Zon & Zeer – Consubstantiatie of de religie van het vertalen

Door Harrie Lemmens

Het cruciale moment in het essentiële onderdeel van het rooms-katholieke geloof, de eucharistieviering, oftewel, voor wie onder u niet (meer) als vanzelfsprekend een belletje hoort rinkelen, de heilige mis genaamde eredienst waarin de priester brood (in de vorm van een door de zusters van Liefde gebakken hostie) en wijn (als mijn misdienaarsneus me niet bedriegt Port) verandert in het lichaam en bloed van Christus, als dankzegging voor de kruisdood van Jezus, zoals het woord eucharistie (van het Griekse woord  εὐχαριστέω, ‘dankzeggen’) aangeeft – dat cruciale moment is de consecratie, wanneer die verandering, transsubstantiatie genaamd, plaatsvindt en het ene het andere wordt. 

Zoals de katholiek die ter communie gaat gelooft dat hij samen met de hostie (het drinken van de portwijn blijft, of bleef in elk geval toen ik nog belijdend was, voorbehouden aan meneer pastoor) het lichaam van Christus tot zich neemt (vandaar dat het strikt verboden is om op het witte schijfje te bijten), zo gelooft de Nederlander of Vlaming die bijvoorbeeld verdiept is in António Lobo Antunes’ De andere kant van de zee, dat hij samen met de Nederlandse woorden de Portugese leest. ‘Gelooft’, zeg ik, want ja, je moet als lezer bereid zijn je een oor te laten aannaaien door de vertaler, de priester van de eredienst die wereldliteratuur heet. En wie opgegroeid is in het Rijke Roomsche Verleden weet dat priesters meer dan wie ook onbetrouwbare sujetten zijn. Ze houden de parochianen een spiegel van nederigheid voor waar ze zelf nooit in kijken. En vertalers? Vertalers verzinnen – als je als lezer geluk hebt dat wat er staat.

Wie niet beide talen beheerst, kan niet nagaan of de transsubstantiatie (oneerbiedig gezegd, de hogere goocheltruc aan het altaar – vandaar dat de priester vroeger met zijn rug naar de kerkgangers stond, om niet op de vingers te worden gekeken) gelukt is, en kan noodgedwongen niets anders dan geloven, ook al fronst hij zo nu en dan zijn wenkbrauwen (zelfs de zusters van Liefde hebben weleens een mindere dag bij het bakken). Voor de tweetalige lezer verandert de transsubstantiatie, de vervanging van het een door het ander, in consubstantiatie, dat wil zeggen, beide gedaantes bestaan naast elkaar. 

Het duidelijkst wordt dat in tweetalige poëziebundels, zoals Een spoor van mezelf, een keuze uit de orthonieme gedichten van Fernando Pessoa, de man die niets anders deed dan van het een het ander maken, zich verbergen achter maskers van een heidens geloofsritueel. Alleen zou Pessoa Pessoa niet zijn als hij niet nog een stapje verder ging dan de priester (of God?) en de meervoudigheid oneindig maakte door alles op losse schroeven te zetten, getuige de tweede strofe van zijn gedicht ‘Autopsychografie’:

En zij die zijn gedichten lezen,
zien in de gelezen pijn
niet de echte en niet deze,
maar in wezen enkel schijn.

Doem-me a cabeça e o universo.
Mijn hoofd en de wereld doen zeer.
Fernando Pessoa 

Um novo sol já vai raiar.
Een nieuwe zon zal stralen.
Vinicius de Moraes

Foto Ana Carvalho

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.