Zon & Zeer – Eça en Machado

Door Harrie Lemmens

Er trekt van alles aan je gehaaste oog voorbij op Facebook, van efemere waan-van-de-dagdiscussies tot even zin- als tijdloze tot niets leidende voor-en-tegendebatten. Vanmorgen was het weer raak. Iemand met een Mening die ertoe doet zegt dat ze houdt van de Portugees Eça de Queiroz (zijn voornaam José Maria wordt doorgaans onvermeld gelaten), maar dat ze zijn Braziliaanse collega en tijdgenoot Machado de Assis (hij is zijn Joaquim Maria kwijtgeraakt) toch hoger aanslaat. Wat vinden haar vrienden, vraagt ze.

En het regent reacties.

En iedereen heeft een mening.

En sommigen zijn diplomatiek verzoenend en lezen beide romanciers even graag.

En het drijft de ex-kolonie weer wat verder af van het ex-moederland, want ‘kom niet aan mijn held’ is de dwingende en opdringerige gedachte van elk gelijk. (En al helemaal niet als zich daar een nieuw gelijk met een kleurtje bij voegt: met alle geweld wordt de arme Joaquim Maria, zoon van een blanke Portugese moeder en een Braziliaanse wat-zal-ik-zeggen: halfbloed? mulat?, nu de status opgedrongen van negro, van afrobrasileiro. Misbruikt door de eeuwige verwaten minkukelige witte mannen. Maar dit tussen haakjes.)

Als vertaler ben je bij een schrijver te gast, je logeert bij hem thuis, eet en praat en lacht met hem mee en ontdekt allerlei al dan niet rare kanten en tics of tikjes aan hem. Wat het leven onmiskenbaar rijk en divers maakt.

Bij Machado heb ik gelogeerd toen ik Ezau en Jacob vertaalde, de allegorische Bijbelse broers die overgeheveld worden naar Brazilië wanneer het land overgaat van keizerrijk naar republiek. Sober van toon, meer schrapwerk dan uitweidingen, onderkoelde humor en vooral serieus, bloedserieus. Psychologisch to the point maar tevens betweterig pedant. Het uitgebeende van zijn taal en stijl doet me denken aan de op calvinistische leest geschoeide ‘nuchtere’ Noord-Nederlandse literatuur, die als Goddelijke Wet heeft (ja ja ja, er zijn uitzonderingen, ik weet het, Jan W. en die van de Bookerprijs, hoe heet hij of zij, of hij en zij ook weer, er zijn altijd en bij alles uitzonderingen!) dat je geen woord te veel moet gebruiken, want het woord is daarvoor te heilig. Het was dan ook stil in zijn huis in Rio en ik ging al gauw ongemerkt op mijn tenen lopen.

Eça heeft me drie keer uitgenodigd: Eerst voor De stad en de bergen, daarna voor Neef Bazilio en ten slotte voor zijn vuistdikke magnum opus over door God verboden incest De Maia’s. Bij hem was het alle dagen feest. De wijn vloeide rijkelijk, de maaltijden waren ondanks zijn eeuwige geldgebrek een weldadig feest van smaken (hij leefde op te grote voet – waar kennen we dat van, Jeroen en Wopke?) en onderhoudende conversatie vol kwinkslagen en scherts. Kortom, er werd gelééfd in Lissabon. Lezend in zijn boeken zie je tijdsgewrichten aan je voorbijtrekken en bewonder je kleurrijke portretten en meesterlijke groepsschilderingen. Het penseel van Eça is een spitse pen gedoopt in ironische en soms sarcastische inkt. Maar altijd uitbundig en vol humor die geen glimlachje maar een gulle lach ontlokt. Zuid-Nederlands katholiek dus. Woord en beeld, zoals God het bedoelde toen hij eerst Zijn bonte paradijs en daarna, als straf voor hoogmoed van de mens, het paleis van de taal met duizenden vertrekken en voor elke taal een eigen ridderzaal schiep.

Doem-me a cabeça e o universo.
Mijn hoofd en de wereld doen zeer.
Fernando Pessoa 

Um novo sol já vai raiar.
Een nieuwe zon zal stralen.
Vinicius de Moraes

Foto Ana Carvalho

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.