Kinderjaren – Clarice Lispector

Ze is de grote dame van de Braziliaanse literatuur. Mysterieus, sfinxachtig. En dan die ogen! Haar boeken vaak een raadsel maar altijd intrigerend, zoals wat misschien wel haar belangrijkste roman is, De passie volgens G.H., zojuist verschenen bij De Arbeiderspers, die bezig is met een heus Clariceproject, een (commercieel) waagstuk dat niet genoeg geprezen kan worden. Eerder zagen al het licht haar nagelaten roman Het uur van de ster, de biografie van Benjamin Moser en een keuze uit de kronieken die zij tussen 1967 en 1973 schreef in de krant Jornal do Brasil. Gebundeld onder de titel De ontdekking van de wereld. Daaruit deze herinnering aan haar kinderjaren in Recife.

De grote straffen

Tijdens mijn eerste dag op de kleuterschool in Recife ontmoette ik Leopoldo. En de dag daarna waren we al de twee belhamels van de klas. Het hele jaar door riep de juf ons tot de orde, maar ondanks al het werk dat we haar gaven mocht ze ons wel, waarom weet ik niet. Ze zette ons uit elkaar, maar dat hielp niet, want nu praatten we hardop met elkaar, een ramp voor de rust in de klas. Daarna gingen we samen naar de eerste klas van de lagere school. En ook voor de nieuwe juffrouw waren we de twee onmogelijke leerlingen. We haalden goede cijfers, behalve voor gedrag.

Totdat op zekere dag de ontzagwekkende directrice de klas in kwam en zachtjes praatte met de juf. Ik zal eerst vertellen wat er feitelijk aan de hand was en daarna wat ik voelde. Het ging slechts om een onderzoek naar het ontwikkelingsniveau van de kinderen in de deelstaat, door middel van toetsen. Maar de kinderen die volgens de juf intelligenter waren, moesten de toets in een hogere klas doen, omdat het in de eigen groep te gemakkelijk voor hen zou zijn. Dat was alles.

Maar toen de directrice weg was, zei de juf: Leopoldo en Clarice gaan een soort examen doen in de vierde klas. En ik kreeg de schrik van mijn leven. Zij legde verder niets uit, maar het feit dat onze twee namen alweer samen werden genoemd gaf voor mij aan dat het moment van Gods straf was aangebroken. Hoewel ik vrolijk van aard was, huilde ik veel en ik begon zachtjes te snikken. Leopoldo troostte me onmiddellijk, zei dat er niets aan de hand was, maar het had geen zin: ik was de geboren schuldige, degene die geboren was met de doodzonde.

En ineens zitten we in de vierde klas, met hartstikke grote kinderen, een onbekende juf en een onbekend lokaal. Mijn angst werd alleen maar groter, de tranen liepen over mijn gezicht, en in mijn hals. Leopoldo en ik moesten naast elkaar gaan zitten. Daarna werden er voorbedrukte vellen papier uitgedeeld, terwijl de strenge juffrouw deze onbegrijpelijke woorden sprak: ‘Pas als ik nu zeg mogen jullie op het papier kijken en beginnen te lezen. En op het moment dat ik stop zeg, houden jullie meteen op.’

We kregen de vellen papier. Leopoldo heel kalm, ik nog meer in paniek. Ik wist ook helemaal niet wat een examen was, ik had er nog nooit een gedaan. En toen de juf ‘nu’ zei, begon ik nog heftiger te snikken. Leopoldo was − naast mijn vader − mijn eerste mannelijke beschermer, en hij deed dat zo goed dat ik de rest van mijn leven de bescherming van een man wilde en accepteerde − Leopoldo zei dat ik rustig moest worden, de vragen moest lezen en moest antwoorden wat ik wist. Ook dat had geen zin: mijn papier was op dat moment al kletsnat van mijn tranen, en als ik probeerde te lezen wat er stond zag ik niets vanwege diezelfde tranen. Ik kreeg geen woord op papier, huilde alleen maar en leed zoals ik alleen veel later om andere redenen heb geleden. Leopoldo schreef en bekommerde zich om mij.

Toen de juffrouw ‘stop’ riep, had ik nog niet genoeg gehuild. Ze riep me, ik zei niets, en zij legde me zonder enige strengheid uit dat de slimste kinderen van een klas, enzovoort. Pas dagen later, toen ik weer beter was, begreep ik het. Wat de uitslag was heb ik nooit geweten, ik geloof dat het ook niet de bedoeling was dat wij het wisten.

In de derde klas veranderde ik van school. Op het toelatingsexamen voor het gymnasium kwam ik Leopoldo weer tegen, en het was alsof we nooit uit elkaar waren geweest. Hij ging gewoon door met beschermen. Ik herinner me dat ik een keer een schuttingwoord gebruikte, waarvan ik de kwaadaardige herkomst niet wist. En Leopoldo: ‘Zeg dat nooit meer.’ ‘Waarom niet?’ ‘Dat zul je later wel begrijpen,’ zei hij.

Toen ik in de derde klas van het gym zat, verhuisden we naar Rio. Leopoldo heb ik nog maar één keer gezien, toevallig, gewoon op straat, we waren al volwassen. We waren twee verlegen mensen geworden die haast zonder een woord te zeggen samen hadden gereisd. We waren onmogelijk op een andere manier.

Leopoldo is Leopoldo Nachbin. Ik hoorde dat hij als eerstejaars ingenieurswetenschap een stelling oploste die sinds het verste verleden als onoplosbaar werd beschouwd. En dat hij onmiddellijk naar de Sorbonne werd gehaald om het uit te leggen. Nu is hij een van de grootste wiskundigen van de wereld.

En ik, ik huil minder.

Inleiding en vertaling Harrie Lemmens
Foto Ana Carvalho

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.