Zon & Zeer – Gevangenis

Door Harrie Lemmens

Gevangenis

De beste plaats om criminelen te scholen is de gevangenis. Dat is algemeen bekend. In de nor huizen de hoogleraren van de misdaad, dus wie er groen in binnentreedt, komt er als staalhard penozekader uit. Wat je met dat gegeven aan moet, is evenwel onduidelijk: de gedetineerden dus maar eenzaam opsluiten, of de bajes helemaal afschaffen – het helpt immers toch niet?

Onlangs hoorde ik in Utrecht bij het afscheid van een docent Literatuurwetenschap (voor het gemak gebruik ik maar een oude term) een ander verhaal. Een redevoerende collega, een internationale ster van de bestudering der letteren, gehuld in het blauw van de Oost-Duitse Freie Deutsche Jugend en de Vlaamse Katholieke Studentenactie (’Halt, Kumpel’ en Hamont, de gesloten inrichtingen van respectievelijk communisten en paters Salvatorianen, twee trauma’s uit de kleine oorlog van mijn leven), beweerde dat onderzoek had aangetoond dat veroordeelden die tijdens het uitzitten van hun straf boeken lezen, betere mensen worden, empathischer, onderlegder en bekeerd van hun drang om mijn en dijn en het recht op leven van de medemens niet te respecteren.

Daar liggen mogelijkheden, dacht ik meteen. Laten we een soort vernieuwde dienstplicht invoeren voor jongens en meisjes: gedurende een half, of driekwart, of een heel jaar worden ze opgesloten in speciale gevangenissen, ook al hebben ze niets op hun kerfstok, en daar onder een streng literair regime geplaatst. Goed voor de misdaadcijfers, die spectaculair zullen dalen, en voor de verkoopcijfers van literaire boeken, die tot ICT-hoogten rijzen. En voor de wetenschappers natuurlijk, die het hele proces als cipiers begeleiden.

Twee jaar geleden was ik in São Paulo bij de presentatie van een nieuwe roman van Luiz Alberto Mendes, een ex-gedetineerde die niet alleen beter was geworden door het lezen, maar zelf was gaan schrijven. Hij heeft inmiddels zes boeken op zijn naam staan, maar wordt, zo zegt hij met een bittere ondertoon in een interview, nog altijd geassocieerd met het verleden dat hij nu juist zo voorbeeldig van zich af heeft gelezen en geschreven. Eens een boef, altijd een boef, blijft kennelijk toch het motto.

Memórias de um sobrevivente (‘Herinneringen van een overlevende’), zijn debuut uit 2001, een boek uit het schemerige gebied tussen fictie en autobiografie, omdat hij terugblikt op de trauma’s uit zijn kleine oorlog, begint zo:

Dona Eida, mijn moeder, zei altijd dat ik tot mijn zesde een engeltje was. Mijn vader, seu Luiz, noemde mij geestelijk gestoord. Dat weet ik nog goed. Ze zeiden dat als ze me ergens op een stoel neerzetten, ik daar zo lang als het moest stil bleef zitten. Zonder me te verroeren of te protesteren. Daarna ging ik naar school en daar werd ik van een engeltje een duivel, zeggen ze. Ik herinner me de juf van de eerste klas, die met haar liniaal in de aanslag stond op tucht en orde. Maar tucht en orde was niks voor mij en ze sloeg er meedogenloos op los. Ik haatte school, haatte onderwijzers.

Foto Ana Carvalho

Doem-me a cabeça e o universo.
Mijn hoofd en de wereld doen zeer.
Fernando Pessoa

Um novo sol já vai raiar.
Een nieuwe zon zal stralen.
Vinicius de Moraes

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.