Edilson Pantoja – Adeleine

De gedachten van schrijver en filosoof Edilson Pantoja (1968) zijn, net als hijzelf, geboren in Capanema, een kleine stad in het Braziliaanse Amazonegebied. Ze bestaan uit herinneringen en fantasieën, waarop vrijwel alle cultuur uit het gebied drijft. Natuurlijke invloeden worden verpersoonlijkt, worden personages in mondelinge vertellingen. De afstanden maken het moeilijk, zelfs onmogelijk, cultuur uit andere, en dan bedoel ik “stadse”, gebieden over te nemen. En dat begint al in de kinderjaren van de mensen die in het gebied wonen. Een afgebroken tak wordt een poppetje, een plastic tasje vol vodden een bal. Fantasie is nodig voor praktische oplossingen en wordt een geaccepteerde denkwijze. 

Verder is er dan ook niets, niets dan het imaginaire, de verbeelding. Een verbeelding die simpele, schijnbaar nutteloze zaken veranderen kan in nuttige dingen. Die dingen dan, zijn het product van verbeeldingskracht maal gebrek. Van wat Pantoja – uiteindelijk – Adeleine noemt. 

Het is een bekend gegeven, het is dat schilderij waarop Magritte zegt “Ceçi n’est pas un pipe”, terwijl we op het doek toch heel duidelijk een pijp zien afgebeeld. Maar wat gaat een filosoof als Pantoja denken wanneer alles “geen pijp” is, maar slechts de weergave daarvan? Wat als alles in gebreke is, niet meer dan schijn, zoals een fata morgana in de woestijn … Een luchtspiegeling bezield door natuurlijke fenomenen waardoor de spiegeling leven lijkt te krijgen. Die geesten doen ontstaan en mogelijk zelfs …. God?


WOESTIJNEN, GEESTEN… GOD (lol!)

– Waar schrijf ik over? –

We hebben het minimale beschikbaar, net genoeg om ontkenning waar te nemen en ernaar te handelen. Een precaire daad. Altijd voorlopig en eenzaam. Al dit toneelspel, deze correspondentie (altijd zonder de leegte die de ontkenning opent), drukt zich uit als fantaseren. Niets meer dan dat, ondanks de schijn en de eigenschappen die het aanneemt. Fantasmagorieën. Ook God, ook het Absolute. Ik heb deze ontkenning en deze leegte veel namen gegeven. Op een gegeven moment (“Vertigo and Significance”, een kleine serie fragmenten die ik altijd al wilde verbeteren en nooit deed), riep ik “NEE“; het fantaseren dat hieruit voortkomt, noemde ik in diezelfde serie “pogingen tot ja“.

Op een ander moment (in “De Steen van Babel“) noemde ik dit “WOESTIJN“. En daar, in die roman waarin ik veel tekortkomingen zie, maar waar ik ook van houd als van een dierbare zoon, en die volgens mij op iedereen van toepassing is, vond ik een eenvoudige en ongebruikelijke naam om zowel ontkenning als leegte aan te duiden, net als de impuls om te fantaseren, net als die kwetsbaarheid (verschillende namen voor een zelfde fenomeen): ADELEINE.

Maar wie zegt dat Adeleine deze elementen benoemt, verarmt haar. Ze is veel meer. Eén van de personages zegt: “Adeleine is alles!” Adeleine geeft ons houvast en neemt die weer van ons af, als een kat-en-muisspel. Zo zet het onze geesten in beweging. Zo laat het ons rollen spelen. Zo bevolkt en ontvolkt het onze woestijn. Zo verjaagt het onze fantasieën, die hongerige kraaien die we naar ons beeld en gelijkenis maken.

Ik ben van plan om nog een boek te maken dat bestemd is voor de zonsondergang: DE VOGELVERVANGER.

Vertaling Jan Oldenburg
Foto Ana Carvalho

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*


Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.