Zon & Zeer – Tweemaal netjes

Door Harrie Lemmens

Toen wij begin juli in Berlijn even op bezoek waren bij de aldaar wonende Braziliaanse dichter Ricardo Domeneck, was hij druk in de weer met zijn groots opgezette bloemlezing van queer / homoseksuele / gay (doorhalen wat u niet toegepast wenst) poëzie. De discussie rond wie Gorman mocht / kon / moest (idem) vertalen woedde nog, ook in de Duitse hoofdstad, en Ricardo vroeg ons of wij een adequate – lees ‘queer’ – vertaler uit het Nederlands in het Portugees kenden. Niet dat het hem persoonlijk iets kon schelen wie wat vertaalt, ook al behoort hij zelf tot de categorie dichters uit zijn boek, maar hij wilde voorkomen dat dat beoordeeld zou worden op factoren die niets met de kwaliteit van de gedichten te maken hadden. We konden hem

 (helaas) 

alleen maar gelijk geven en toverden een vertaler voor hem uit onze kennissenhoed.

Eind september legden we de laatste hand aan Ik heb de tijd op je naam laten vallen, onze kleine tweetalige anthologie van vrouwenpoëzie uit Portugal, gedichten dus van Portugese vrouwen. Van de zestiende tot de eenentwintigste eeuw. Eenendertig dichters / dichteressen, poetas / poetisas, die elk vier bladzijden toebedeeld kregen. Het woord ‘vrouwenpoëzie’ uit de ondertitel was behalve als aanduiding ter verduidelijking ook bedoeld als eerbetoon. Mooi dus, dachten wij, zo hoort het.

Helaas.

Toen dat omslag verspreid werd via de media, kreeg de uitgever ogenblikkelijk door oppassende monden toegebitst dat dit stigmatiserend en beledigend was: je spreekt toch ook niet van ‘mannenpoëzie’? Nu denk ik dat je je als taalbewust activist vooral moet richten tegen aanduidingen die niet sporen met de inhoud, dus eisen dat er op het omslag van een bundel uitsluitend door mannen geschreven gedichten ook vermeld wordt dat het om door mannen geschreven gedichten gaat, dus ‘mannengedichten uit Portugal’, om in onze niche te blijven, en denk ik ook dat het getuigt van een kwaadwillige kronkel in de hersenen als je het woord vrouwen in de verbinding ‘vrouwenpoëzie’ niet formeel-grammaticaal beschouwt als een genitief, dus ‘van vrouwen’, maar als een ideologisch-inhoudelijke kwalificatie, dus als een poëzie die zich onderscheidt van door mannen geschreven poëzie, die – uiteraard en kwaadaardig fout – als de standaard, de norm wordt gezien.

Omdat we echter net als Ricardo Domeneck praktisch denken en onze bundel willen verkopen, en omdat we de quaaysten nog niet zijn, besloten we politiek te handelen en wijwater in onze wijn te doen: we schrapten het woord ‘vrouwen’ uit de ondertitel en voegden op het achterplat toe: ‘vrouwenstemmen uit vijf eeuwen’, zodat de geïnteresseerde lezers in de boekhandel de bundel slechts hoefden om te draaien om te weten wat ze vervolgens, juist omdat het om genoemde poëzie ging, van vrouwen dus, oftewel vrouwenpoëzie, blij verrukt zouden aanschaffen.

Maar helaas.

Toen we voor het maken van de nodige reclame een affiche wilden laten drukken van het omslag, stelden we vast dat het door het schrappen van het woord ‘vrouwen’ niet meer duidelijk was om wat voor poëzie het bij deze voortreffelijke bloemlezing gaat.

Wat nu?

Terwijl wij daarover nadenken, kunt u in afwachting van ons salomonsoordeel alvast het eerste kwatrijn van het in de bundel opgenomen sonnet ‘Ik’ van Flobela Espanca lezen, dat we eveneens op de achterflap van Ik heb de tijd op je naam laten vallen hebben gezet:

Ik was altijd iemand die zich niet doorziet.
Ik dacht dat ik het was maar nee, ik was
degene niet die ik zo klaar als glas
beschreven had in menig vers en lied

Doem-me a cabeça e o universo.
Mijn hoofd en de wereld doen zeer.
Fernando Pessoa 

Um novo sol já vai raiar.
Een nieuwe zon zal stralen.
Vinicius de Moraes

Foto Ana Carvalho

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.