
‘Tela Leão speelt het ieder jaar weer klaar om een rijk en divers programma in elkaar te zetten waarin ze mensen uit de stad samenbrengt met genodigden van buiten,’ schreven we in ons korte verslag van het verjaardagsfeest voor Álvaro de Campos in Tavira. Het is helaas de laatste keer geweest dat deze liefdevol gedreven en inspirerende Braziliaanse duizendpoot dit feest heeft georganiseerd: zaterdag 8 november is ze na een ziekte van enkele maanden thuis in haar woonplaats Tavira overleden.
Voor a.s. woensdag 12 november hadden we de publicatie van een kort verhaal van haar hand gepland. Als licht van haarzelf bij deze droevig donkere tijding brengen we het nu al, daags na haar dood.

Hij deed zijn uiterste best om niet gezien te worden. De mensen moesten dwars door hem heen kijken, en dat kon hij alleen bereiken door hard te trainen. Intensief en vermoeiend, maar het loonde wel.
Op kantoor misten ze hem niet alleen niet, ze hadden niet eens meer in de gaten dat ze hem niet misten. Het weinige werk dat hem was toevertrouwd, had hij overgedragen aan de collega’s die naast hem zaten. Beetje bij beetje had hij heel gewiekst al zijn taken uit handen gegeven. De een voerde berekeningen voor hem uit. Een ander stempelde. Weer een ander ordende, stapelde en archiveerde.
Urenlang zat hij roerloos achter zijn bureau, met zijn ellebogen op tafel en een vel papier vol getallen in zijn handen. Met half dichtgeknepen ogen leek het alsof hij zat te lezen, maar in werkelijkheid dwaalden zijn gedachten af naar vreemde oorden die werden bevolkt door een immens niets dat ruiste als zijde.
Op straat liep hij met zachte, lichte tred, alsof hij niets woog. Zonder ooit te stoppen. Zelfs niet voor rood. Achteloos stak hij over, inmiddels gewend om als een stierenvechter in de arena tussen de auto’s door te dansen. Zo vloeiend dat niemand op hem lette.
Thuis, in zijn eentje, staarde hij op de veranda voor zich uit terwijl zijn schommelstoel zachtjes heen en weer deinde, alsof de wind hem wiegde.
Zijn leven voltrok zich geruisloos als dat van een kat. Hij las niet. Schreef geen brieven en kreeg er geen, luisterde niet naar muziek en had geen tv. Stroom hoefde hij niet. Hij at fruit met schil en al, zodat hij geen afval produceerde. Hij had geen vrienden, geen kinderen en geen ambities. En ook geen verplichtingen.
De wereld was voor hem eendimensionaal, plat en verpletterend. Hij las geen kranten, was geen fan van een voetbalclub, vierde geen feestdagen. Hij had geen liefhebberijen, geen god, geen dromen. Hij had niet eens een horloge. Als er gestaakt werd deed hij niet mee en politiek interesseerde hem niet. Aan duur praten had hij een broertje dood. Hij had twee linkerhanden. Hij was nooit somber en nooit blij.
Het enige wat hij bezat, was de schaduw van de jaloezie op de kale muren van zijn slaapkamer, het gezoem van vliegen tijdens warme middagen en zijn volmaakte onzichtbaarheid. Het serene niet-zijn van nutteloze overlevers. Het geluk van volstrekt onbelangrijk zijn.
Op een dag overleed hij zonder dat iemand het opmerkte.
Toen de gemeente jaren later besloot om dat verlaten huis te slopen voor de aanleg van een weg, was het de bestuurder van de asfalteermachine die zijn gouden tand vond.
Hij was zo blij geweest dat niemand om hem hoefde te huilen.
Vertaling Harrie Lemmens en Marilyn Suy
Foto Ana Carvalho
Leave a Reply