Zon & Zeer – Opgesloten

Door Harrie Lemmens

…en nu zijn we bijna een jaar verder en nog steeds verplicht een onzichtbare dwingeland ons tot binnenblijven, lippenkapjes en verplichte afstand, ondanks prikbeloften en ‘ik pik het niet meer’-gemor; nog steeds zwalkt de even rede- als radeloze politiek, die een deel van de problemen de afgelopen tien jaar zelf heeft veroorzaakt door herinrichting van de peperdure gezondheidszorg, lees knippen en ic’s uit de ziekenhuizen wippen; nog steeds dreunen de stemmen van de Teiresiassen van onze dagen, de blinde zieners die nu Jaap en Diederik heten en naar wie volgens henzelf niemand wil luisteren en naar wie iedereen zich richt; nog steeds druipt de boter van de al dan niet haarloze hoofden van beleidsuitvoerders die aangestuurd door financiële spagaten van zelfstandige ziekenhuisdirecties en winstmarges van verzekeringsgiganten klagen over dramatische schade die deels door henzelf werd aangericht; en nog steeds trippelen en schipperen wijzelf, biddend en trillend omhoog turend of we nergens de lichten van een spoetnik zien knipperen die ons de verlichting van een prik brengt…

Kortom, dit tijdsgewricht lijkt wel een dystopische roman waarvan de schrijver vergeet dat de huiveringwekkende taferelen van een verre, inktzwarte toekomst zich al in dit heden afspelen. Kon het profetischer dan in De stad der blinden? Saramago plaatst zijn epidemie van een witte duisternis in geen enkel heden, maar laat haar zich voltrekken in een ongedefinieerde, tijdloze omgeving. Des te indringender zijn de parallellen van eeuwig liegen en bedriegen, zwalken en bekladden, braaf gehoorzamen en driftig razen en tieren. Onze menselijkheid, zo toont hij overtuigend aan, is een vliesdun laagje over een stinkende gifbaal vol ‘rottenis en rook’, zoals de zeventiende-eeuwse jezuïet Manuel da Costa ons definieert in De kunst van het stelen.

Hoe leerzaam ook, geen prettige lectuur voor wie nu leeft en om zich heen kijkt. Opbeurender (hoewel?) is het verhaal van de vrouw die zichzelf opsluit om de pandemische pest van oorlog en wapengeweld van zich af te houden. In Luanda, de hoofdstad van Angola. Na de onafhankelijkheid van 1975. Bij haar is de langdurige quarantaine geen dwang maar een vrijwillige keuze, geen hel maar een hemel, hoe moeilijk de afzondering ook wordt. Ludo, hoofdpersonage van José Eduardo Agualusa’s roman Een algemene theorie van het vergeten. Een vrouw om nooit meer te vergeten. Net zoals haar lot en haar inzicht, dat blijkt uit deze woorden die ze na haar verlossing tot haar oude, opgesloten zelf richt: 

Blind zie ik beter dan jij. Ik huil om jouw blindheid, om jouw oneindige domheid. Het was zo makkelijk geweest de deur open te doen, zo makkelijk naar buiten te lopen en het leven te omarmen. Ik zie je door de ramen kijken, doodsbang, als een kind dat zich over het bed buigt in de verwachting monsters aan te treffen.

Monsters, wijs me de monsters: die mensen daar op straat.

Mijn volk.

Doem-me a cabeça e o universo.
Mijn hoofd en de wereld doen zeer.
Fernando Pessoa 

Um novo sol já vai raiar.
Een nieuwe zon zal stralen.
Vinicius de Moraes

Foto Ana Carvalho

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.