Poëzie van Portugese surrealisten

Zoals eerder aangekondigd volgt nu een korte reeks met werk van vijf surrealistische dichters uit Portugal, gekozen, vertaald en toegelicht door Laurens Vancrevel, en van tekeningen voorzien door Zuca Sardan. Het gaat om de dichters Mário Cesariny, António Lisboa, Alexandre O’Neill, Miguel de Carvalho en João Rasteiro. Vooraf een algemene inleiding door Laurens Vancrevel.

Wat bezielt dichters en schilders om surrealist te zijn? Het surrealisme is een artistieke filosofie, die tussen 1916 en 1925 in Parijs tot stand is gebracht dankzij de dichters André Breton, Philippe Soupault, Louis Aragon, Tristan Tzara en anderen, samen met de beeldende kunstenaars Francis Picabia, Max Ernst, Man Ray en anderen. De principes daarvan zijn, kort samengevat: een collectief streven naar een vrijere wereld, een ongeremd leven, en een volledig vrije geest die niet wordt beperkt door het rationele, door moraal, religie of esthetiek, en die zich alleen maar laat leiden door wat er automatisch opkomt in het denken, hetgeen dan tot uiting  kan komen in woorden, in visuele  beelden, en in alle andere uitingsvormen. Het surrealisme heeft zich onder dichters en kunstenaars over de gehele wereld verspreid, en is de enige avant-garde beweging uit het begin van de vorige eeuw die nog springlevend is.

In Portugal is het surrealisme zowel in de poëzie als in de beeldende kunst vanaf 1940 een dynamische stroming geworden. In de tijd van de fascistische dictatuur was het een clandestiene uiting van kritisch kunstenaarsverzet; de Portugese surrealisten werden vaak het slachtoffer van censuur en van arrestatie door de geheime politie. Vanaf april 1974, toen de “Anjerrevolutie” een einde maakte aan de dictatuur, bleven zij even kritisch op de maatschappelijke ontwikkelingen, maar zij stonden toen wel bekend als strijders voor de vrijheid.

De onbetwiste spil in de ontwikkeling van surrealistische activiteiten in Portugal was de dichter en schilder Mário Cesariny (1923-2006). Hij stichtte in 1948 de groep Os Surrealistas (‘De surrealisten’), samen met de dichters António Maria Lisboa, Mário Henrique Leiria, de tekenaar en schilder Cruzeiro Seixas en anderen. Deze groep manifesteerde zich met exposities en publicaties, beide clandestien, dus zonder voorafgaande goedkeuring van de censuur. Zij verwekten keer op keer schandaal, en hun opstandige publicaties trokken al gauw de bijzondere aandacht van de geheime politie. In 1952 beëindigden zij daarom hun publieke activiteiten. “Ondergronds” zetten zij hun maatschappelijk en artistiek verzet voort, en brachten tal van andere schrijvers en kunstenaars in contact met de surrealistische ideeën.

Toen het repressieve klimaat in Portugal wat milder werd in de jaren ’60 van de vorige eeuw, konden er weer kritische boeken en tijdschriften verschijnen.

Tegelijk groeide de belangstelling voor progressieve literatuur en experimentele kunst, en dus voor het surrealisme. De surrealistische groep liet na ongeveer vijftien jaar zwijgen weer van zich horen in manifesten en exposities. Maar een bloemlezing van erotische poëzie, samengesteld door de surrealiste Natália Correia, leidde in 1970 tot een opzienbarend strafproces, waarin Cesariny en andere surrealisten voor de rechter moesten verschijnen. Uiteindelijk werden de dichters vrijgesproken — hetgeen een teken was dat het fascisme terrein verloor, al vond de politieke omwenteling pas in 1974 plaats.

In 1977 publiceerde Cesariny een omvangrijke bloemlezing van strijdbare teksten van het surrealisme uit de hele wereld: Textos de Afirmação e de Combate do Movimento Surrealista Mundial. Daarmee zette hij een raam wijd open op de bevrijding van de geest.

In 1984 organiseerde hij in Lissabon een imposante expositie van het internationale surrealisme waarin  de kracht en dynamiek van surrealistische schilders werd getoond. Deze tentoonstelling maakte een grote indruk op de jonge generatie dichters en schilders. Inmiddels was de tijd aangebroken om de clandestiene werken uit de jaren van dictatuur te herdrukken, het ondergrondse werk van António Maria Lisboa, Alexandre O’Neill, Mario Henrique Leiria, António José Forte, Ernesto Sampaio, Natália Correia, Isabel Meyrelles en anderen.

Een nieuwe generatie surrealisten diende zich aan, onder wie de tekenaar en dichter Mário Botas, de schilder Raúl Perez, de collagist Carlos Martins, en in het nieuwe millennium de dichter Miguel de Carvalho, die een nieuwe surrealistische groep vormde in Coimbra, drie grote internationale exposities organiseerde, en een uitgeverij oprichtte. Jonge dichters zoals João Rasteiro, Claudia Sampaio, Manuel de Freitas, Beatriz Hierro Lopes, Pedro Magalhães werken met hem samen, evenals tal van schilders en tekenaars, onder wie de Amsterdammer Rik Lina, die een groot deel van het jaar in Portugal werkt en woont.  Portugal is een van de boeiendste biotopen van het surrealisme van deze tijd.

(wordt vervolgd)

Foto Ana Carvalho

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.