Bijbelse landbouw – Raduan Nassar | Recensie

Door Liliane Waanders

Verloren zoon

Wat gebeurde er in Lucas 15 eigenlijk met de verloren zoon, nadat hij naar huis terugkeert en weer in genade is aangenomen? Dat vraag ik me af als ik halverwege het tweede deel van de roman Bijbelse landbouw van Raduan Nassar ben. Daarin gaat verloren zoon André na zijn terugkeer keihard de confrontatie met zijn vader aan. Hij heeft sinds hij de boerderij waar hij opgroeide verliet genoeg gezien om te weten dat het verstikkende milieu dat zijn vader representeert niet dé en zeker niet zijn wereld is. En dat wil hij wel even gezegd hebben voordat zijn terugkeer groots gevierd wordt en hij weer onderworpen wordt aan door hem verafschuwde normen en waarden.

André keert anders dan de Bijbelse verloren zoon niet op eigen initiatief naar huis terug. Hij wordt door zijn broer Pedro gezocht en gevonden. Na een lange, zinsbegoochelende bekentenis – het is niet alleen het regime van de vader waardoor de toestand thuis onhoudbaar was – keren de broers gezamenlijk terug naar de boerderij. Daarmee eindigt het eerste deel van Bijbelse landbouw dat Het vertrek heet. André heeft dan al uit de doeken gedaan wat zijn overwegingen waren en hoe zijn leven zijn vertrek verlopen is. Pedro op zijn beurt heeft verslag gedaan van de situatie thuis en de invloed van André’s vertrek op hun zus Ana.
Na thuiskomst van de beide broers blijkt in het tweede deel van de roman – De terugkeer – hoe ontwricht het gezin werkelijk is. Hoe groot de kloof is tussen het belang dat de autoritaire vader hecht aan het collectief en de behoefte van zijn kinderen om iemand te zijn.

Tot zover het verhaal, want ondanks de Bijbelse en overige literaire connotaties die van Bijbelse landbouw veel meer maken dan de zoveelste variatie op het thema van de verloren zoon – het antwoord op de vraag uit de eerste alinea: in de Bijbelse parabel zegt de zoon niet zo veel, hij toont berouw – is het verhaal in deze roman grotendeels ondergeschikt aan de taal.
Raduan Nassar schrijft zintuiglijk proza in zinnen die vaak meer dan een pagina en soms zelfs een hoofdstuk lang zijn. Waar collega-schrijvers een punt zouden zetten, gebruikt hij een komma of een puntkomma. Zonder zichtbaar te schakelen laat hij zijn personages raaskallen, sneren, debiteren, overwegen en haperen. De tekst heeft ritme en ademt meer rust en regelmaat dan de volle pagina’s doen vermoeden, maar het kan even duren voordat de lezer de cadans heeft gevonden.

Met die taal speelt en boetseert Raduan Nassar, maakt hij metaforen en laat hij de leefwerelden van de vader en zoon zo heftig botsen dat de vonken ervan afspatten.

De tijd, de tijd is grillig, de tijd haalt duivelsstreken uit, de tijd hield mij voor de gek, de tijd rekte zich provocerend uit, het was een tijd alleen van wachten, wanneer ik me hele dagen terugtrok in het oude huis; het was ook een tijd van schrikken, van geluiden die me verwarden, mijn voelsprieten verstoorden, mij helder en duidelijk denkbeeldige vaarwels lieten horen, me wekten met de ernst van rauw oordeel, ik ben gek! wat een vernietigend speeksel heeft dat woord, dat me likte met wanhopige fantasieën, verschrikkelijke maskers op mijn gezicht tekende en me soms wat lieflijker als voorspel gevoeligheden van een religieuze orgie toewierp: wat voor gezadeld veulen draafde door de wei, schaafde de bloedige stekels van ons prikkeldraad en voerde me naar de betoverde grot van de boomgaarden! wat voor intens vruchtvlees, bewaard tussen zilveren bladeren, kleurde mijn tanden, besmette mijn tong en overdekte mijn puberhuid met zijn vlekken! de tijd, de tijd, de tijd onderzocht me in alle rust, de tijd straffe me (…)

De zoon kan niet anders dan praten in termen die hij van huis uit heeft meegekregen: Bijbelse idioom en beelden die refereren aan afhankelijkheid van de aarde. Dat zij ondanks die gedeelde taal elkaar niet verstaan, maakt de confrontatie extra schrijnend.
Dat de verschillen onoverbrugbaar zijn en de afloop van Bijbelse landbouw onontkoombaar is, tekent zich ook al af in de cruciale passages en uit Het vertrek die een pendant krijgen in De terugkeer.

Lavoura arcaica verscheen in 1975 en werd in 2001 verfilmd door Luiz Fernando Carvalho. Om recht te doen aan de taal van Raduan Nassar zag de regisseur af van een volledig uitgeschreven scenario. Hij liet de acteurs – die voorafgaand aan de opnamen vier maanden doorbrachten op een boerderij – voornamelijk improviseren. De film Lavoura arcaica / To the left of the father is als film minstens zo wervelend is als de roman.  
Waar Nassar in zijn roman nergens de nadruk legt op de culturele achtergrond van het patriarchale gezin is in de film duidelijk dat het om een immigrantengezin uit Libanon gaat. Een achtergrond die dat gezin deelt met het gezin van herkomst van Raduan Nassar. Hij was het zevende van de tien kinderen die zijn uit Libanon naar Brazilië ge-emigreerde ouders in hun nieuwe vaderland kregen.

Bijbelse landbouw (Lavoura arcaica)
Raduan Nassar
Vertaald door Harrie Lemmens

Prometheus, 2017
192 blz.
ISBN 978-90-446-3434-1

Deze recensie verscheen op 4 mei 2018 ook in Hanta, multimediaal online literair magazine.

Een fragment lezen uit dit boek? Klik hier.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*