Drenkeling – José Luís Peixoto

Ik ren zo hard als ik kan, voel een hevige druk op mijn borst. Halverwege kom ik tot de verrassende ontdekking dat het mijn borst zelf is die drukt. Ik ren naar iets toe dat me onontbeerlijk lijkt. Ik weet niet hoelang ik al achter die luchtspiegeling aan hol en denk daar even over na, nu.

En dan is de dag ineens weer om. De tijd is verstreken. De dag was alweer niet toereikend, of misschien was ik zelf wel niet toereikend. En opnieuw is er een dag voorbij, en nog een, nog een, nog een, ineens, op hetzelfde moment, de herhaling van de dag die voorbij is, de herhaling van de nederlaag. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat de haast om iets af te handelen om het volgende te kunnen doen. Alle momenten van een hele dag de tijd berekenen die het duurt voor ik een plek bereik waar ik zo snel mogelijk weer weg wil. Nog híer en toch al denken aan de tijd die het duurt om dáár te komen en terug te keren naar hier.

En dan is de dag ineens weer om. Het is dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag; ineens is het weer vrijdag en is er weer een week voorbij, de dagen waren niet toereikend, of misschien was ik zelf wel niet toereikend. Ik kijk naar de week die voorbij is en begrijp die snelheid niet. Rondom mij liggen de puinhopen van wat ik niet heb kunnen doen, ze verhullen de vage herinnering aan alles wat mijn tijd in beslag heeft genomen. En nu het voorbij is, heb ik het gevoel dat ik alleen gedaan heb wat ik niet wilde doen.

En dan is het ineens de dertigste. De voorspelbare vermoeiende herhaling: de achtentwintigste, de negenentwintigste, de dertigste, opnieuw de dertigste, er is weer een maand voorbij, april, april is voorbij. Al die weken en al die dagen waren niet toereikend, of misschien was ik zelf wel niet toereikend. Verspreid over deze maand die voorbij is liggen, als een landschap waar ik wel naar kan kijken maar dat ik niet kan aanraken als ik mijn hand uitsteek, de spoken van wat ik heb uitgesteld. Nu, aan het eind van deze dag, deze week, deze maand, heb ik het gevoel dat ik die mogelijkheden misschien wel voorgoed heb uitgesteld.

Dit nu is een moment. Dit nu is een korte pauze. Morgen begint de tijd weer. Een tijd om wakker te worden, een tijd en plaats om vlot gekleed en goedgebekt te zijn, ik heb een waslijst aan dingen te doen. Hoe sneller ik klaar ben met het eerste, hoe eerder ik met het tweede kan beginnen en zo wie weet de hele lijst afwerken. Dat laatste punt is de meet, de einder die ik ver weg zie in mijn gedachten. Ik ga door in de richting van wat ik me kan voorstellen: de punten op mijn lijst die ik een voor een afstreep. Maar dan komt iemand te laat, duurt iets langer dan verwacht: het verkeer, de regen, dingen van niks. En dan is de dag ineens weer om, is het weer vrijdag, is het weer de dertigste, is de maand voorbij. De tijd was niet toereikend, of misschien was ik zelf wel niet toereikend.

Nu sluit ik mijn ogen en haal diep adem. Nu lijkt de tijd een vormeloze massa, niets kan hem vasthouden, hij glijdt alle kanten op. Dit is een schip dat vergaat, de tijd is het water dat door de smalste kieren naar binnen stroomt, de tijd is de oceaan. Ik zit op het laatste stukje dat nog drijft, om me heen alleen maar nachtelijke oceaan, alleen maar tijd. Zo meteen verdrink ik.

Van Peixoto’s website: https://joseluispeixoto.blogs.sapo.pt/naufrago-156407

Vertaling Harrie Lemmens
Foto Ana Carvalho

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.