Zon & Zeer – Ce ne sont pas les mots

Door Harrie Lemmens


Ce ne sont pas les mots, c’est le visage que compte,’ zegt de Rijsselse zoon van pied-noirs in het door Fransen gedreven restaurant aan de Rua Braamcamp, terwijl hij zijn vierjarige dochter wegplukt die ons op haar iPad aanschouwelijk maakt hoe je tandplak van het glazuur vijlt, maar gelukkig hebben we toch ook woorden – op gezichten raak je voor je het weet uitgekeken.

Samen met zijn Belgisch-Portugese vrouw wil hij in haar geboortedorp (‘Een hel, wat was ik blij toen ik dat achter me had gelaten! Nu moet het ons paradijs worden…’) een ruraal hotel beginnen. In de buurt van Nelas – toevallig (?) de plaats waar we een week geleden zijn geweest ter voorbereiding van een fototentoonstelling van Ana gewijd aan António Lobo Antunes. Het nabijgelegen gehucht Lapa de Lobo is de voormalige woonplaats van zijn grootouders van moederskant en in een prachtig verbouwd huis met veel graniet en roodbruin ijzer is sinds tien jaar een stichting gevestigd die zich onder andere met zijn werk bezighoudt.

Een uur voor deze ontmoeting zijn we na een autorit vanuit Porto die vanwege een volledig uitgebrande flixbus twee uur langer heeft geduurd dan normaal voor de zoveelste keer thuisgekomen in Lissabon, voor verhalen en ontmoetingen. En het licht! Nu regent het, maar de zon schijnt door vertellende gezichten.

De volgende ochtend zitten naast ons aan het ontbijt twee lange Duitse Mädels met de erotische uitstraling van een straatlantaarn. (Ana moet meteen denken aan haar aankomst als studente in Leipzig in 1975, hartje DDR-tijd dus: ‘Willkommen. Koffer aufmachen bitte!’) De halve meter hoge stokoude Chinese dame van twee jaar geleden schuifelt opnieuw door de foyer en de cheffin van het ontbijt belooft later deze week te vertellen over dingen die voorbijgegaan zijn in haar ruim dertigjarige carrière – liefst smeuïge. On verra.

Lobo Antunes’ laatste roman, De omvang van de wereld, waarin een oude industrieel terugblikt op zijn leven, speelt zich voor een deel af in een dorp dat verwijst naar Lapa do Lobo: ‘(…) denkend aan de genetkatten met hun hemelboogogen die de helling voorbij de fabriek afkwamen, en ’s winters merkte je soms bij het vallen van de avond dat ze er waren door de opwinding van de honden en het bange getok van de kippen, lieve deugd wat heeft het toch lang geduurd voor ik het dorp uit me weg had weten te halen, alsof je je ziel uittrekt en niet langer heimwee hebt naar koolstronken en hagedissen, als je ’s avonds naar de straat vol restslierten van dromen tuurde die in de bomen bleven hangen en door de voorjaarsregen verbleekt werden, en geen karren of schaapskudden of honden, alleen wat lichtjes en mensen, en ik leek zo sterk op mijn vader dat ik zijn en mijn eenzaamheid soms met elkaar verwar, ik in mijn kantoor en hij op zijn hurken onder de mispelboom, wie van ons tweeën keek af en toe op de gang het dienstmeisje na om vervolgens door te lopen met een glimlach waarvan ik niet wist dat we die hadden (…)’

Doem-me a cabeça e o universo.
Mijn hoofd en de wereld doen zeer.
Fernando Pessoa 

Um novo sol já vai raiar.
Een nieuwe zon zal stralen.
Vinicius de Moraes

Foto Ana Carvalho

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*


Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.