De ziel in het bloed – Ana Paula Maia

Door Maartje de Kort

Bij Zirimiri Press verscheen De ziel in het bloed van Ana Paula Maia, de vertaling door Maartje de Kort van De Gados e Homens uit 2013. Het is Ana Paula Maia’s vijfde boek en het eerste dat in het Nederlands verschijnt. Assim na Terra como embaixo da Terra, het boek dat ze erna schreef, werd bekroond met de Prêmio São Paulo de Literatura 2018.

Foto Ana Carvalho

Ana Paula Maia werd in 1977 geboren in Nova Iguaçu. Ze woont in Rio de Janeiro en schrijft sinds 2003. Haar naam vestigde ze in 2009 met haar derde boek, Entre Rinhas de Cachorros e Porcos Abatidos, over twee vrienden die werken als varkensslachter en hun verdiende geld vergokken bij hondengevechten. Met dat boek, dat ze in eerste instantie op internet publiceerde als ‘pulpfeuilleton’ (folhetim pulp) – een term geïnspireerd op Tarantino’s pulp fiction -, vond ze haar stijl en thematiek: krachtige vertellingen in weinig bladzijden, in onopgesmukte, beschrijvende en beeldende taal, over de relatie tussen man en werk, over uitzichtloze levens in werelden vol geweld en dood.

“Het is het uur van de krekels. De nacht komt eraan, omvat het firmament en verzwelgt de schemering. Een paar sterren zijn al zichtbaar. Edgar Wilson gaat naar de wasruimte in de barak. Hij wacht totdat hij alleen is met Zeca. Met de dolhamer, zijn instrument, raakt hij exact het midden van het voorhoofd van de jongen, die met hevige stuiptrekkingen op de grond valt en zacht kreunt. Edgar Wilson slaat een kruis voordat hij Zeca’s dode lichaam optilt en in een deken rolt. Er is geen druppel bloed gevloeid. Hij werkt schoon. En hij dumpt Zeca’s lichaam in de rivier, tussen resten bloed en ingewanden van vee, zodat het met het water, meegevoerd door de stroom, zijn weg zal vinden naar de zee.
Wanneer dat is volbracht, gaat hij naar de keuken van de barak en bakt hij de hamburgers. Samen met zijn collega’s verorbert hij de hele doos. Ze zijn gefascineerd. Je zou niet zeggen dat die heerlijk gekruide ronde plakken een rund zijn geweest. Niets in dat smakelijke hapje herinnert aan de verschrikking die erachter schuilt.” [blz. 19]

Ana Paula Maia noemt haar verhalen ‘oprechte leugens’. In haar fictie is geen plaats voor verzinsels, maar voor het echte leven dat ze beschrijft put ze ook nooit uit haar eigen leven. Liever onderzoekt ze ‘de ander’, die bij haar, heel consequent, altijd van het andere geslacht is en opereert op een terrein dat zelfs geen raakvlakken heeft met haar eigen leven. Al schrijvend begeeft ze zich in ruwe werelden die even wezenlijke als obscure onderdelen zijn van de samenleving: een strafkolonie, een kolenmijn, een crematorium, een abattoir…

Een abattoir is de wereld van De ziel in het bloed. Niet al te fijnbesnaarde maar daarom niet per se onmenselijke mannen doen er ruig en smerig werk dat normaal gesproken ver buiten beeld blijft – in het dagelijks leven van het gros van de mensen én in de literatuur. In die wereld worden mensen dierlijk tot beestachtig en krijgen dieren menselijke trekken.

Ondanks de geringe omvang van het boek schrijft Ana Paula Maia in De ziel in het bloed beheerst langzaam toe naar een mooie, magisch-realistisch aandoende ontknoping, die een extra dimensie geeft aan de maar al te realistische thematiek. Dat neemt niet weg dat ook die ontknoping ontleend is aan de werkelijkheid: een fait divers uit 2009 over suïcidale koeien in Zwitserland. Hetzelfde geldt voor een mooi in het verhaal geïntegreerde episode over Israëlische en Libanese koeien, die te herleiden is tot een incident uit datzelfde jaar aan de grens tussen Israël en Libanon.

“Edgar Wilson loopt de slachthal in, komt terug met een blikje gele verf en loopt met gebogen hoofd door naar de kraal, waar alle dieren nu bijeen zijn. Ze zijn nog steeds onrustig. Hij wandelt ertussen rond en observeert ze een voor een.
Aanvankelijk bespeurt hij geen enkel verschil en kan hij niet eens zien dat het om buitenlandse koeien gaat, maar hij is ervan overtuigd dat er op zijn minst een kleinigheid te ontdekken moet zijn. Hij fluistert en zet zijn voeten geruisloos neer, laat zich onderdeel worden van de kudde. Dan merkt hij drie koeien op die een beetje apart staan, met de koppen bij elkaar, alsof ze in gesprek zijn. Een vierde koe nadert en komt er net zo bij staan. Edgar Wilson loopt erheen en klapt in zijn handen om te zien of hij ze uit elkaar kan drijven, maar het viertal blijft bij elkaar. Hij probeert andere koeien bij het groepje te voegen. En hij verbaast zich over de kieskeurigheid. De koeien uit de grote groep stribbelen luid loeiend tegen.
Even laat Edgar Wilson zich afleiden door de avond, die nog jong is maar wel al duidelijk op weg naar een dode nacht zonder maan of sterren. Hij kan in stilte luisteren, zelfs wanneer anderen alleen maar zuchten of snuiven. Door het landleven is hij op de runderen gaan lijken. Als man die met vee omgaat, weet hij de angsten van die redeloze wezens in balans te brengen met de stuitende waan van wezens die zich hun meester voelen. Hij steekt twee vingers in het blikje verf en markeert de voorhoofden van het viertal dat zich afzijdig houdt.” [blz. 45-46]

Toen ik aan de vertaling begon, vreesde ik dat ik me ergens op de hoogte zou moeten gaan stellen van de slachthuisgeuren, -kleuren en -geluiden waar het boek me bij lezing al een indruk van had gegeven. Maar al snel begreep ik dat Ana Paula Maia zich vooral via internet informeert over de extreme, voor buitenstaanders vaak weinig toegankelijke werelden die ze in haar boeken opzoekt. Ik kon mezelf dus rustig harden met youtubefilmpjes – eerst vooral Nederlandse, ik was per slot van rekening op zoek naar Nederlandse bewoordingen, en vervolgens voor een goed begrip ook Braziliaanse. In die laatste ging het veel ongecensureerder en ruiger toe en ik belandde ook in hedendaagse rurale slachthuizen van het kaliber van ‘Abattoir De Stier van Milo’ uit het boek, waar wordt gewerkt op een nauwelijks gemechaniseerde en gereguleerde manier die in Nederland niet meer bestaat.

Voor slachthuisjargon kon ik me virtueel verdiepen in een prachtig Handboek voor de slager uit 1955, dat hier en daar voor veel geld antiquarisch wordt aangeboden maar gelukkig ook met al zijn achthonderd bladzijden op internet staat. Daarin worden op een aangenaam mens- en dierlievende toon alle kneepjes van het slagersvak uitgelegd, zodat ik er ook terechtkon voor de gehanteerde verdovingstechniek – het ‘bedwelmen’ is in De ziel in het bloed nog volledig handwerk.

Maar bewegende beelden zijn vaak de indringendste. Het verdoven was op elke plek, hoe steriel of smerig ook, en ongeacht de techniek, schokkend, telkens weer. De behandeling van het vee die eraan voorafgaat vaak ook. De volgende stappen in het slachtproces wenden daarentegen en konden zelfs zo curieus worden dat het leuk werd: ik zag fascinerende filmpjes van het schoonmaken van magen en darmen.

Als vertaler krijg je onderwerpen toegeworpen die je uit jezelf niet op je verlanglijst zou zetten. Ook deze vertaling heeft een wereld voor me geopend – een wereld waarvan ik me tevoren liever geen al te concrete voorstelling maakte. Ik neem het Ana Paula Maia niet kwalijk.

De ziel in het bloed
Ana Paula Maia
vertaald door Maartje de Kort
Zirimiri Press 2019
128 blz.
ISBN 978 94 90042 16 5

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.