Zon & Zeer – Brief

Door Harrie Lemmens

Beste Itamar,

Door je boek Torto Arado ben je een successchrijver geworden in je land Brazilië. Ook wij hebben erover en eruit gepubliceerd. Geen dank, graag gedaan. En toen werd je boos op mij. Via Facebook, hoe anders?

Toen je instemmend verwees naar een column van een landgenoot van je, waarin deze de term of het begrip o povo negro bezigde, vroeg ik je wat er eigenlijk precies verstaan wordt onder die term of dat begrip, het zwarte volk. En of er dan ook zoiets bestaat als het blanke (of witte, zoals hier te lande geschreeuwd wordt) volk. En het rode volk, en het gele volk. En wat voor kleuren de goddelijke Zwitserse fabrikant Caran d’Ache nog meer in de rassendoos heeft zitten. Toen werd je dus boos.

En je schreef me via Messenger, de postbode van Facebook: ‘Onder zwart volk worden alle groepen begrepen die uit Afrika onder de Sahara werden weggehaald en verhandeld door Europeanen en die tot slaaf werden gemaakt in Amerika. Zo benoemen wij onszelf. Wij allen erfgenamen van de misdaad die kolonisatie heet. Tot op de dag van vandaag dragen wij die open wond in onze lichamen, want hij wordt steeds weer opengereten door een staat die ons onderdrukt. Maar voor jou, die dit niet zelf ondervindt, is het moeilijk te bevatten waarom het gaat.’

Je was boos, en dat wist ik omdat je je brief afsloot met, en ik citeer weer: ‘Um abraço, Lemmens.’ Oftewel, ‘de groeten, Lemmens.’ Een Braziliaan zal zich normaal gesproken nooit tot iemand richten via uitsluitend de achternaam. Dat doet een Braziliaan alleen als hij boos is. En je was boos.

Ik heb je geantwoord: ‘Oké, ik snap het. Ik weet niet waarover het gaat en ik kan ook niet weten waarover het gaat. Dus houd ik mijn mond.’

Tot zover onze Messengerwisseling.

Sta me toe dat ik mijn mond toch niet houd. 

Slavenhandel was en is een misdaad. Waar en met en door wie dan ook. En bij dat laatste wringt de schoen een beetje. Net zoals in ons huidige opgewonden gil- en krijsgewricht de diversiteit van de menselijke huidkleuren wordt teruggevoerd tot een zwart-wit-tegenstelling, zonder duidelijke omschrijving van die twee vormen (vandaar mijn vraag aan je), bestaat slavernij in steeds sterkere mate ‘slechts’ (de aanhalingstekens uiteraard omdat het om een misdadig grote omvang gaat) uit de Trans-Atlantische slavenhandel.

Om het wrang te stellen, Itamar, je mag je gelukkig prijzen dat je boos kunt worden om onrecht dat je voorouders werd aangedaan. Jouw voorouders mochten en konden voortbestaan. Begrijp me goed, onder onvrije en soms erbarmelijke omstandigheden die een weldenkend mens alleen maar kan afkeuren. Maar ze konden leven en kinderen krijgen, die nu in vrijheid leven, ook al is die vrijheid bij lange na niet ideaal, als Brazilianen en Amerikanen. Zoals jij. De slavernij, hoe abject ook, was geen vorm van volkerenmoord, van genocide, hoeveel Afrikanen ook de dood vonden op de schepen en de plantages. Of op de vlucht.

Hoe anders is het gesteld met de slavenhandel door de Sahara, waarbij grofweg tussen 700 en 1900 zeventien miljoen Afrikanen door Arabieren werden ontvoerd en abtransportiert naar de Arabische en Aziatische wereld. Van die Afrikanen is niets overgebleven en waarom niet? Omdat, zo leert mij de Senegalese antropoloog Tidiane N’Diaye in zijn ook in het Portugees (en helaas en vreemd genoeg niet in het Nederlands) vertaalde boek Le Génocide Voilé, de mannen na hun ontvoering in groten getale werden gecastreerd (eunuchen). Dat kun je volkerenmoord noemen. Handig van die Arabieren, want zo kan niemand excuses eisen voor onrecht dat voorouders werd aangedaan.

Het lijkt me geen slecht idee, beste Itamar, jij die nu beroemd bent en in vrijheid kunt leven, om niet alleen boos te worden op mij als ik een vraag stel (en behalve verhit te reageren ook in alle rust na te denken over die vraag), maar ook om het lot van de ongeboren nakomelingen van alle Afrikanen die alles echt aan den lijve hebben gevoeld, die werkelijk hebben geleden. Eigen je hun leed niet toe en monopoliseer het niet. Lees Tidiane N’Daiaye, je kunt het bestellen bij uitgeverij Gradiva in Portugal, dat verwerpelijke land van slavendrijvers. O Genocídio Ocultado.

Een kort citaat daaruit, waarin een Nigeriaanse vorst in een brief aan de sultan van Egypte verbitterd schrijft: ‘Arabische stammen hebben ons hele land geplunderd. Ze hebben vrije mensen van ons gevangengenomen en weggevoerd alsof het koopwaar was.’

Doem-me a cabeça e o universo.
Mijn hoofd en de wereld doen zeer.
Fernando Pessoa 

Um novo sol já vai raiar.
Een nieuwe zon zal stralen.
Vinicius de Moraes

Foto Ana Carvalho

1 Reactie op Zon & Zeer – Brief

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.