Bij de dood van Raimundo Carrero (1947-2026)

Door Harrie Lemmens


Toen Ana en ik in april 2011 voor het boek God is een Braziliaan in Recife waren, de stad van de West-Indische Compagnie, brachten we ook een bezoek aan de schrijver Raimundo Carrero. Een bezoek met een verrassing, zie onderstaand fragment. Vandaag, 16 juni 2026, kwam het bericht van zijn overlijden. Weer een schrijver minder aan wie we goede herinneringen bewaren.

“Raimundo Carrero is herstellende van een beroerte die hem in september 2010 trof, maar, zo schreef hij, het herstel verloopt voorspoedig, hij kan weer praten en wil ons graag ontvangen. Hij is zelfs weer aan het werk.

Een verpleegster doet open. De schrijver kijkt naar een mis op de televisie. Opstaan lukt niet. Hij was al gelovig katholiek en is dat na zijn beroerte nog meer. Zijn romans ademen ook de sfeer van een katholieke mystiek, of een mystiek katholicisme. Aanvankelijk is hij wat terughoudend, maar geleidelijk aan verandert zijn gezichtsuitdrukking en beginnen zijn ogen te twinkelen.

Een kleine woonkamer die vol hangt met schilderijen. Nieuwe wilden: kleur, vooral kleur en forse vormen. Blikvanger is een groot doek bij de deur. Een jonge vrouw zit achter een piano, slechts gekleed in een knalrode string en losgehaakt bovenstuk. Naast haar een saxofonist. Het geeft exact de sfeer van zijn laatste, bekroonde roman weer: A minha alma é irmã de Deus (‘Mijn ziel is de zuster van God’), over een meisje uit een gegoede familie dat tegen haar ouders zegt dat ze gekidnapt is en met een musicerende priester en allerlei aangespoelde wrakmensen door de kelders van Recife zwerft. In een wereld van drank en overleven. Lipstick, katholicisme en muziek. ‘Mooie, vreemde en geweldige stad Recife − bewoond door bankiers en bedelaars, drinkers en malers, mannen met aktetassen en jongens en meisjes die hun lichaam verkopen.’ De onderkant van de samenleving intrigeert Carrero. Zijn romans hebben iets weg van de films van Jim Jarmusch, zitten vol beweging die om zichzelf heen draait. In Sombra severa (‘Strenge schaduw’) bijna een definitie: ‘Een seconde heeft de duur van een leven, wist hij nu − of is het leven niet meer dan een pijnlijke seconde?’

‘Nee, ik ben niet geboren in Recife, ik kom uit Salgueiro, een kleine stad zo’n vijfhonderd kilometer naar het oosten.’ Salgueiro, Salgueiro? Kent hij dan soms onze vriend J.? ‘Wat?! Natuurlijk ken ik die. We waren boezemvrienden op de lagere school. Daarna hebben we samen op internaat gezeten, hier bij de jezuïeten. Nederlandse jezuïeten trouwens. En hij, mijn broer en ik hebben toen we studeerden samen een flat gehuurd. Ook in Recife. Mijn broer en J. zijn toen ondergronds gegaan, ik stond op het punt om hetzelfde te doen, maar zag er toch vanaf. Dus jullie kennen hem ook? Wat een toeval.’

(…)

Raimundo wordt moe. Hij wil graag verder praten, maar het lukt niet meer. De verpleegster kijkt ook al een poosje bezorgd en we nemen afscheid. Het kost hem veel moeite, maar hij loopt mee tot aan de voordeur. Hopelijk herstelt hij vlug.”

 

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*