Kinderjaren – Rui Cóias

Van de filosofisch angehauchte dichter Rui Cóias (Lissabon 1966) verscheen in 2018 de bundel Laat de stilte bij Uitgeverij Vleugels (hier een recensie). Behalve dichter is Cóias ook fanatiek supporter van Sporting Lissabon. Al vanaf zijn prilste jeugd, getuige dit ‘Avonden in Alvalade’, zijn bijdrage aan onze rubriek Kinderjaren.

Onderweg naar het stadion van Sporting hield ik de handen van mijn vader en opa waarschijnlijk net zo stevig vastgeklemd als mijn zoontjes nu doen bij mij. Een terugblik voor mij, een vooruitblik voor hen. Op een afstand werd het regenbooglicht van Alvalade, waardoor alles rondom nog donkerder werd, groen, wit en weer groen, de kleuren van mijn club. Een lichtgevende planeet op de avonden van een thuiswedstrijd. Een soort zurige geur plakte aan de daken terwijl mijn vader over de tribune omhoogliep en ik op zijn arm telkens smalle reepjes glinsterend gras zag. Diep onder mij schoot de flits van de bal rumoerig over het veld als een wonderlijk stuk speelgoed, een motor die boven de gespannen menigte floot, een werveling die me voorover liet buigen of me, als alle koppen om me heen na een gemiste kans uitbarstten in gejoel, bang aan het huilen brachten. Dan draaide mijn vader, die eerst opging in het lachen en schreeuwen van de anderen, zich heel even naar mij om en trok me tegen zich aan, waarna mijn tranen droogden, ook al snapte ik al dat fanatieke bulderen en elkaar om de nek vliegen niet terwijl ze mij na afloop, als we in een spiraalvormige troep omlaag liepen, over de bol aaiden. 

Dan viel ik in slaap, die soms in een flits onderbroken werd door iets wat alles met elkaar verbond, de wind vanaf Campo Grande, de maan hoog aan de hemel, het rumoer in het koele stadion, de werkelijkheid van de droom en het irreële van de verbeelding, een wereld die werd bijgeschaafd in de fantasie, en dat allemaal in één beeld. Dat beeld van niet meer dan een paar seconden, dat zo’n markante plaats inneemt in de gebeurtenissen van mijn leven en dat mij nog steeds betovert, keert steeds weer terug in mijn herinnering, als een soort symbool van hoe de tijd ongemerkt voorbijgaat, nu eens stervenstraag, dan weer vliegensvlug. De werkelijkheid kiest haar eigen herhaling uit om je de indruk van continuïteit te geven, het gevoel dat je leven wel verandert maar toch ook altijd hetzelfde blijft: aan de ene kant een bron van bestaansvreugde, aan de andere kant de weemoed om het tekort van dat bestaan.

Zo kan ik mij voorstellen dat de hypnotische waas van de stadionverlichting van Alvalade een richtpunt wordt, ook al zag ik dat niet, en daardoor al leek op het nu, dat daar dus al een ongedefinieerde massa van begin tot eind in besloten lag. Wat vliegt het leven voorbij, denk ik dan, zo snel dat ik tientallen jaren later op de tribune nog helder voor me zie hoe mijn opa op de noordzijde naar het schimmige veld keek met eenzelfde rilling van genot als ik nu voel. Voor mijn vader, mijn kinderen en voor mij glijdt het leven op de zomerwind langs de eindeloze hoge hemel, waar de sterrenschaduw van Alvalade als in een droom waarin iets van ons voortbestaat neerstrijkt op de Alameda. 

Vertaling Harrie Lemmens, die ook Laat de stilte samenstelde.
Foto Ana Carvalho

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.