Zon & Zeer – Ik de ander

Door Harrie Lemmens

‘Ik kan niet met mij leven en niet van mij wegvluchten. Ik zou wegvluchten van mezelf als ik dat kon,’ roept de Portugese dichter van adellijke afkomst Francisco de Sá de Miranda vertwijfeld uit in het begin van de zestiende eeuw. Iets in hem is als een vijand die hem belaagt. Maar terwijl hij voor gevaar van buiten kan vluchten, zit deze vijand opgesloten in hemzelf. 

Vierenhalve eeuw later klinkt een soortgelijke opmerking, alleen niet als verzuchting maar triomfantelijk zelfbewust, aan de andere kant van de oceaan op uit de mond van een ongeletterd lid van de Braziliaanse militaire politie. Sergeant Getúlio, personage uit de gelijknamige roman van João Ubaldo Ribeiro. ‘Hoe kan ik verdwijnen, als ik in de eerste plaats ik ben en mezelf altijd blijf zien, ik kan niet uit mezelf verdwijnen en omdat ik er ben ben ik er altijd, ik kan nooit verdwijnen. Wie verdwijnt zijn de anderen, zelf verdwijn je nooit.’

In het ene geval de uitdrukking van de almacht van het individu (‘de wereld bestaat slechts dankzij mij’), in het tweede van het existentialistisch tekort, juist de grens van het individu (‘ik zit vast in mezelf’)? Een eeuwig probleem, dat laatste, dat Mário de Sá-Carneiro een halve eeuw voor Getúlio had geprobeerd op te lossen door voort te borduren op Rimbauds ‘Je est un autre‘, namelijk door die ‘ander’ half te accepteren: ‘Ik ben niet ik noch ben ik de ander, ik ben iets daartussenin,’ schrijft hij. 

Pessoa, de ultieme evenwichtskunstenaar op het slappe koord van de paradox, de man die grossierde in onmogelijkheden en oplossingen daarvoor, zocht zijn heil in de meervoudigheid, de kwadratuur van de ander in het oneindige. Om het grof te stellen: als je in de clinch ligt met jezelf en je tekortkomingen, bedenk je toch gewoon een ander ik, een nieuwe persoonlijkheid die je laat acteren op het podium waarin je jezelf hebt omgevormd? Dat lost de lijfelijkheid niet op, want ‘mijn lichaam is de kloof tussen mijzelf en mij,’ maar het biedt wel soelaas voor het arme hoofd van de getormenteerde mens, of die zich nu in het zestiende-eeuwse Coimbra, in modernistisch Lissabon of in het rauwe noordoosten van Brazilië bevindt. Je kunt ontsnappen, zegt Pessoa, kijk maar naar mij:

Ik ben uitgebroken.
Toen ik ter wereld kwam,
werd ik opgesloten in mezelf
– maar ik ontkwam.

Als je het moe wordt 
om steeds op één plek te zijn, 
waarom dan niet ook 
om maar één mens te zijn?

Mijn ziel zoekt mij, 
maar ik ren weg en hoop
dat ze me nooit vindt
terwijl ik almaar verder loop.

Eén mens zijn is een cel,
ik zijn is niet zijn.
Ik zal vluchtend moeten leven,
maar het zal écht leven zijn.

(Een spoor van mezelf, De Arbeiderspers, Amsterdam 2019, blz. 151)

Doem-me a cabeça e o universo.
Mijn hoofd en de wereld doen zeer.
Fernando Pessoa 

Um novo sol já vai raiar.
Een nieuwe zon zal stralen.
Vinicius de Moraes

Foto Ana Carvalho

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.