.

Zoals in veel landen besteedden ook in Portugal schrijvers aandacht aan de pandemie. In 2020 ontstond zo het omvangrijke project Bode Inspiratório, geïnitieerd door Ana Margarida de Carvalho, waarin 46 Portugese schrijvers gedurende 46 dagen elk een vervolghoofdstuk schreven van een feuilleton, voortbordurend op het hoofdstuk van hun voorganger. Het geheel geeft, ook al door de grote stijlverschillen en verhaalsprongen een beklemmend beeld van een periode van onzekerheid, angst en sociaal isolement. De hoofdstukken zijn vertaald naar het Engels, Catalaans, Frans, Duits, Italiaans en ook het Nederlands, door Jos van den Hoogen. In de komende weken volgen hier de eerste vier hoofdstukken van Wonderbok, zoals de Nederlandse titel luidt. Het hele boek is inmiddels verschenen in het Portugees en het Engels. Hoofdstuk 1 kunt u hier lezen.

Hoofdstuk 2 – Leiderswisseling

Door Inês Pedrosa

‘Ja, natuurlijk!’ haastte Rogério zich dolenthousiast uit te roepen. ‘Ik wed dat dit apparaat de definitieve uitkomst is van het grandioze project waaraan wij de eer hebben gehad te werken onder uw uitstekende leiding, professor!’

Een zwarte wolk vleermuizen dook op uit de grot, fladderend in cirkels, alsof ze protesteerden tegen die kruiperige opmerking. De wetenschappers schrokken wetenschappelijk, dat wil zeggen door zich klein te maken en hun hoofd met hun handen te bedekken. Een fragiel mannetje met een ronde bril kondigde op zijn kop krabbend energiek aan: ‘Vooruit! Ik heb net materiaal verzameld waarvan mijn hoofd nog gloeit!’

Die eschatologische opmerking negerend, beantwoordde Ricardo de loftuiting: ‘Precies, m´n beste. Met dit apparaat zou, om te beginnen, het fenomeen waarvan we zojuist getuige waren, zich niet hebben voorgedaan  en onze aanwezigheid zou niet worden gedetecteerd. Laten we naar de machine gaan!’

Cacilda gooide haar golvende haar naar achter, stapte op de professor af en verklaarde: ‘Ja, oké. Maar vanaf nu voer ik het woord.’

‘Wat?’

‘Ja, zoals je weet, heb ík dit apparaat uitgevonden. Ik heb mijn benoeming bij me. Vanaf nu ligt de leiding van dit project bij mij… Rick.’

Dit zeggend, ritste Cacilda een borstzakje open en trok er een document uit dat ze op de tafel gooide.

Ricardo pakte het papier met trillende vingers op, terwijl Lúcia een lach onderdrukte alsof ze de vrolijke knal van een champagnefles smoorde.

‘Tja. Ze verdienen me niet. Dit is nou precies waarom het allemaal niet opschiet in dit land. Totaal verziekt,’  mompelde de professor en verliet de zaal.

Rogério sprong gedienstig op: ‘Zal ik u helpen het apparaat aan te zetten, mevrouw? Of wilt u eerst een kopje koffie of een glas water? U zult wel moe zijn.’

‘Goed idee. Doe maar koffie. En jij, Lúcia, luister. Jij wordt mijn rechterhand, ik reken op je. We gaan eindelijk resultaat boeken. Deze grot wordt het begin van een nieuwe wereld.’

‘Ik hoop het, professor, want de oude heeft zijn beste tijd gehad. Dank u voor uw vertrouwen. Zal ik u het team voorstellen?’

‘Nee, Lúcia, ik heb liever dat iedereen dat zelf doet. Aan de manier waarop mensen vertellen wat ze doen, zie je namelijk meteen hoe ze zijn. In het algemeen, hoe meer retoriek, hoe minder wetenschap. En we hebben geen tijd te verliezen. Waar blijft die vent van de definitieve uitkomst trouwens met zijn koffie?’

Er daalde een Bijbelse stilte neer in de grot: overdonderd door die paleisrevolutie bleven sommigen verstijfd staan terwijl anderen niet wisten hoe hard ze moesten hollen om een wit voetje te halen bij de nieuwe heerseres over deze spelonk van kennis en wijsheid.

In het kantoor ernaast mompelde Ricardo, terwijl hij zijn lades uitruimde en het papierwerk in zijn tas stopte: ‘De kous is hier niet mee af, o nee. Wacht maar, vuile slet! Ik stap naar de minister! Die is van mijn loge, en dat weet zij niet. Die wijven willen hypermodern zijn, iedereen gelijk, alle vrijheid, maar een kerel met karakter die niet van hen afhankelijk is, daar zijn ze niet tegen opgewassen.’

Toen zag hij een jonge vrouw met opgebonden haar en gezwollen ogen in de deuropening staan, die snikkend vroeg: ‘Professor, als u me niet meer nodig heeft, kan ik dan gaan?’

‘Ricardo. Iedereen noemt me Ricardo, Teresa. En ik ga met je mee.’

Foto Ana Carvalho

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.