Francisco Sá de Miranda en Carlos Drummond de Andrade – Echo’s (6)

In de column Ik de ander, over de (on)mogelijkheid om aan jezelf te ontsnappen, wordt verwezen naar een gedicht van de zestiende-eeuwse Portugese dichter-dramaturg Francisco Sá de Miranda. Het was altijd al de bedoeling die existentialistische wanhoopskreet hier in zijn geheel op te nemen. Dat doen we nu in onze reeks echo’s, samen met ‘de vuile hand’ van de Braziliaan Drummond de Andrade, even bestaanssomber, maar met een hoopvol slotakkoord.

Vertaling Harrie Lemmens
Foto’s Ana Carvalho


Francisco Sá de Miranda (1481-1558)

Ik verkeer in gevaar, ben
in en uit mezelf verdreven;
ik kan niet mét mij leven
en niet zónder, hoe ik ook ren.

Voor andermans verdriet
zou ik vluchten eer dat toenam,
en ik wou dat ik net zo ontkwam
aan mezelf, maar dat gaat niet.

Er is geen hoop, ik word nooit vrij,
hoe vergeefs ik ook vecht,
want het pleit wordt beslecht
door een vijand ín mij.


Carlos Drummond de Andrade (1902-1987)

Mijn hand is vuil.
Ze moet eraf.
Wassen helpt niet.
Het water is smerig.
Ook met zeep niet.
De zeep is slecht.
Mijn hand is vuil,
vuil sinds jaar en dag.

Eerst nog verborgen
in mijn broekzak,
wie kon het weten?
Als iemand me riep
met een gebaar,
reageerde ik stijf.
Mijn verborgen hand
trok op mijn lijf
haar donkere spoor.
Het maakte niet uit
of ik haar gebruikte.
De walging was gelijk.

Ach, hoe vaak heb ik
’s avonds in huis
die hand gewassen,
geschuurd, geboend.
Een kristal of diamant,
het sterkste contrast,
wou ik ervan maken,
of zelfs, uiteindelijk,
gewoon een blanke hand,
een schone mannenhand,
die je kunt pakken
en naar je mond brengen
of in de jouwe klemmen
op een van die momenten
waarop twee mensen praten
zonder een woord te zeggen…
De onherstelbare hand
spreidt vuile vingers.

En het was een goor vuil,
geen vuil van grond,
vuil van steenkool,
korst van een wond,
zweet op het hemd
van wie heeft gewerkt.
Het was een treurig vuil,
vuil van ziekte
en sterfelijk leed
op de afstotelijke huid.
Het was geen zwart vuil
− dat zwart zo zuiver
tegen iets wits.
Het was morsig vuil,
morsig, slordig, slonzig.

Het heeft geen nut
de onwaardige vuile hand
op tafel voor me te houden.
Snel, hak haar af,
kap haar in stukjes
en smijt haar in zee!

Met de tijd en de hoop
en wat die vermogen,
zal een nieuwe, zuivere
doorzichtige hand zich
hechten aan mijn arm.

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*