Zon & Zeer – Tandenstokers

Door Harrie Lemmens

Het was warm, erg warm, zeg maar heet, dat middaguur in Penacova, lieflijk plaatsje gelegen aan de Mondego tussen Santa Comba Dão, waar Salazars wieg stond, en Alma Mater Coimbra. Bekend om de ambachtelijke (met de hand!) vervaardiging van palitos, ‘tandenstokers’, de redding van ieder brokkelig gebit na weer een copieuze maaltijd. Zoals daar in Penacova, in een tasca waar we soelaas zochten voor zon en honger.

Uma salada espectacular.’ Zo prees de jongeman die opdiende enthousiast zijn tonijnsalade de hemel in. Je moet oppassen met woorden. Ze kunnen soms door hun overdrijving het omgekeerde effect sorteren van wat ze beogen. Het gebeurt vaak in romans, met name wanneer de auteur het rempedaal niet kan vinden in de beschrijving van vrouwelijk schoon. ‘Magnifieke benen’ heet het dan bijvoorbeeld. Goed en lekker was de salade zeker, spectaculair allerminst. Spectaculair was wel de aanprijzing, die ons sindsdien als een mantra begeleidt. 

Een ander middaguur, heter, veel heter, onmenselijk heet, in Sevilla, de stad van Saramago’s weduwe Pilar del Rio. Na het nuttigen van een hemelse Sevillaanse ossenstaart moest ik de aardse vezels tussen mijn tanden uithalen en ik wenkte de jonge serveerster met een stel magnifieke benen onder… sorry, in een korte zwarte jurk om tandenstokers te brengen. Maar hoe heten die dingen nou in het Spaans? Het enige wat ik kon bedenken was banderillas, de puntige stokken die de stier die ik zojuist had genuttigd voor zijn wrede dood tot het uiterste hadden getergd. Ze vertrok geen spier van haar gezicht, zei ‘Sí señor’ en kwam even later terug met een wijnglas vol palillos. Soms lukt het om met woorden die niet kloppen toch te zeggen wat je bedoelt.

En een derde middaguur, druilerig nat in Porto, in een van die restaurants waar de traditie groots is, de kelners snel en gevat hun werk doen en de gerechten het predicaat paradijselijk spectaculair verdienen. Na het lucullische almoço hadden mijn kiezen uiteraard een tandenstoker nodig en ik vroeg onze persoonlijke tafelbediende of hij palito’s had. ‘Tem palitos?’ Waarop de man met een glimgrijns riposteerde: ‘Espero que não’, ‘Ik hoop het niet.’ Inderdaad, je moet oppassen met hoe je woorden gebruikt. Ik had hem onbedoeld gevraagd of zijn vrouw hem ooit horens opgezet, oftewel bedrogen had.

Doem-me a cabeça e o universo.
Mijn hoofd en de wereld doen zeer.
Fernando Pessoa 

Um novo sol já vai raiar.
Een nieuwe zon zal stralen.
Vinicius de Moraes

Foto Ana Carvalho

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.