In memoriam: Nuno Júdice (1949-2024)

Op 17 maart jl. overleed een van Portugals belangrijkste hedendaagse dichters, Nuno Júdice (1949, Mexilhoeira Grande). In een eerbetoon omschrijft president Marcelo Rebelo de Sousa hem als “een unieke stem in een overgangsperiode in de Portugese poëzie, tussen de experimentele tendens in de jaren zestig en de meer alledaagse toon vanaf de jaren tachtig”. Om hem te gedenken, publiceren we hieronder nogmaals zijn gedicht ‘Het licht van Lissabon’, voorafgegaan door een korte inleiding.

Nuno Júdice debuteerde in 1972 met A noção de poema (‘Het begrip gedicht’). Dit was het begin van een overweldigende stroom poëziebundels, proza, theaterstukken en essays, want Nuno Júdice is erin geslaagd zijn academische carrière te combineren met een zeer productief schrijverschap, waarvoor hij verschillende prijzen heeft ontvangen, zowel in Portugal als daarbuiten. 

Zijn werk is in opvallend veel talen vertaald, waaronder het Grieks, Chinees en Arabisch. In het Nederlands verschenen ‘Recept om blauw te maken’ (1998) en ‘De emotie in kaart gebracht’ (2006), bezorgd en vertaald door August Willemsen. Zijn meest recente werk is Uma colheita de silêncios (Leya, 2023).

“Onverwachte wendingen in de schijnbaar achteloze verteltrant van Júdice dwingen je tot herlezen en nadenken. Hoe verder je in een gedicht komt hoe dieper de dichter je in een andere werkelijkheid trekt.” (Biblion recensie, Albert Hagenaars)


Het licht van Lissabon

Het licht doorkruist mijn kamer tussen
de twee ramen, en het is altijd hetzelfde licht, hoewel 
aan de ene kant – waar de zon nu staat – het westen is en aan de andere
– waar de zon eerder stond – het oosten. In mijn kamer
komen west en oost tezamen, en het is dit 
licht dat misleidend is voor het oog, dat niet weet wanneer
het eerste licht komt. Dan kijk ik naar de lijn
die door de ruimte tussen de twee ramen loopt,
en begin noch einde lijkt te hebben; en
vervolgens trek ik die lijn naar me toe
de kamer in, en rol haar op, als kon ik er
de beide uiteinden van de dag mee vastbinden
aan de middag, zodat de tijd stil zou komen
te staan tussen twee ramen, op het westen
en op het oosten, tot de draad weer
wordt afgewikkeld, en alles
van voren af aan begint.

A luz de Lisboa

A luz atravessa o quarto entre
as duas janelas, e é sempre a mesma luz, embora
de um lado seja o poente – onde está o sol, agora – e do outro
o nascente – onde o sol já esteve. No quarto
juntam-se poente e nascente, e é esta
luz que confunde o olhar, que não sabe em que
hora se situa a luz primeira. Então, olho a linha
que percorre o espaço entre as duas janelas,
como se não tivesse princípio nem fim; e
o que faço é puxar essa linha para dentro
do quarto, e enrolá-la, como se me
pudesse servir dela para atar as duas extremidades
do dia ao meio-dia, e deixar que o tempo fique
parado entre duas janelas, a poente
a nascente, até que o fio se volte
a desenrolar, e tudo
recomece.

[A Matéria do Poema, 2008]

Vertaling Marilyn Suy
Foto Ana Carvalho
[Dit gedicht verscheen eerder in Zuca-Magazine op 23 december 2019]

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*


Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.