Poëzie is niet alleen het gedicht zelf, maar ook de herinnering aan eerder dichtwerk, van andere dichters. Een remake of reactie, een echo of een spiegeling. In deze korte reeks publiceerden we eerder de ‘varianten’ van Florbela Espanca, David Mourão-Ferreira, Vinicius de Moraes en Fernando Pessoa op een gedicht van Camões. Hieronder een voorbeeld van Braziliaanse bodem: de reactie van Ana Cristina Cesar (1952-1983) op een gedicht van politicus en dichter Jorge de Lima (1893-1953).

Jorge de Lima
Poema XXXIII – Gedicht XXXIII
Wil je alleen zijn, onttrek je dan aan de dingen,
aan de excessen, haal de glazen
en de waas voor je ogen weg, trek je schoenen
en je kleren uit, verwijder eelt, knopen en
ook de gezichten die zich aandrukken tegen
het jouwe, en mijd de vreemde armen om je heen
en de voeten die voor je willen lopen, en de meisjes
die met je willen trouwen, en het gejammer (niet naar luisteren!)
dat om je wil treuren en het gezang
dat je troost wil bieden, en al die wegwijzers
die je kwijt willen, en de windvlagen
die niet minderen en midden in de nacht
mistroostig op je deur bonken als je snurkt,
want niets, ook de wind niet, laat je gaan.
*
Tu queres ilha: despe-te das coisas,
das excrescências, tira de teus olhos
as vidraças e os véus, sapatos de
teus pés, e roupas, calos, botões e
também as faces que se colam à
tua, e os braços alheios que te abraçam
e os pés que querem ir por ti, e as moças
que querem te esposar, e os ais (não ouças!)
que querem te carpir, e os cantos que
querem te consolar, e tantos guias
que querem te perder, e as ventanias
que não dormem, que batem alta noite,
tristes, em tua porta, se ressonas
pois nem o vento, nada te abandona.

Ana Cristina Cesar
Tu queres sono – Wil je slapen
Wil je slapen, onttrek je dan aan het lawaai en
aan de laatste beetjes dag, haal de dolk
en de drukte uit je mond, schimmen van
je kreten, en laat kleren, tranen en touwen achter
en ook de gezichten die oplichten boven je onstuimige
manier van geven, en de andere lichamen
die duwen en dringen, en de vliegen
die boven je vaders lijk zwermen, en het verdriet (niet naar luisteren)
dat om je wil treuren, en de gezangen die
je armen zijn vergeten en al die bewegingen
die je stiltes overstemmen, en de harde wind
die niet mindert, die je aanstaart door het raam
en als een gek door je deur naar binnen stormt
want niets laat je gaan, zelfs jij jezelf niet in de slaap.
*
Tu queres sono: despe-te dos ruídos, e
dos restos do dia, tira da tua boca
o punhal e o trânsito, sombras de
teus gritos, e roupas, choros, cordas e
também as faces que assomam sobre a
tua sonora forma de dar, e os outros corpos
que se deitam e se pisam, e as moscas
que sobrevoam o cadáver do teu pai, e a dor (não ouças)
que se prepara para carpir tua vigília, e os cantos que
esqueceram teus braços e tantos movimentos
que perdem teus silêncios, o os ventos altos
que não dormem, que te olham da janela
e em tua porta penetram como loucos
pois nada te abandona nem tu ao sono.
Vertaling: Marilyn Suy en Harrie Lemmens
Foto’s: Ana Carvalho
Leave a Reply