Asterix in Lusitania

Door Ger Leppers

 

We hebben er tientallen jaren geduld voor moeten oefenen, maar eindelijk is het zover: Asterix en Obelix, de befaamde Franse striphelden, hebben ook een bezoek gebracht aan, en een avontuur beleefd in, het ons zo dierbare Lusitanië. Portugal was inmiddels het enige West-Europese land van enige importantie dat de twee populaire Galliërs nog niet hadden aangedaan op hun omzwervingen. Weliswaar stond ook ons land nog niet op hun reisprogramma, maar dat was destijds niet meer dan een schrale, windbestoven en voortdurend door overstromingen bedreigde zandverstuiving waar anderhalve Kaninefaat een schamel konijnenpootje afkloof. Veel viel daar niet te beleven. 

Volgens mij resteren in deze hoek van de wereld voor verdere Asterix-avonturen daarom nu enkel nog Andorra, Monaco, Liechtenstein en San Marino. Met Vaticaanstad ligt het uiteraard wat moeilijker, al weet je het natuurlijk maar nooit met deze stripreeks.

In 1959 verscheen het eerste verhaal, waarin onze twee helden voor het eerst strijd leverden tegen de Romeinen in het algemeen en Julius Caesar in het bijzonder. Al snel werden ze ongemeen populair, dankzij de subtiele humor van scenarist René Goscinny en de flair van tekenaar Albert Uderzo. Beiden zijn inmiddels niet meer onder ons, maar om aan de niet aflatende vraag naar nieuwe avonturen tegemoet te komen, heeft de uitgever een beroep gedaan op scenarist Fabcaro en tekenaar Didier Conrad om de reeks voort te zetten.

Liefhebbers van de speurdersromans van Havank weten hoe pernicieus een dergelijke exercitie kan zijn. De Friese journalist Pieter Terpstra zette de reeks voort, maar alles wat de boeken van Havank hun eigen exuberante karakter gaf – de flauwe gymnasiastenhumor, de volstrekt niet ter zake doende uitweidingen over de meest uiteenlopende verschijnselen – verdwenen, en daarmee ook alles wat die boeken een voor menigeen onweerstaanbare, ouderwetse charme verleende, en de serie ging als een nachtkaars uit.

 

Zo bont maken Fabcaro en Conrad het gelukkig niet. Ze hebben trouw alle ingrediënten van de oorspronkelijke boeken overgenomen – maar misschien toch iets té schools. Tijdens de zeereis naar Portugal wordt het schip van de zeerovers weer eens tot zinken gebracht, er wordt ouderwets geknokt en verraad gepleegd, er wordt mild de spot gedreven met lokale tradities en eigenaardigheden zoals, in dit geval, de fado, de hang naar melancholie en de trams van Lissabon, en er is ook ditmaal in het verhaal iemand die sterke gelijkenis vertoont met een eigentijds personage – ditmaal de Franse acteur Jean Gabin. Het feestmaal aan het slot van het verhaal ontbreekt uiteraard niet. En daarmee is het album eigenlijk al zo goed als gevuld.

De twee makers van de strip volgen het werk van hun voorgangers dus gewetensvol na, maar dit boek maakt, naar mijn gevoel, toch vooral de indruk een soort invuloefening te zijn die niets wezenlijks aan de reeks toevoegt.  De humor doet sleets aan, het geheel mist tinteling, vitaliteit en oorspronkelijkheid, en het was me te moede alsof ik toekeek hoe iemand nog maar weer eens water over hetzelfde theezakje schonk. Het heilig vuur, de aanjager van elk geslaagd kunstwerk, ontbreekt. Dit tamelijk slappe aftreksel kan misschien dienst doen als onderhoudsdosis voor onverbeterlijke Asterix-verslaafden, maar zal vermoedelijk geen nieuwe adepten kweken. Misschien zal een bezoek aan Andorra of Monaco dan toch een mooier resultaat afwerpen?

Foto’s Ana Carvalho

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*