Invocatie – Zuca Sardan

Een beeldje van de heilige Hiëronymus in een etalage in Lissabon trekt mijn vertalersaandacht. Hij zit met zijn eeuwige ganzenveer en leeuw ingeklemd tussen Dada en Apollinaire. Daarnaast Daniil Charms, geflankeerd door een speldenkussen vol rozenkranskruisjes, en het alziend oog van Orwells 1984 zij aan zij met een hoopgevend Kindeke Jezus. De Portugese grootheid Mário Cesariny. De etalage van Havaneza de São Domingos, zoals met ouderwetse, ietwat slordig uitgebeitelde letters op de marmeren fries staat, is gevuld met kerkelijke parafernalia en surrealistische klassiekers. De hele winkel, die niet veel groter is dan een kiosk, is volgestouwd met wankel opgestapelde boeken (‘mag ik dat onderste even zien?’), landkaarten, vlaggetjes en heiligenbeelden, veel heiligenbeelden. De winkelier, een jongeman met wild stekelig ravenzwart haar, zit achter wat een toonbank moet voorstellen verdiept in een dik boek. Walter Benjamin, blijkt als hij het dichtslaat. Bruno Soares, dertiger. De vierde generatie van de eigenaren van deze voormalige tabakszaak. Nu alfarrabista en rariteitenkabinet in een. Maar er is wel over nagedacht, zo te zien aan de etalage. ‘Ja, je moet wat doen af en toe, anders wordt het saai. U wilt são Jerónimo? Dan haal ik hem eruit.’ Hij blaast het stof van de bijbelvertaler (‘Sorry, ik zit hier nu vijf jaar en heb nog nooit stof gewist.’) en wikkelt hem in oude kranten. ‘Hebt u niet kleiner? Nee, geeft niet, ga ik wel even wisselen bij A Ginjinha hiernaast. Drink ik er meteen een. Ben zo terug.’ Als hij twee minuten later terugkomt met het wisselgeld, voegt hij eraan toe: ‘Doe ik sowieso altijd als ik iets verkoop. Of dat veel is op een dag? Valt wel mee. En af en toe beweging is goed voor de gezondheid. Zei Pessoa ook, als hij weer een glaasje ging drinken.’

Met zijn absurdistische teksten heeft de Rus Daniil Charms, die zo wreed aan zijn eind is gekomen onder Stalin, een Braziliaanse broer gevonden in onze Zuca Sardan, van wie een kleine bundel wordt voorbereid die dit najaar verschijnt bij Koppernik. Daaruit het gedicht ‘Invocatie’. 

Leen mij uw oor,
gij grote koningen,
keizers, presidenten
en andere staatshoofden
die het lot bepaalt van de mensheid
de heerlijkheid van uw paleizen
en uw sobere werkvertrekken…

Wanneer Napoleon 
een geschil moest beslechten,
een onbehouwen handgreep,
heibel met de koning van Pruisen
of de tsaar van Rusland, ik noem maar wat,
zette hij 
zijn napoleonhoed op zijn hoofd
besteeg zijn witte paardje
en draafde,
trippel trappel,
aan het hoofd van zijn leger
de stuifwolk in
van het katoen 
van kemphanen,
vechthonden
en stormvogels…

Inleiding en vertaling Harrie Lemmens
Foto’s Ana Carvalho

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.