Het donderdagtribunaal – Michel Laub | Leesfragment

De Braziliaanse schrijver Michel Laub verblijft van half oktober tot half november in de schrijversresidentie van Passa Porta in Brussel. In de boekhandel in de Dansaertstraat wordt hij zaterdag 10 november geïnterviewd door Annelies Beck en zaterdag 3 november gaat Jennifer Boomkamp met hem en José Eduardo Agualusa in gesprek in Athenaeum Roeterseiland in Amsterdam. In de aanloop naar deze twee evenementen hieronder een fragment uit zijn laatste boek, “Het donderdagtribunaal”. Eerder publiceerden we al een herinnering aan zijn kinderjaren.

“Mijn naam is José Victor, ik ben geboren in São Paulo en op mijn vijftiende zwom ik bij atletiekclub Oswaldo Cruz. Het was 1988, september of oktober, ik herinner me de doffe kleur van de tegeltjes en de voetsporen als in modder na regen. Het water smaakte naar ijs. Op de voegen tussen de plavuizen zat groene aanslag. Ik was daar met twee vrienden en een van hen vertelde dat er in de buurt van Praça da República een bordeel was waar ze scholieren binnenlieten, naar de leeftijd vroegen ze niet. In een opwelling zei ik dat ik meeging, maar op weg naar de kleedhokjes vroeg ik me af of ik er nog met een smoesje onderuit kon komen. Ik douchte en propte mijn natte zwembroek en handdoek in een plastic tas, buiten de vroege avondlucht in mijn haar en ik stapte op de bus zonder te weten wat ik kon aanvoeren. Er kan zoveel gebeuren met iemand die op zijn vijftiende nog maagd is, misselijkheid, om acht uur thuis zijn van mijn moeder, zogenaamd geen geld op zak.

Het bordeel zat op de vijfde verdieping van een flat zonder lift. Rock Hudson was al gestorven en er gingen geruchten over Freddie Mercury en fotomodel Lauro Corona. De deur werd opengedaan door een dame met indiaanse trekken, die mij een dame met Mongoolse trekken aanbood, die mij op haar beurt meenam naar haar kamer en zei, wees maar niet bang ik ben het gewend. Ze had roodgelakte nagels en opende de verpakking van het condoom met haar tanden. Ze rolde de rand van het kapotje omhoog en hield het niet bij het puntje vast om de lucht eruit te laten. Ik hing halfstok en het werd met elke seconde slapper, en zij zei je hoeft niet braaf te zijn, doe maar wat je wil, en ik concentreerde me rot, tot ik klaar was om op haar te gaan liggen, haar hand leidde me, een gevoel dat niet veel verschilde van mijn eigen hand, tot ik na de derde keer stoten een ander soort warmte voelde, en zei zij wees nu maar gerust stout, goed zo, je hoeft niet op te passen, en ik dacht ik kan niet in dat mongolensmoel kijken dat me vraagt om flink diep te gaan, toe maar stouterd je mag alles met me doen, en ik dacht je mag niet zo snel klaarkomen, denk aan iets anders, en pas na afloop besefte ik dat de verhoogde gevoeligheid te wijten was aan het scheuren van het condoom en het directe contact van mijn huid met slijm en sappen.

Lauro Corona stierf in 1989, Freddie Mercury in 1991. Op het hoogtepunt van de Vietnamoorlog van de Volgende Generatie was het moeilijk niet aan dit kansspel te denken – de hoeveelheid organisch materiaal die door een gat in het condoom kan dringen, de kans dat je opstaat uit bed en een deel van je eigen lijf wast dat geschonden is door een daad die je twee uur later vergeten bent of nooit meer vergeet. Maar die avond ging ik net zo naar huis als mijn twee vrienden: ik bracht gedetailleerd verslag uit van de Mongoolse, mijn enthousiasme eigenlijk meer opluchting omdat ik niet verwacht had dat het zo, zo gewóón was. Een stuk of tien keer stoten en als het rubber scheurt na de derde stoot word ik een ander mens, een voorval dat verteld wordt met zo’n vanzelfsprekende mannelijke bravoure dat er geen plaats is voor angst en twijfel, tot de dagen erna – toen de symptomen van bronchitis zich aandienden die ik voortaan altijd in het begin van de lente zou krijgen, een allergie vanwege stuifmeel en het stof in de stad en de temperatuur van het water in het zwembad van atletiekclub Oswaldo Cruz, maar die in 1988 te toevallig waren om zo verklaard te worden.

Ik keek in die tijd ook naar het programma Fantástico, met onderwerpen als religieuze wonderen, spoken die aan de kant van de weg opdoken om te waarschuwen voor ongelukken, de kidnapping van het jongetje Carlinhos en de Bulgaarse spion met de vergiftigde paraplu. We woonden toen op stand in Sumaré en ik sliep met het licht op de gang aan, achter ons huis lag een donkere tuin vol bomen, die kreunden terwijl Hélio Costa berichtte dat aids besmettelijker was dan geelzucht en meedogenlozer dan leukemie. In de spreekkamer van de dokter die me zoveel jaren later behandelde voor mijn bronchitis was ik bang dat hij mij de vragen zou stellen die me uit die reportage waren bijgebleven: heb je vaak koorts gehad, zweet je ’s nachts, ben je afgevallen? Ik herinner me de anijssmaak van de siroop die ik tien dagen moest nemen, ik kan daarom nog altijd niet tegen die smaak, ik herinner me de hoestbuien en een piepende borst in het donker van een nare droom – uit bed springen en het moment waarop je het licht aanknipt om in de spiegel te kijken, de angst om ’s nachts om drie uur de waarheid te ontdekken door een vlek op je huid of slijm of opgezette klieren in je hals en je oksels.”

Het donderdagtribunaal (O tribunal da quinta-feira)
Michel Laub
Vertaald door Harrie Lemmens
Uitgeverij Ambo | Anthos, 2018
186 blz.
ISBN 9789026340239

Foto Ana Carvalho

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.