João Melo en José Luiz Tavares – Echo’s (7)

In aflevering 7 van onze reeks Echo’s gaan we naar Afrika, en in dit geval schuilt de echo in de titel (‘blues’) en de plaats van handeling: de straat. Beelden van buiten met een innerlijk slotakkoord van de Angolees João Melo en Kaapverdiaan José Luiz Tavares.


‘Luanda blues’ van João Melo

Vandaag draaide ik ’t raampje omhoog tussen mij en een jongen
die mistroostig zijn hand ophield
in de hoop dat hier of daar een kruimeltje neerviel
uit de glimmend voorbijglijdende ruiten

Vandaag keerde ik mijn hoofd af van de jongen
die wanhopig met een munt tegen het glas tikte
met ogen die niet leken te zien
maar die in zijn korte leven al alles gezien hadden
ook wat ze eigenlijk niet hadden mogen zien

Vandaag kneep ik mijn ogen dicht om de boze
jongen niet te zien die mijn lafheid en
mijn zwijgen niet kon begrijpen

Wanneer hij
onvermijdelijk op zekere dag
zijn zwaard zal laten neerdalen op mijn hoofd
zal hij er niet van willen weten
dat ik vandaag dit zinloze kinderlijke
gedicht heb geschreven


‘Lisbon blues’ van José Luiz Tavares

Ofschoon ze geen weet hebben van de koers van de schepen
die de Taag afvaren, van de vrouw die ze in de buitenwijk
aan haar verdriet voorbij ziet glijden,
en het timide kind dat de wereld bekijkt
door het raam dat het donker weldra verzegelt,

gaat het goed met de klokken die door de wintermiddag
dwarrelen waarin jij naar het juiste woord zoekt
zonder dat god je benardheid ziet: dat wat zwijgt,
dat wat veinst, dat wat liegt – bruut lot dat je
te beurt valt, gekleurd door de schicht van de twijfel.

Maar het gaat goed, en ook met de hoertjes
met hun snelle heupen, de matrones die zich
verheugen op de thee, de vlijtige ambtenaar die
het bruto inwendig product berekent, de verliefde
die zijn dagelijkse portie tranencorvee verricht, de
hoogwaardigheidsbekleders die eerbewijzen krijgen.

En vooral met de dikke vrouw die zich badend in zweet
en boetedoening pijnigt in een fitnessclub.
Maar ook met de vervalser die bewaakt wordt door
de wet, degene die talkvet op zijn zitvlak smeert,
de pooier met zijn geslepen blik en de daklozen
hier in de straat – hoewel hen het harde lemmet
van de winter snijdt, behoort hun het rijk der hemelen.

Het gaat goed met de arme dichters die de hele dag
lijden onder hun honger naar schoonheid, met de
onmachtige criticasters, en de zwarten hier
die opgewekt en vrolijk zijn, met de brave burger
die steeds goed let op de parkeermeter
ondanks de beminnelijke scheldkanonnades.

En verder gaat het goed met de honden die schijten
op de stoep en de dames die ze meevoeren aan
de lijn en altijd belerende woorden richten tot
hen die hard praten en zich buitenlands gedragen.
Maar moge het ook goed gaan met de domme gansjes
die als enige rijkdom hun jeugd hebben
opdat niet eeuwig geweeklaag het loon
van hun toekomstige dagen wordt.

Alleen met mij gaat het niet goed, mijn god,
want de hele middag wacht ik al op het gedicht
dat niet komt, ofschoon schepen huilend
in de mist de Taag opvaren.
Maar het is allemaal goed als het god is
die het zo wil.

Vertaling Harrie Lemmens
Foto’s Ana Carvalho

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*