Zon & Zeer – Vogels

Door Harrie Lemmens

Toen ik, zoals zo vaak ’s morgens vroeg, op mijn donkergroene Orbita Estoril het stadspark van Porto in draaide, werd ik verwelkomd door een bontgekleurde haan, die me luidkeels liet weten dat de dag begonnen was. Dank je wel, gallus domesticus, zei ik, maar ik ben al wakker. 

Twintig meter verderop herhaalde een even fantasievol uitgedoste collega de matinale kreet. Een repeteerwekker. Ja ja, trapte ik verwoed door, maar dertig meter verder stond nummer drie in de houding. Waar is Petrus, vroeg ik me af.

En hoe verder ik vorderde, hoe meer exemplaren er opdoken, vergezeld van minder uitbundig gekleurde hennen (in de natuur zijn de dames saai, zoals u weet), en op een bepaald moment moest ik flink in de remmen knijpen om een botsing met een overstekend hoendergezin te voorkomen. De puberkippen, ‘pullen’ genaamd in mijn Weerter dialect, naar het Latijnse puella, tripten schielijk naar links en naar rechts.

De grote vijver waar ik vervolgens omheen boog, zat afgeladen vol met eenden en zwanen, ook die leken aan een wonderbare vermenigvuldiging onderhevig te zijn: het water verdween onder hun overstelpende drukte.

En verder ging het, de conditie moet immers naar een hoger plan worden getild, zodat mijn werklust vleugels krijgt. Over de duiven op weg omlaag naar de Atlantische Oceaan zal ik niet reppen, het aantal van die lawaaierige lastposten neemt eveneens alleen maar toe. 

Over de strandboulevard hollen allerlei vroege vogels met hart- en ademhalingsmeters om de bovenarm gebonden achter hun eigen wilskracht aan, het liefst op de strook die door de zorgzame gemeente Matosinhos werd aangemerkt voor rijwielers als ik. 

Eerst links, vervolgens, na mijn rechtsomkeert rechts van mij het brede strand, dat volledig bezet wordt door meeuwen, ook wel de ratten van het luchtruim geheten. Geen zand te zien, zand waar zonnebaders zich later op de dag heerlijk hygiënisch op neervlijen. Niet aan denken, Harrie, doorwieken, de literatuur in.

Over onze lieve gevederde vrienden schrijft António Lobo Antunes (wie anders?) in deze nachtmerrie van Rui, hoofdpersoon uit zijn roman Vogelvlucht (‘Explicação dos pássaros’), vooruitblikkend op de zelfmoord die hij iets later in de buurt van Aveiro zal plegen, het volgende: 

De zeearm begon langzaam, als twee stemmen door elkaar zijn slaap binnen te dringen: eerst was er alleen het ontzielde, roerloze brakke water, een moeras bijna, de doffe zandtong, de dennen, versplinterd in de nevel, de schaarse bootjes en de stad in de verte, vaag als de ogen van een blinde, maar daarna stortten de meeuwen en eenden en de andere, naamloze vogels van de Vouga zich op zijn benen en zijn armen, ze verslonden de rotte pruimen van zijn testikels, rukten met hun poten de darmen uit zijn lijf, daalden neer op zijn schouders en zijn rug en pikten de verwarde droom weg waarin hij lag te spartelen (zijn moeder broedde onder het kaarten met haar vriendinnen een reusachtig ei uit met hemzelf en zijn zussen erin), en toen de eerste zwerm krijsend gaten hakte in zijn hoofd, werd hij wakker met het gevoel een drenkeling te zijn in het schuim van zijn botten en smaakte zijn mond, die hij had geopend voor een geluidloze schreeuw, naar zeewier.

Doem-me a cabeça e o universo.
Mijn hoofd en de wereld doen zeer.
Fernando Pessoa 

Um novo sol já vai raiar.
Een nieuwe zon zal stralen.
Vinicius de Moraes

Foto Ana Carvalho

2 Reacties op Zon & Zeer – Vogels

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.