Zon & Zeer – Sporting in Porto

Door Harrie Lemmens

 

Na een bijzonder prettig gesprek over fotografie met de Belgische ambassadeur en onze kunstparaplu’s verkopende Vlaamse vrienden ’s morgens in Lapa, na een kort bezoek aan de alle wankele tijden overlevende boekhandel Buchholz, na het pakken van de koffers in ons vaste onderkomen in Lissabon, waar de medewerkers als familie zijn, na een copieus almoço met onze oude vriend J. in het even vertrouwde restaurant Gaúcho en na een drie uur durende treinrit naar Porto-Campanhã, die de mogelijkheid bood om bij te komen van drie intensieve dagen in de Portugese hoofdstad, stapten we in een taxi die ons naar Aldoar moest brengen.

De chauffeur was even rad van de tong als de radioreporter die luidkeels verslag deed van de Championsleagewedstrijd tussen Sporting en Galatasaray. De Turkse club stond met 1-0 voor in Alvalade. 

‘Shit ja, want Sporting is mijn club…’

Wat?! Een fan van Sporting in Porto?! ‘U bent voor de Lagartos en niet voor de Dragões?! 

‘Leões, por favor, de spelers van Sporting zijn leeuwen, geen hagedissen, en die draken van hier? Ik vind het geweldig als ze winnen, want ja, ik ben en blijf een tripeiro, maar mijn hart ligt toch bij de groenwitten…’

‘Gooooooooooolo,’ krijst de reporter, ’Catamo wringt en wriemelt de bal achter de Turkse doelman! 1-1!’

‘Ik wist het,’ zegt onze chauffeur opgelucht, ‘ik wist dat het goed zou komen. En mijn broer, die is wel voor Porto. Fanatiek. Hij rijdt ook taxi en zegt altijd: een vent met een rood shirt aan komt er bij mij niet in, zo’n bloedhekel heeft hij aan Benfica. Flauwekul, zeg ik altijd tegen hem, een rit is een rit, maar hij wil er niet van weten, als hij die kleur ziet verandert hij in een stier…’

Ook dichters kunnen fan zijn van Sporting, getuige deze kinderjaren van Rui Cóias:

‘Onderweg naar het stadion van Sporting hield ik de handen van mijn vader en opa waarschijnlijk net zo stevig vastgeklemd als mijn zoontjes nu doen bij mij. Een terugblik voor mij, een vooruitblik voor hen. Op een afstand werd het regenbooglicht van Alvalade, waardoor alles rondom nog donkerder werd, groen, wit en weer groen, de kleuren van mijn club. Een lichtgevende planeet op de avonden van een thuiswedstrijd. Een soort zurige geur plakte aan de daken terwijl mijn vader over de tribune omhoogliep en ik op zijn arm telkens smalle reepjes glinsterend gras zag. Diep onder mij schoot de flits van de bal rumoerig over het veld als een wonderlijk stuk speelgoed.’

Doem-me a cabeça e o universo.
Mijn hoofd en de wereld doen zeer.
Fernando Pessoa 

Um novo sol já vai raiar.
Een nieuwe zon zal stralen.
Vinicius de Moraes

Foto Ana Carvalho

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*