Door Harrie Lemmens

Een buitengewoon goed getroffen illustratie bij een recensie drukte in mijn hoofd op een knopje: ineens zag ik de verbinding tussen drie door mij vertaalde romans van drie totaal verschillende auteurs. De illustratie – een bakstenen toren waaruit een hand oprijst die een volgende baksteen neerlegt – stond in de Volkskrant bij de bespreking van Opera der doden van de Braziliaan Autran Dourado, de twee andere romans die voor me oprezen waren Voor wie in het donker op mij wacht van de Portugees António Lobo Antunes en Algemene theorie van het vergeten van de Angolees José Eduardo Agualusa.
Drie vrouwen teruggetrokken in zichzelf. De Braziliaanse wil niets meer van de wereld weten, de Portugese verwijdert zich onvrijwillig steeds verder van de wereld en de Angolese trekt uit zelfverdediging een muur op tegen de wereld.
Opera der doden is het verhaal van een huis in Minas Gerais waar de klokken in de loop van drie generaties worden stilgezet om het verleden te bevriezen. De oervader heerst over de tijd, de vader loopt zich tegen de tijd te pletter en de dochter gaat aan de tijd die ze weg wil duwen ten onder. Ingemetselde tragiek die uitmondt in waanzin. Het vergeten als wapen dat zich tegen de wapendrager keert.
In Voor wie in het donker op mij wacht metselt alzheimer een oude revueactrice vast in de teloorgang van haar geheugen: het nu bestaat steeds minder, het toen dringt zich steeds meer op, tot ook dat vervaagt en alles een grijze mist wordt. Tragiek die uitmondt in wegdeemstering. Het vergeten als langzame dood.
Tijdens de chaos van de onafhankelijkheid van Angola in november 1975 besluit een Portugese vrouw uit angst voor het geweld de deur van haar appartement in de hoofdstad Luanda te verbergen achter een door haarzelf gemetselde muur. Jaren van eenzaamheid waarin ze de muren vol schrijft met zelfgesprekken. Aan het eind (deze roman mondt wél uit in verlossing) blijkt de inmetseling niet alleen een verweer tegen de werkelijkheid te zijn geweest, maar ook, vanwege een oud tragisch voorval, tegen de herinnering: het vergeten als redding.
‘Een schitterende wolk glimwormen glinstert in de slaapkamers. Als een medusa schuifel ik door die verlichte nevel. Ik verdrink in mijn eigen dromen. Misschien kun je dat doodgaan noemen.
Ik ben hier gelukkig geweest, op bepaalde middagen dat de zon me opzocht in de keuken. Ik zat aan tafel en Spook kwam naar me toe en legde zijn kop in mijn schoot.
Als ik nog houtskool en plaats op de muren had, zou ik een algemene theorie van het vergeten kunnen schrijven.
Ik besef dat ik het hele appartement in een immens boek heb veranderd. Als ik alle boeken heb verbrand en als ik dood ben, blijft alleen mijn stem over.
In dit huis hebben alle muren mijn mond.’
Uit: José Eduardo Agualusa, Een algemene theorie van de vergetelheid, Koppernik 2015.
Doem-me a cabeça e o universo.
Mijn hoofd en de wereld doen zeer.
Fernando Pessoa
Um novo sol já vai raiar.
Een nieuwe zon zal stralen.
Vinicius de Moraes
Foto Ana Carvalho
Leave a Reply