Zon & Zeer – Zinslengte, of weg met de literatuur!

Door Harrie Lemmens


De ideale zinslengte bestaat niet, lees ik op de website van Onze Taal, de vereniging die ‘deskundig taaladvies’ geeft, maar houd het kort als je een groot publiek wilt bereiken. De zin die u hier leest, is eigenlijk al te lang, tenminste als ik Schrijfvis mag geloven, een andere site die raad verschaft aan wie pen of toetsenbord wil voeren: ‘Mensen die geen moeite hebben met een gemiddelde zinslengte van 25 woorden zijn relatief zeldzaam.’ Volgens onderzoek is dat vijf procent van alle Nederlanders. Dat het functioneel analfabetisme wijdverbreid is en dat het taalonderwijs al decennialang tekortschiet, wist ik, maar dat het zo droevig gesteld is, verraste me.

Een oude vriend van mij vertelde in mijn studentenstad verhalen zoals Thomas Mann zijn klassiek geworden romans schreef: met veel onderbrekingen en uitweidingen, die hij echter steeds weer net op tijd terugvoerde naar de hoofdlijn. Groot raamverteller. Sommige mensen werden er gek van. 

Ook homerische vergelijkingen zijn niet aan iedereen besteed. Toen ik er zelf een keer een voordroeg over de ellende die het mijns inziens voor een koe moet zijn om met een bel rond de nek door de wei te lopen, riep een toehoorster wanhopig uit: ‘Hombre, por favor, termine! (het was in Spanje, hoe dat zit kunt u met even scrollen hier lezen). 

Saramago, die de aanleiding vormde voor het vertellen van bovenstaande anekdote, schreef zinnen als de Inn in Zuid-Duitsland na de zondvloedachtige neerslag van dit voorjaar, of als de golven van de oceaan in 1755, toen Lissabon bijna weggespoeld werd. Over die lange zinnen heb ik vaker klachten ontvangen van verontwaardigde of vertwijfelde lezers. En de Amerikaanse uitgever van de roman waarmee hij internationaal doorbrak, Memoriaal van het klooster, bracht de zinslengte in de vertaling terug tot de Schrijfvisnorm.

António Lobo Antunes is niet alleen beroemd om zijn metaforen, soms ware matroesjka’s, maar ook om zijn uit één zin bestaande hoofdstukken van rond de twintig pagina’s. 

Dulce Maria Cardoso ging nog een stapje verder: haar indringende roman Violeta en de engelen beslaat één zin, waarin het leven van de hoofdpersoon aan haar stervende oog voorbijtrekt, wanneer ze ondersteboven in de gordel van haar verongelukte auto hangt.

Hoe lang je je zinnen maakt, hangt dus af van wat je beoogt met je uitleg of bewering of betoog of overpeinzing of richtlijn of oproep of ontboezeming of verzuchting of aanklacht of – en dan kom ik uit bij de literatuur – onzalige en bij voorbaat tot mislukken gedoemde poging de wereld te vatten. Dat een overheidsinstantie de zaak beknopt moet houden, lijkt me logisch, maar het is iets anders als je je besef van en kijk op die wereld wilt verwoorden. Soms kan dat staccato, soms elliptisch, soms (vaak? meestal?) alleen door de gelaagdheid van hoofd- en bijzinnen. Met alle gevolgen van dien, want gelaagdheid sluit niet alleen de laaggeletterden, maar de overgrote meerderheid van (niet-)lezers buiten. Met niet te veel andere woorden: gelaagdheid is elitair en anti-inclusief.

Weg dus met de literatuur! 

Doem-me a cabeça e o universo.
Mijn hoofd en de wereld doen zeer.
Fernando Pessoa 

Um novo sol já vai raiar.
Een nieuwe zon zal stralen.
Vinicius de Moraes

Foto Ana Carvalho

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*


Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.