Fernando Pessoa – Hij die al weldoende rondtrok

Ter gelegenheid van 30 november, de sterfdag van Fernando Pessoa, publiceren we zijn korte aanvulling op het Nieuwe Testament uit de verhalenbundel A Estrada do Esquecimento, ‘De weg van vergetelheid’, samengesteld door Ana Maria Freitas.

Het was avond en Hij was alleen.

En Hij zag in de verte de muren van een stad en liep naar de stad toe.

En toen Hij dichterbij kwam, hoorde Hij in de stad uitgelaten lawaai van voeten en de waanzinslach van het genot. En Hij klopte op de poort en enkele wachters deden open.

En Hij zag een huis dat van marmer was met fraaie marmeren zuilen ervoor. Aan die zuilen hingen slingers en binnen en buiten brandden cederhouten toortsen. En Hij ging naar binnen.

En toen Hij door de calcedoon- en de jaspiskamer heen was gelopen, en voet had gezet in de grote banketzaal, zag Hij daar op een purperrode divan iemand liggen wiens haar gewassen was met rozenwater en wiens lippen paars zagen van de wijn.

En Hij stapte naar hem toe en tikte hem op de schouder en sprak: ‘Waarom leeft gij zo?’

En de jongeling keek naar Hem op en herkende Hem, en hij antwoordde: ‘Maar ik was toch ooit melaats en toen hebt Gij mij genezen. Waarom zou ik dan nu niet zo leven?’

En Hij verliet het huis en keerde terug naar de straat.

En kort daarna zag Hij een vrouw wier gelaat en gewaden geverfd waren en aan wier voeten paarlen schitterden. En achter haar aan sloop, traag als een jager, een jongeling in een tweekleurige mantel. Welnu, het gelaat van de vrouw was als het schone gelaat van een afgod en de ogen van de jongeling fonkelden van wellust.

En Hij stapte snel naar de jongeling toe, greep zijn hand en sprak: ‘Waarom staart ge zo naar die vrouw en op zo’n manier?’

En de jongeling draaide zich naar Hem om, en hij herkende Hem, bleef staan en zei: ‘Maar ik was vroeger toch blind en toen hebt Gij mij het zicht in mijn ogen gegeven. Wat wilt Ge dat ik anders daarmee doe dan kijken?’

En Hij rende naar de vrouw en trok aan haar kleurrijke gewaden en sprak tot haar: ‘Kunt ge geen ander pad bewandelen dan het pad van de zonde?’

En de vrouw draaide zich om en herkende Hem, bleef staan en zei: ‘Maar Ge hebt mij toch zelf mijn zonden vergeven en dit pad is aangenaam.’

En Hij verliet de stad.

En toen Hij buiten de stad was, zag Hij aan de kant van de weg een jongeling zitten die huilde.

En Hij liep naar hem toe, raakte zijn lange haar aan en sprak tot hem: ‘Waarom huilt gij?’

En de jongeling sloeg zijn ogen op, herkende Hem en antwoordde: ‘Maar ik was toch ooit gestorven en toen hebt Gij mij teruggehaald uit het rijk der doden. Wat kan ik dan anders doen dan huilen?’

Vertaling Harrie Lemmens
Foto’s Ana Carvalho

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.