Peter Daerden – Revolutie in Rio

‘Een wervelende reis door het leven van een vergeten Belgische avonturier, revolutionair en cultschrijver’, zo luidt de tekst op de achterflap van de biografie die Peter Daerden schreef over Conrad Detrez (1937-1985), die in 1962 de deur van het Leuvense priesterseminarie achter zich dichttrok en naar Brazilië reisde. Daar mengde hij zich naar verluidt vol overgave in de strijd tegen de dictatuur. Een markant figuur, die met zijn boek L’Herbe à brûler (‘Dor gras’) in 1978 een van de belangrijkste Franse literaire prijzen won en een leven leidde ‘om wel tien boeken mee te vullen’. Eén boek is alvast een feit: Revolutie in Rio, dat in de zomer van 2023 uitkwam bij uitgeverij Tzara en in een recensie op het literaire platform Pas Uit werd omschreven als een zeer lezenswaardige ‘enerverende levensgeschiedenis tegen het decor van (mislukte) wereldrevolutie’. Hieronder een fragment.


Op 14 juli 1962 stapte een tengere jongeman de loopplank van de Charles Tellier op. Hij mat ongeveer een meter zeventig, had glanzend zwart haar en een even bedachtzame als dromerige blik in de ogen. Welbeschouwd leek de vijfentwintigjarige nog een halve knaap. 

De Antwerpse haven was het vertrekpunt van zijn eerste zee­ reis. De fiere Charles Tellier, die plaats bood aan meer dan vier­ honderd opvarenden, rust al een paar decennia op het kerkhof van afgedankte schepen. Alleen menukaarten met reproducties van Monet en Degas, voor een habbekrats te koop op het internet, roepen nog iets van de sfeer van het toenmalige leven aan boord op – een leven dat onherroepelijk zou uitdoven door de democra­tisering van de luchtvaart. Het valt moeilijk voor de geest te halen wat een dynamische oceaanstomer dit in 1962 was, die alleen al door de namen van zijn Zuid­Amerikaanse aanlegplaatsen – Rio de Janeiro! Santos! Montevideo! Buenos Aires! – een parfum van exotisme en avontuur droeg. 

Wie hield hem gezelschap tijdens deze trans­-Atlantische over­ steek? De jonge reiziger ontmoette enkele landgenoten die ge­vlucht waren uit het twee jaar eerder onafhankelijk geworden Congo. Die Belgen wilden in São Paulo (de deelstaat, niet de stad) een landbouwnederzetting stichten om het koloniale avon­tuur, onder vergelijkbare omstandigheden maar in een ander systeem, een tweede adem te geven. De succesvolle Nederlandse kolonie Holambra, die al sinds 1948 bestond, stelden ze daarbij als voorbeeld. Nog geen jaar eerder waren de eerste Belgische ge­zinshoofden uit Antwerpen vertrokken, eveneens met de Charles Tellier. ‘In Brazilië komt een stukje Benelux’, had de Volkskrant met enig aplomb geschreven. In werkelijkheid leidden een ver­keerd gekozen locatie met veel te zandige gronden, wanbeheer en algehele onaangepastheid tot een fiasco. Niet veel later zouden veel teleurgestelde landbouwers dezelfde route afleggen in omge­keerde richting. Alleen enkele verweerde gebouwen en een hand­ vol Vlaamse en Waalse achternamen in het Braziliaanse Botucatu herinneren vandaag aan het Congolese paradijs dat er nooit kwam. 

Toen de pakketboot in Vigo en vervolgens in Lissabon aan­ legde, raakte hij gevuld met passagiers uit de mediterrane wereld. Die waren doorgaans armer, ze hadden have en goed achtergelaten zonder enig contract of werk in het vooruitzicht, hopend op een toekomst die meer geluk zou brengen. De jongeman merkte dat deze reizigers zich anders gedroegen dan de Noord­-Europeanen op het schip. Ze begaven zich minder in het mondaine cruiseleven maar waren vaak aanwezig tijdens de dagelijkse mis aan dek. Zo maakte hij kennis met een uitstervend ras, de laatste generatie economische emigranten die niet naar maar uit Europa vluchtten. 

Hoe verschillend in rang en stand al deze passagiers ook wa­ren, ze hadden één ding gemeen: ze braken met hun verleden en gingen een onbekende wereld tegemoet. Twee eentonige weken op de Atlantische Oceaan dwongen hen terug te kijken op hun oude leven of vooruit te blikken naar het nieuwe. Op 31 juli voer hun schip een decor binnen dat feeëriek mooi was. De Charles Tellier moest langs een aantal uit het water oprijzende pieken la­veren. Sommige van die rotsklompen, zo had de passagier uit Bel­gië geleerd, waren bekleed met poëtische namen. Op de Corco­vado of ‘bochel’ pronkte sinds 1931 een reusachtig Christusbeeld in art­decostijl. De Pão de Açucar had de vorm van, inderdaad, een suikerbrood. 

De Baai van Guanabara was jaren eerder al op onvergelijkelijke wijze beschreven door de Franse etnograaf Claude Lévi­-Strauss. Toen die Rio de Janeiro in 1935 in een soort tropenmist binnen­ voer, had hij niet eens veel oog voor de beroemde rotsen. Hij raakte vooral bedwelmd door de koelte en de geuren die hem vanuit de vegetatie, de zich aan de ronde bergen vastklampende wouden, bereikten. Die vegetatie bracht al een soort fysiek con­ tact tot stand nog voordat hij het land betreden had. Het was de voorafspiegeling van een continent.

In dit kortstondige niemandsland – mentaal weg van de Oude, maar nog niet aan wal in de Nieuwe Wereld – kwamen ongetwij­feld veel vragen naar boven. Waaraan dacht de jongeman die, zonder begeleider aan zijn zijde en slechts met een minimum aan levensbagage op zak, zo vastberaden de oceaan was overgesto­ken? Wie zou hij hier allemaal ontmoeten? Welke toekomst lag voor hem uitgestippeld? 

Het aanmeren van de Charles Tellier moet ongeveer verlopen zijn zoals Detrez het in L’Herbe à brûler beschreven heeft. Het vaartuig bleef enkele honderden meters van de kade liggen, poli­tieboten kwamen in konvooi aangevaren, een officier klauterde langs de touwladder omhoog en verdween in de kajuit. Na de controle zette het schip zich weer in beweging in de richting van een aanlegsteiger. Daar stonden familieleden en vrienden van de passagiers zwaaiend te wachten.

Detrez werd verwelkomd door een Belgische priester. Volgens de planning zou hij leraar worden in een katholiek college in Governador Valadares, een stad in de landinwaarts gelegen deel­ staat Minas Gerais. Zowat het eerste wat hij vernam was dat die afspraak niet doorging. Nauwelijks aan wal leek zijn Braziliaanse droom al uiteengespat. 

Over wat daarna gebeurde heeft Detrez twee versies de wereld ingestuurd. In een interview met een Braziliaans blad vertelde hij in 1978 dat hij in Rio naar het Seminário São José getrokken was. Daar hadden ze naar zijn verhaal geluisterd en hem een plaats in de stad Volta Redonda aanbevolen. Maar in een brief aan het thuisfront – kort na de gebeurtenissen geschreven – legde Detrez uit dat hij diezelfde dag nog door een wel zeer opmerkelijk toeval in een restaurant een vertrouwd gezicht had gezien. De Rotter­damse priester Nicolaas van Veen, eenenveertig jaar oud, was een halfjaar eerder naar Brazilië vertrokken. De Nederlander werkte als missionaris in de stad Volta Redonda en gooide het op een ak­koordje met Detrez om hem daarheen te vergezellen.


Revolutie in Rio

Peter Daerden
Uitgeverij Tzara, 2023
408 blz.
ISBN: 9789022340301

 

 

Foto Ana Carvalho

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*


Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Meer informatie over hoe uw reactiegegevens worden verwerkt.