Zon & Zeer – Minas Gerais revisited

Door Harrie Lemmens

Met Pasen 2011 waren Ana en ik in Belo Horizonte, de hoofdstad van de Braziliaanse deelstaat Minas Gerais. Een kort bezoek, drie dagen slechts. Meer tijd hadden we niet op onze trip langs acht steden om een boek vol te krijgen, God is een Braziliaan. 

De stad deed me erg denken aan Portugal, en dan meer aan Porto dan aan Lissabon. Het noorden dus, waar de mensen gewoon werken en wars zijn van kapsones. Uitbundigheid? Flauwekul. Die sfeer hing als een donkere wolk boven de plaats die in de eeuw van haar bestaan was uitgegroeid tot een metropool. Stinkend, walmend, druk vanwege de rammelende, ietwat gedateerde dieselbussen die over het duizelingwekkende stratenplan werden geschoven door de hand van een genadeloze God.

God ja, want het geloof is sterk in Belo Horizonte. Dat heeft de mooie kerk van Óscar Niemeyer in de wijk Pampulha opgeleverd, maar het heeft ook gezorgd voor de ingetogenheid, of liever, het somberen vol opgekropte woede van de inwoners. Alsof ze gelaten wachten op een bus die ook nu weer vertraging heeft. Hun woede is voor later, ooit. 

Maar er is ook schoonheid, zoals het museumpark Inhotim op een uurtje rijden (wel eerst door de in Brazilië onvermijdelijke favela heen) en de wijk waar we onderdak hadden gevonden: Savassi, een oase van rust. En in die oase, als dorstlessende bron, restaurant Casa do Conto.

Het viel ons bij binnenkomst op dat alle stelletjes niet tegenover maar naast elkaar zaten, met hun gezicht naar de deur. Voornamelijk in veelzeggend stilzwijgen. ‘Alsof ze wachten op iets wat nooit gebeurt maar waar ze geen moment van willen missen,’ schrijf ik in mijn boek. De joviale ober maakt veel, zo niet alles goed. Geen geboren Mineiro maar afkomstig uit het noordoosten, ook dat sterk Portugees getint, alleen vrolijker, volkser. Claudionor. We zullen zijn opgeruimde tevredenheidsduim in de lucht niet licht vergeten. Net zo min als het eten.

Daags erna keerden we terug, en we gingen ditmaal zelf ook naast elkaar zitten. Met ons gezicht naar de deur. Om niet te missen wat er wie weet zou gebeuren. En wij hadden geluk, want ‘tien minuten later stapt Pessoa binnen.’ Hoe dat zat, kunt u hier lezen.

De drukkende sfeer en de norse, introverte aard van de Mineiro’s vindt een treffend symbool in de chácara, zeg maar hoeve, die centraal staat in de roman Kroniek van het vermoorde huis van Lúcio Cardoso. Ik schreef er in mijn vorige column al over. Vanmorgen, werkend aan de vertaling, die volgend jaar moet uitkomen, stuitte ik op de volgende zin, en ik was onmiddellijk terug in Minas:

We leefden in afwachting van iets wat misschien ooit zou komen. Er heerste een sfeer van ingehouden spanning die ieder moment tot ontlading kon komen, en dat vonden we genoeg, alsof al ons handelen daarvan afhing.

Doem-me a cabeça e o universo.
Mijn hoofd en de wereld doen zeer.
Fernando Pessoa 

Um novo sol já vai raiar.
Een nieuwe zon zal stralen.
Vinicius de Moraes

Foto Ana Carvalho

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.