Kinderjaren – João Melo

Eind februari 2020, het rampjaar van het virus, zat hij bij ons aan tafel in een nog onbekommerd Póvo de Varzim, tijdens de eenentwintigste editie van literatuurfestival Correntes d’Escritas: de Angolese schrijver João Melo. (Geboren in Luanda in 1955. Hij studeerde rechten in Coimbra, werkte als journalist, publiceerde gedichten en korte verhalen, onder andere in de bundel met de prachtige titel Imitação de Sartre & Simone de Beauvoir. Medeoprichter van de Angolese schrijversbond.) Samen met zijn Angolese collega’s Lopito Feijóo en David Capelenguela en de Kaapverdiaan Germano Almeida. Er werd gesproken over de actualiteit, over de relatie van Afrika met Brazilië – hier vertelde Lopito het hilarische verhaal van de kleurrijke kleren van zijn vrouw (zie hier) en over kinderjaren, vooral die in Zuca-Magazine. Hier vertelt hij over die van hem in Luanda.

De guavetak

Tegenwoordig is het, zoals we allemaal weten, moeilijk te geloven dat je de bittere en liefdevolle strelingen van een dunne guavetak kunt overleven. Sterker nog, dat je kunt opgroeien en groot en wijs worden en tegelijkertijd dromen van nieuwe verschieten waarin guavetakken overbodig zijn geworden, hooguit goed om jaren later opgeroepen te worden in een onschuldig verhaal uit de kinderjaren.

Zo’n verhaal wil ik hier vertellen.

Het gebeurde op een zaterdag in een stad aan zee die momenteel bijna vijfhonderd jaar oud is en op het continent ligt waar de mens is ontstaan: Afrika. Die stad, genaamd Luanda, hoofdstad van een land dat de naam Angola kreeg, als eerbewijs aan de plaatselijke koningen, Ngola’s, begon op een eiland en en klauterde vervolgens de naburige heuvels en hellingen op, uitwaaierend in een reeks wijken en buurten met uitzonderlijke namen: Kinaxixe, Maculusso, Maianga, Prenda, Bairro do Café, Bairro Operário, Marçal, Rangel, Precol, Cazenga, Sambizanga en nog veel meer.

Ik woonde in Maculusso, samen met mijn moeder, mijn jongere broertje, mijn grootouders en ooms en tantes. Een uitgebreide familie dus, en we waren gelukkig zoals alle families die hun knelpunten en problemen blijmoedig aanpakken. Mijn vader was weggetrokken om deel te nemen aan een rechtvaardige strijd waarvan niemand wist wanneer hij zou eindigen. Maar we wisten zeker dat dat ooit zou gebeuren en dat hij op een dag thuis zou komen met de lauwerkrans van de overwinning rond zijn hoofd. 

Het leven verliep vredig, als een rivier met rustig stromend water. Zo zagen wij kinderen het tenminste.

Maar toen kwam die zaterdag. Een zaterdag als alle andere, leek het. Maar nee. Die zaterdag zou eindigen op een manier die ik nooit heb kunnen vergeten.

In feite is het het enige avontuur dat ik me kan herinneren uit mijn vroegste jeugd, omdat het echt het enige is of omdat mijn geheugen mij parten begint te spelen.

Mijn tante zou die zaterdag in haar Volkswagen naar de kapper gaan. Dat was vaste prik op zaterdag, maar wij hadden argwaan gekregen omdat ze nooit vertelde waarom ze zich altijd zo moest optutten. We wilden dus weten waar ze ’s zaterdags echt naartoe ging, haar geheim ontsluieren.

Die zaterdag vatten mijn broertje en ik het plan op om in de kofferbak van haar VW te kruipen en doodstil mee te rijden. Het ging allemaal prima. Toen we aankwamen bij de kapsalon sprongen we gillend en schaterend tevoorschijn, tot grote schrik van onze tante. Onvergetelijk, althans voor mij.

Mijn broertje en ik hadden echter geen idee wat ons thuis te wachten stond. In de woonkamer zat oma klaar met een dunne, veerkrachtige guavetak in de hand die ze van de boom in de achtertuin had afgesneden en waarmee ze, zoals ze zei, ons een lesje zou leren zodat we de ouderen nooit meer zo zouden laten schrikken.

Om eerlijk te zijn weet ik niet meer of we er toen echt van langs hebben gekregen, maar de les van oma zijn we nooit meer vergeten: in Afrika moet je onder alle omstandigheden ontzag hebben voor mensen die ouder zijn dan jij, en dat tot het eind van je dagen.

Tegenwoordig is dat uiteraard heel discutabel, maar dat is weer een ander verhaal.

Vertaling: Harrie Lemmens
Foto: Ana Carvalho

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.