Hoe ik mijn verjaardag vierde – deel 1

Door Harrie Lemmens

Minuscuul is een te groot woord voor restaurant Saint Joseph in de Rua de São José (vandaar de naam) in hartje Lissabon. Bruine badkamertegeltjes, een manshoge koelkast, vier tafeltjes, achter de tap een doorkijk naar de koksmuts van de keukenprinses (uit Kaapverdië) en tussen dat alles door een wildebras met Spaans accent (uit Uruguay, zegt ze – stoned zoals iedereen in dat Zwitserland van Latijns-Amerika?) die het eten opdient.

‘Wilt u de huiswijn erbij?’ vraagt ze.

‘Uit welke streek?’ vraag ik.

‘Wie? Ik?’ Ze spreekt Portugees, begrijpt het alleen nog niet altijd goed.

‘Nee, de wijn.’

‘Weet ik veel. Pias geloof ik. Even vragen.’ En zoef, weg is ze.

Een minuut later, zoef, is ze terug, smartphone triomfantelijk omhoog: ‘Ik heb het opgezocht. Sobral do Monte Agraço. In de buurt van Lissabon’

‘ Extremadura dus. En jij?’

 ‘Ik?’

‘Uit welke stad in Uruguay kom jij?’

‘Salto. Uruguay is helemaal plat, alleen dat gat ligt op een bult. Horrible.’ En ze trekt een gezicht als een zeeduivel. ‘Saai, saai, saai. Ik ga nooit meer terug.’

Intussen maak ik aantekeningen op het papieren tafelkleedje. Per slot van rekening moet mijn boek over Lissabon vol. Zo schrijf ik over het tafeltje rechts voor me: ‘De man, type ambtenaar of advocaat, maakt tekeningen om zijn secretaresse iets uit te leggen.’ Een vrouw met een storend rugzakje is net bij hem aangeschoven.

Het eten is eenvoudig en goed zoals de wereld toen God die schiep.

Aan het tafeltje naast ons zit een bejaard echtpaar smakelijk te eten. Zonder tanden. Op het aanrecht in de keuken staan twee glazen met hun gebitten. Met een kunstgebit in de mond smaakt het eten naar niks, weet ik nog van mijn vader.

Samen met de rekening overhandigt juffrouw Salto ons een stuk van het tafelkleedje van de advocaat. Of ambtenaar. ‘Hier,’ zegt ze. ‘Ik moest u dit van Henrique geven.’ Het is een portret van Ana, Miguel en mij. Een paar lijntjes geven aan dat ik iets op het tafelkleed heb geschreven: ‘De man, type ambtenaar of advocaat, maakt tekeningen om zijn secretaresse iets uit te leggen.’ Maar dat kan hij niet weten.

‘Fantastisch,’ zeg ik, ’dank je wel. En ik heet ook Henrique. Bovendien ben ik vandaag jarig, mooi cadeau!’

Ik laat de tekenaar de groeten doen en we verlaten het prachtpand. In de etalage van de voormalige bank tegenover ligt een man in bermuda te slapen op een strandstoel. 

(Wordt vervolgd.)

Foto Ana Carvalho

Doem-me a cabeça e o universo.
Mijn hoofd en de wereld doen zeer.
Fernando Pessoa 

Um novo sol já vai raiar.
Een nieuwe zon zal stralen.
Vinicius de Moraes

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.