De kunst van het stelen – Manuel da Costa (4)

De boel oplichten en belazeren lijkt in onze genen te zitten. Wat begon met linzensoep (‘Ook een bord?’ vroeg Jakob aan Ezau) kan inmiddels bogen op een eeuwenlange traditie van tillen, neppen en bedonderen, soms in de vorm van ongegeneerd jatten, soms geraffineerd verhuld door gladde praatjes en beste bedoelingen. ‘U hebt gewonnen in onze loterij, druk op de link en u bent binnen!’ gillen regelmatig e-mailtjes, in de wetenschap dat er altijd wel een nieuwsgierige vinger bereid is zijn computer over te leveren aan malversanten.

Al in de zeventiende eeuw waarschuwde de Portugese jezuïet Manuel da Costa tegen de grijpgrage klauwen van het grissende gespuis dat zoveel gedaanten aanneemt. Van laag allooi tot hoog sociaal gehalte. Van ganneferij tot geldzwendel. Van gemaskerde struikrovers tot goedgebekte bankmagnaten. In korte stukjes, zeg maar vroege columns, maakt hij de argeloze lezer attent op de diverse vormen van zwendel en knoeierij. Ze werden gebundeld in wat later een Portugese klassieker is geworden: Arte de furtar. In 2010 werd de Nederlandse vertaling, De kunst van het stelen, uitgegeven door Athenaeum-Polak & Van Gennep. Het nawoord kunt u hier lezen.

We vroegen Zuca Sardan om een aantal hoofdstukken uit het boek van een passende tekening te voorzien en Ana Carvalho koos een logo. Hieronder volgt deel 4. Deel 1, deel 2 en deel 3 verschenen eerder dit jaar.

4. Hoe je twintigduizend cruzado’s van de koning kunt stelen en nog eens zoveel kunt opeisen.

Het thema dat zich in dit hoofdstuk aandient is afschuwelijk. Iets stelen en vervolgens nog eens hetzelfde bedrag opeisen van de bestolene voor het werk dat het je heeft gekost om de diefstal op te zetten en de buit in je zak te steken! Het is een vorm die alleen maar in de school van Cacus wordt gepraktiseerd, stoutmoedig wordt gevonden en op vele manieren kan plaatsvinden. Laten we hier een voorbeeld geven dat het allemaal duidelijk maakt.

Stel een kolonel vertrekt op last van Zijne Majesteit naar een of ander gewest. Hij heeft twintigduizend cruzado’s op zak om een volledig infanterieregiment te vormen. Zijn staf kiest hijzelf uit, allemaal knechten van hem, zo gedienstig als spreeuwen, die alleen maar rondzwermen en kwetteren wat ze in de bek gelegd krijgen. Ze verschuilen zich in een boerderij van hem, waar nog nooit zoveel geboerd werd. Omdat het een lusthoeve is, doen ze zich twee of drie weken lang op andermans kosten te goed aan patrijzen, konijnen, geitjes, kippen, kapoenen, kalkoenen en speenvarkens. Degenen die het best kunnen schrijven noteren in een blanco schrift vijftienhonderd namen van soldaten die ze nooit hebben gezien, met de namen van dorpen en van ouders die nooit die zonen hebben voortgebracht; allemaal bekrachtigd met diverse handtekeningen, vaak in de vorm van een kruisje, om aan te geven dat de soldaat in kwestie niet kan schrijven, wat wel eens voorkomt.

Op die manier fabriceren ze een authentiek rekruteringsregister, dat van a tot z aan alle vereisten voldoet. Daar voegen ze dan brieven bij die ze even vrolijk zelf hebben geschreven, brieven die zogenaamd van de grenzen komen, vol woorden van dank voor het sturen van zulke heldhaftige soldaten, en met de mededeling dat ze hen onmiddellijk hebben verdeeld over verschillende kazernes die allemaal ernstig gevaar liepen, maar nu veilig zijn dankzij vijftienhonderd leeuwen. En dat meneer de kolonel nog lang moge leven om soortgelijke diensten te bewijzen aan koning en vaderland, die hem gepast zullen weten te bedanken en te belonen.

Met die kwitantiebrieven en een kasboek stappen ze naar het hof, waar ze Zijne Majesteit uitvoerig informeren over het vele werk dat ze hebben verricht, dat ze slechte dagen en nog slechtere nachten hebben doorgemaakt, dat ze gezweet en gezwoegd hebben en moesten opboksen tegen afkeer, smoesjes en gezeur van oude vaders, weduwmoedertjes en ongehuwde zusters. ‘Alle rijkdom van de wereld weegt niet op tegen dit werk, sire, en zelfs met de hoogste onderscheidingen kunt u ons niet betalen voor onze levering van vijftienhonderd bliksemschichten van Mars, vijftienhonderd wilde tijgers die wij voor u aan de grenzen hebben geposteerd en waaraan we vele duizenden cruzado’s uit eigen vermogen hebben gespendeerd, want de twintigduizend die u ons had laten geven waren uiteraard niet toereikend voor alle uitgaven op de wegen, berghellingen en heidevelden die wij afgelopen hebben, met slechte onderkomens en nog slechter voedsel.’ Zijne Majesteit ontvangt hen met de warmte van een vader, bedankt hen hartelijk voor hun werk en overlaadt hen, gul als hij is, met geld en benoemingen, vol vertrouwen in toekomstige ondernemingen. Tevreden en voldaan voegen zij er dan aan toe: ‘Het is ronduit geweldig, sire, als je ziet dat van al die voetsoldaten er niet één met tegenzin is gaan dienen, dankzij onze goede aanpak.’

Hieraan kunt u zien, waarde lezer, hoe je twintigduizend cruzado’s kunt stelen van de koning en er in één adem nog eens zoveel duizend van hem kunt eisen, aanvoerend dat hij je niet alleen moet betalen voor wat je hebt gedaan, maar ook voor wat je in zijn naam hebt uitgegeven. De soldaten bestonden slechts op papier, ze waren verzonnen en onzichtbaar; maar de twintigduizend cruzado’s waren klinkende munt, levensecht en niet betoverd. Het dienstbetoon was verdoezelde diefstal en daarvoor vragen en krijgen ze een vergoeding en een onmiskenbare beloning. Als die vergoeding en beloning niet snel genoeg komen, klagen ze en stellen ze eisen, tot ze voor hun plukarbeid meer krijgen dan ze voor ogen hadden toen ze eraan begonnen.

Naar dit en andere, soortgelijke gevallen wil ik sommige eerlijke lieden verwijzen die zich afvragen waarom de afhandeling van allerlei aanvragen zo lang duurt, zoals we elke dag meemaken. Ik geef toe dat het een slechte zaak is degenen die een verzoek indienen lang te laten wachten aan het hof, ver van hun huis, maar duizendmaal erger is dat iemand iets verzoekt waar hij geen recht op heeft. En nauwgezet onderzoek van iemands verdiensten vergt tijd, want er is dikwijls sprake van bedrog bij dit soort dienstverlening. Hoe vaak gebeurt het niet dat juist degenen die overladen met bewijzen van geweldig dienstbetoon terugkeren uit de koloniën en van de grenzen Zijne Majesteit het meest bestolen hebben en met alle geweld willen dat hij commanderijen en ambten van vele duizenden cruzado’s aan hen verleent voor de diefstal die ze daar hebben gepleegd en die naderhand wordt bewezen, in de achterhoede van hun lot, hopelijk afdoende om de batterijen valse verklaringen te verslaan die zij voorleggen in de voorhoede van hun verzoeken?

(Hoofdstuk 11)
Athenaeum-Polak & Van Gennep 2010
Vertaling Harrie Lemmens
Tekening Zuca Sardan
Foto Ana Carvalho

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.