João Gil, Rui Veloso – De gekken van Lissabon

In Reis naar het einde (Conhecimento do Inferno) beschrijft António Lobo Antunes zijn ervaringen als psychiater in de inrichting Hospital Miguel Bombarda: een hel haast erger nog dan de oorlog in Angola. Een paar van zijn patiënten heb ik ontmoet in het restaurant waar hij jarenlang tussen de middag at, andere ‘gekken’, uit de dependance in Alto de Santo Amaro, zag ik in de jaren ’80 rondlopen in het parkje tegenover ons appartement. Gehuld in afgedankte luchtmachtjasjes. Een van hen viel me in het bijzonder op tijdens de hectische dagen voor de zoveelste verkiezingen: ‘Het mooist vond ik nog een van de “gekken” die altijd door het parkje struinen, die een bruine deken om had gehangen en als een Romeinse consul liep te orakelen en om sigaretten en geld bedelde.’ (Licht op Lissabon, blz.192) Dat bedelen was meer afdwingen dan smeken. Onlangs hoorde ik het lied Loucos de Lisboa, (‘De gekken van Lissabon’) van João Gil, gezongen door Rui Veloso, en verdomd, daar was hij, vereeuwigd door de zanger uit Porto. En als hij het niet was, was het een van de vele anderen met chaos in het brein.


De Gekken van Lissabon

Hij kwam vaker het café in als ik daar zat,
zijn stem had het talent van de bedelaar,
soms ving hij, behalve een saf hier en daar,
een kop koffie van iemand die meelij had.

Zijn handen en ogen dezelfde kleur grijs,
net als het kloffie waarin hij rondliep,
als hij ging boog en bedankte het typ
met een glimlach als een liefdesbewijs.

Met de gekken van Lissabon maak je ineens mee
dat de wereld andersom draait
en de rivieren ontspringen in zee.

Op zekere dag draaide in de bioscopen
een film uit dat ene gekkenhuis,
waar je het vergeten typ in dwangbuis
als hoofdpersoon in zijn getto zag lopen.

We kochten een kaartje om de film te zien
met dat ene personage breed op het doek,
zijn gezicht kapot en op zijn lippen een vloek,
daarom kwam hij niet, hij was niet clean.

Met de gekken van Lissabon maak je ineens mee
dat de wereld andersom draait
en de rivieren ontspringen in zee.

Het café kreeg steeds nieuwe klanten
en wij hebben kalenders omgedraaid,
we groeten van ver onze gek die gehaaid
hen aanspreekt die er nu lanterfanten.

Het is altijd dezelfde blik en hetzelfde air
van iemand die zijn zwerversdagen niet telt
en vanaf de plek waar hij zit zonder geld
kusjes naar meisjes werpt, met veel flair.

Met de gekken van Lissabon maak je ineens mee
dat de wereld andersom draait
en de rivieren ontspringen in zee.


Loucos de Lisboa

Mudámos muita vez de calendário
Como o café mudou de freguesia
Deixámos de tributo a quem lá pare o louco
A fazer-lhe companhia

É sempre a mesma pose o mesmo olhar
De quem não mede os dias que vagueiam
Sentado lá continua a cravar beijinhos
Às meninas que passeiam

São os loucos de Lisboa que nos fazem duvidar
A terra gira ao contrário
E os rios nascem no mar

Parava no café quando eu lá estava
Na voz tinha o talento dos pedintes
Entre um cigarro e outro lá cravava a bica
Ao melhor dos seus ouvintes

As mãos e o olhar da mesma cor
Cinzenta, como a roupa que trazia
Um gesto que podia ser de amor sorria
E ao partir agradecia

São os loucos de Lisboa que nos fazem duvidar
A terra gira ao contrário
E os rios nascem no mar

Um dia numa sala do quarteto
Passou um filme lá do hospital
Onde o esquecido filmado no gueto entrava
Como artista principal

Comprámos a entrada para a sessão
Pra ver tal personagem no ecran
O rosto maltratado era a razão dele
Não aparecer pela manhã

São os loucos de Lisboa que nos fazem duvidar
A terra gira ao contrário
E os rios nascem no mar

Vertaling Harrie Lemmens
Foto Ana Carvalho

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*


Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.