Florbela Espanca – Alleen maar lucht

Getroebleerde zielen leveren vaak interessante literatuur op. Dat geldt zeker voor de Portugese dichteres Florbela Espanca (1894-1930), die een kort maar bijzonder leven leidde. Buitenechtelijk kind, drie keer getrouwd, als een van de eerste – en weinige – vrouwen ingeschreven aan de universiteit, geplaagd door innerlijke demonen en verscheurd door verdriet om haar verongelukte broer. Ze wist haar verdriet, haar geestelijke onrust en haar feministische ideeën om te zetten in poëzie en – wat minder bekend is – in verhalen. Hieronder publiceren we een fragment uit een van deze verhalen (O resto é perfume), als eerbetoon aan een vooruitstrevende schrijfster die het pad effende voor vele vrouwelijke auteurs na haar.


‘Weet je’, zei mijn vriendin, ‘waar ik in deze trieste levensfase de meeste troost uit put, wat het beste medicijn is tegen de angst die me af en toe bekruipt, zomaar ineens, midden in een zin of een lachbui, tegen de paniek die me overvalt alsof ik op laffe wijze van achteren word aangevallen, op klaarlichte dag, op een druk plein?’

Mijn vriendin stelde me deze merkwaardige vraag volkomen onverwacht terwijl we op het terras zaten van haar prachtige huis met uitzicht op zee, een romantisch huis dat een kruising was tussen een cottage en een kasteeltje. Ze vroeg het op die gebruikelijke quasi ernstige toon van haar, waaraan ze een vreemd soort charme ontleende.

We hadden het rijk voor ons alleen op die warme augustusmiddag en lagen languit in comfortabele rieten ligstoelen naar de zee te kijken, beschut tegen de wind, die aan dit gedeelte van de kust bijna constant waaide, onder een luifel met rood-witte strepen die ons afschermden van de rest van de wereld; op een elegant, eveneens rieten, tafeltje tussen ons in stond een grote rommelige bos fijne asters, die nauwelijks te onderscheiden waren van chrysanten; ernaast lagen Bouddha Vivant van Paul Morand met een ivoren bladwijzer tussen de pagina’s en de knalgroene knot wol van haar haakwerk, haar onafscheidelijke haakwerk. Ik had me al dikwijls afgevraagd waarom ze altijd en eeuwig zat te haken, waarom die oude vingers voortdurend in de weer waren, onophoudelijk, zomer en winter. Niemand van haar vrienden had haar ooit ook maar enig moment stil zien liggen in haar luie stoel, in een houding die ogenschijnlijk uitstekend leek te passen bij die vreemde droevige gemoedstoestand. Wie weet hielp die onafgebroken beweging van haar slanke witte vingers met hun kleine babynageltjes haar bij het ordenen van haar gedachten tot een complexe symfonie die, als ik het zo mag zeggen, eerder een grote kakofonie was blijkens haar kreten van afschuw, luide verzuchtingen en uitbundige hoongelach.

Loom van de hitte en bevangen door dat gevoel van lusteloosheid, van zalig nietsdoen, van onvermogen om mentale of fysieke inspanningen te leveren dat je overvalt in de vroege namiddag of na een flinke maaltijd, keek ik haar zwijgend aan.

‘De woorden van een gek’, zei ze simpelweg.

Verwarrend en verrassend als altijd, met haar wist je nooit waar je aan toe was; haar stellingen leidden altijd tot ongebruikelijke conclusies; in haar argumenten waren de feiten onherkenbaar, ze hadden een gedaantewisseling ondergaan in de kronkels van haar sardonische geest. Het leek alsof er in haar zowel een Mark Twain als een Edgar Allan Poe schuilde.

We kennen allemaal wel een vrouw die op moeilijke momenten in haar leven troost heeft gezocht, een medicijn zogezegd, in religie, die wonderbaarlijke zalf die alle wonden heelt, in het vervullen van haar plicht, een ijzeren plicht soms, in de liefde, in het zichzelf opofferen voor haar gezin of voor anderen, in liefdadigheid of in kunst; maar een vrouw die zich vastklampt aan de woorden van een gek als aan een boei die haar als enige kan redden van de verdrinkingsdood, wie van jullie kent zo’n vrouw? Nou, ik wel en ik ga jullie vertellen wat ze tegen me zei, wat ik heb gehoord in die vroege uren van een hete augustusmiddag en wat ik nimmer zal vergeten. Misschien dat iemand van jullie er iets aan heeft… Je weet maar nooit.

Vertaling Marilyn Suy
Foto Ana Carvalho

1 Comment on Florbela Espanca – Alleen maar lucht

  1. Ik moet altijd aan Florbela Espanca als ik Quelfes (Olhão) binnenrij. Aan het begin van het dorp rechts in de bocht voor de kerk staat een huis met blauwe kozijnomlijstingen. Daar heeft ze, vanwege gezondheidsredenen, een tijd gewoond. Er staat ook een bord bij met die vermelding

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*