Marco Mackaaij vertaalt zichzelf

Je zult maar uitgenodigd worden om een gedicht van jezelf naar je eigen taal te vertalen, een experiment voor het rariteitenkabinet van een respectabel Nederlands tijdschrift voor Portugeestalige literatuur. Eigen schuld natuurlijk, dan moet je maar niet in Portugal wonen en in het Portugees schrijven als geboren en getogen Nederlander, dat is ook raar. Maar ja, je belevingswereld emigreert met je mee, je wilt als onbekende vrije-tijdsdichter je verzen tenminste aan je vaste muze kunnen voorleggen – Querida, wat vind je ervan, gewoon deleten of toch maar doorschaven? – en wie weet word je nog eens uitgenodigd voor een locale poëzieavond met gratis wijn, dus het is nou ook weer niet mesjoche, iets om in geheime laden te verstoppen en moeilijk over te doen. Kortom, je neemt die uitnodiging gewoon aan en hoopt op het beste.    

Als we dan toch gaan experimenteren, dan maar met een gedicht over iets dat de meeste mensen, ongeacht hun nationaliteit (maar wel pas vanaf een bepaalde leeftijd), zullen herkennen: het onbehagelijke gevoel dat de wereld doordraait. Nou heeft die dat natuurlijk altijd al gedaan en dat is maar goed ook, dus je voelt je eigenlijk ook onbehagelijk bij je eigen onbehagen: verdomd als Camões niet gelijk had, je bent net die ouwe zeur uit de Restelo. Afijn, zoiets dus, verder staat er vooral wat er staat, het is geen hermetische hersenkraker. 

Dan nu de vertaling. Eerst maar over de stem, want die baarde me de meeste zorgen. Heeft u uzelf weleens teruggehoord op een geluidsopname? De eerste keer is dat altijd even schrikken. En heeft u uzelf weleens teruggehoord in een andere taal, het Portugees bijvoorbeeld? Dat is pas echt schrikken. Gek genoeg schrok ik nauwelijks toen ik voor het eerst de Nederlandse vertaling van mijn Portugese gedicht hardop voorlas. Het lijkt sprekend op mij, als ik het zo mag zeggen. Een hele opluchting. Aan de andere kant, dat viel ook eigenlijk wel te verwachten, niet voor niets is de titel van mijn laatste bundel  “Em segunda língua” (Tweedetaals). Vermoedelijk (ik heb het nooit wetenschappelijk onderzocht) blijft het Nederlands als een soort DOS onder mijn Portugees doorwerken, dus als ik WINDOWS uitschakel ben ik weer gewoon thuis bij mezelf in mijn moedertaal.      

Hoe goed een vertaling ook is, er gaat altijd wel wat verloren (al wordt er soms ook winst geboekt). Sommige dichters hebben daar moeite mee, met name als ze de vertaling kunnen lezen, hetgeen onvermijdelijk is wanneer ze een gedicht van zichzelf vertalen. Het voordeel is dan wel dat de vertaler de dichter dag en nacht kan doorzagen over netelige kwesties, totdat ze grommend overeenstemming bereiken. Bijvoorbeeld over het feit dat “Tratar com paninis quentes” een onvertaalbare woordspeling is op “Tratar com paninhos quentes”, dat zoiets als sussen betekent, zodat “sussen met warme paninis” dan misschien toch maar de minst slechte oplossing is. Of dat “sorriso amarelo” helaas vertaald moet worden als “valse glimlach”, omdat “gele glimlach” helemaal niets en “vergeelde glimlach” iets anders betekent in het Nederlands. Niets aan te doen, al is het wel jammer voor een gedicht dat zich afspeelt in zo’n vliegende kanariekooi van Ryanair. In het ergste geval, als de dichter echt ten einde raad is, dan kan ie aanbieden om van plaats te ruilen met de vertaler, tenminste als het origineel nog ongepubliceerd is. Vertalen is de beste manier om een gedicht kritisch te lezen, er blijft geen spaander heel van rotte plekken. Ik bespaar u de details, maar het eind van de eerste strofe is flink opgeknapt van de vertaling, zo goed als nieuw. Tenminste, naar de bescheiden mening van de dichter. 

Ryanair

Seis da manhã: dois destinos, um dia, zero bagagem – 
a esta hora até a alma pesa, quanto mais um portátil.
A música é de elevador a jacto, a alegre cor da cabine 
a dos canários engaiolados em minas de carvão.

Enfim, há que aproveitar o que há: uma breve viagem.      
Tratar a falta de sono com paninis quentes e café,  
trocar um pouco de débito e crédito, enquanto nas coxias 
crianças treinam para maratonas com metas invisíveis.  

Mas o sorriso amarelo da hospedeira não dá tréguas: 
a melhor altura de tentar a sorte é antes da descida.   
Terá sido alto o preço de baixo custo, brusca a aterragem        
de vendedora de raspadinhas em autocarros alados?

Não sejas cota! O jovem ao teu lado curte a viagem,
primeiro no iPhone, depois num breve sono de beleza.         
Antes de sairmos do avião, guarda o seu livro não-lido
na mochila: Uma breve introdução ao existencialismo. 

Ryanair

Zes uur ‘s ochtends: twee bestemmingen, één dag, geen bagage –
op dit tijdstip is zelfs een ziel te zwaar, laat staan een laptop. 
De muziek doet denken aan een lift met straalmotoren, 
de fleurige kleur van de cabine aan kanaries in kolenmijnen. 

Afijn, laten we maar genieten van wat er is: een korte reis.
Het slaaptekort sussen met warme panini’s en koffie,
wat debit en credit ruilen, terwijl in het gangpad 
peuters trainen voor marathons met onzichtbare finishlijnen.    

Maar de valse glimlach van de stewardess geeft niet op:
de kansen zijn echt het hoogst vlak voor de daling.
Hoe hoog was de prijs voor low cost, hoe hard de landing 
als kraslotenverkoopster in gevleugelde bussen?  

Ouwe zeur! Die jongen naast je vermaakt zich kostelijk, 
eerst op zijn iPhone, daarna in een kort schoonheidsslaapje.  
Voordat we uitstappen, stopt hij zijn boek ongelezen terug 
in zijn rugzak: Een korte inleiding in het existentialisme. 

Foto Ana Carvalho

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.