Adelino Albano Luís – De vermeende rivale

Van de Mozambikaanse schrijver Adelino Albano Luís (Chimoio, 1998) publiceerden we al eerder het verhaal ‘Standbeeld voor onze held‘ uit zijn bekroonde bundel Estórias trazidas pela ventania (‘Verhalen van de wind’). Sinds kort heeft hij een nieuwe verhalenbundel uitgebracht, Maratona para o precipício (‘Marathon naar de afgrond’), waarin hij op humoristische wijze maatschappelijke kritiek uit, zonder echter te willen moraliseren. Daaruit is het onderstaande verhaal ‘De vermeende rivale’ afkomstig.

De vermeende rivale

(Gebaseerd op een waargebeurd verhaal)

Het was een kalme, warme vrijdagmiddag. Meneer Xavier lag languit op de oude bank in zijn bescheiden woonkamer naast een oude ventilator die hij ooit als huwelijkscadeau had gekregen en wisselde nu eens van houding, dan weer van tv-kanaal. Het was zo’n middag die vroeg om een paar ijskoude biertjes, maar hij had geen geld. Zijn geld was zoals altijd halverwege de maand al op, en de laatste tijd zelfs nog eerder. Tot groot ongenoegen van zijn echtgenote Zaida en hun vier kinderen. Elke maand had Xavier een ander excuus. De ene keer waren het ‘partijcontributies’, de andere keer ‘de belastingen, schat’ waar hij verbitterd aan toevoegde: ‘Die regering wordt nog onze dood’. 

De verontwaardiging van Zaida over het fors gekrompen huishoudbudget groeide met de dag. Vooral gezien de vele overuren die haar man maakte. Het werd steeds gekker, op een gegeven moment moest Xavier zelfs op zaterdagmiddag en zondagavond naar school. 

‘De plicht roept, lieverd’, verontschuldigde hij zich tegenover zijn vrouw. 

Het gevolg was dat Zaida zich genoodzaakt voelde een tandje bij te zetten op de markt, waar ze een klein kraampje had om in de basisbehoeften van het gezin te kunnen voorzien. Wanneer het maar kon, nam ze iets mee van de markt voor de lunch of het avondeten. Maar die middag had ze niet, zoals gebruikelijk, groenten meegebracht en ook geen tépwe, waar de kinderen zo’n hekel aan hadden. Wat ze wel bij zich had, was een schattig jong katje, zacht en pluizig zoals alleen jonge katjes dat kunnen zijn.

Terwijl de kinderen door het dolle heen waren bij het zien van het beestje, mopperde haar man: ‘Hebben we vanavond kat op het menu?’ 

Nee. Ze hadden nu een huisdier, nl. dat poesje.

‘Een huisdier?!’ riep Xavier uit. In al die jaren dat ze getrouwd waren, had zijn vrouw nooit enige belangstelling voor dieren getoond. 

‘Ik had liever gezien dat je iets nuttigers had meegebracht, iets eetbaars’. 

Hij wilde er nog aan toevoegen dat dit niet het moment was voor gezinsuitbreiding, dat er al genoeg monden te voeden waren in huis. Maar hij hield zich in. Tenslotte was zij degene die het meest haar best deed om eten op tafel te brengen. 

Vanaf de bank keek hij toe hoe de kinderen elkaar verdrongen om het beestje te aaien. 

‘Heeft het poesje al een naam?’, vroeg de oudste van de kinderen. 

‘Jazeker!’ 

‘Hoe heet het dan?’ vroegen de kinderen in koor, met glinsterende oogjes van nieuwsgierigheid. 

‘Ze heet Zinha’. 

Als door een bij gestoken, stond haar man op van de bank om zich in het gesprek te mengen. Maar hij bedacht zich en ging weer zitten, alsof hij niets had gehoord. 

‘Wat een lelijke naam, mama!’ mopperde een van de jongens, hetgeen voor moeder een aanleiding was om haar kinderen enig moreel besef bij te brengen: ‘Een naam is maar een etiket, wie je bent is belangrijker dan hoe je heet’.

Haar man hield zijn oren gespitst, maar zijn lippen stijf op elkaar.

Die avond kwam er geen eten op tafel. Maar de kinderen hadden het niet eens in de gaten, druk als ze waren met hun nieuwe huisdier. 

Rond bedtijd ontstond er ruzie en moest moeder ingrijpen. Elk van de kinderen wilde het katje namelijk mee naar zijn bed nemen. 

‘Geen sprake van’, zei moeder. ‘Zinha slaapt bij papa en mij in bed’. 

Met grote tegenzin stemden de kinderen daarmee in. Xavier, echter, kreeg bijna een hartaanval. 

‘Eerst heb je ons avondeten opgeofferd voor die kat en nu…’ Hij maakte zijn zin niet af omdat de ogen van zijn vrouw vuur spuwden. De kans was groot dat zelfs de geringste opmerking van haar man al voldoende zou zijn om haar te doen ontploffen. ‘Typisch iets voor vrouwen’. 

Het wekt geen verbazing dat de naam die de volgende dag het meest te horen was in dat huis Zinha was. Het was Zinha voor en Zinha na. Misschien viel het niemand op, maar telkens wanneer die naam klonk, trok de maag van Xavier samen. Ook die dag kwam Zaida thuis van de markt met niets anders dan snoep voor de kinderen en voer voor de kat.

‘Maar dat is eten voor Zinha’, zei Xavier, terwijl hij naar de verpakking wees die vast niet goedkoop was geweest. De kinderen vonden het geen probleem dat het diertje zoveel aandacht kreeg. Maar Xavier ergerde zich groen en geel. Hij zei natuurlijk niets, maar het liefst had hij gezegd dat het van de zotte was om zoveel geld en aandacht te besteden aan die hele Zinha. 

Na drie dagen waarin de aandacht en zorg van zijn vrouw voor de kat steeds stuitender proporties begonnen aan te nemen – we zullen u de details besparen – nam Xavier zijn vrouw even apart in de slaapkamer voor een gesprek. 

Hij bood zijn excuses aan en beloofde haar dat hij een punt zou zetten achter zijn affaire met Zinha. 

‘Vanaf nu’ zei hij, terwijl hij de handen van zijn vrouw streelde,  ‘geen belastingen of partijcontributies meer’. 

En Zaida glimlachte triomfantelijk. De kat bleef Zinha heten en werd door de kinderen aanbeden als een lid van het gezin. Hoe het kwam dat ze opeens een huisdier kregen, hebben ze nooit geweten.

Vertaling Marilyn Suy
Foto Ana Carvalho

1 Comment on Adelino Albano Luís – De vermeende rivale

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*