Triptiek van dichten

Drie Portugese dichters over het schrijven van poëzie.

Vasco Graça Moura

In 1942 geboren in Porto, in 2014 overleden in Lissabon. Studeerde rechten en werkte jarenlang als advocaat. Na de Anjerrevolutie politiek actief als lid van de PSD, bekleedde talrijke openbare functies. Schrijver van romans, essays, verhalen en gedichten. Vertaler van La Divina Commedia.

‘Como meter o mundo num poema’

hoe stop je de wereld
in een gedicht? Vertaal je
zijn ruwe werkelijkheid, zijn
ongedurige lieflijkheid?

hoe stop je het werk
van de mensen, hun dagen,
in die paar regels,
hun nietsdoen, hun spiegels,

hun dwaasheden, hun
liefdesverdriet?
hoe stop je de dood
in de woorden?

maar iets moois is wel
eeuwig een bron van onrustige vreugde

José Tolentino Mendonça

Geboren op Madeira in 1965. Theoloog en priester. Dichter, essayist en dramaturg. Bijbelspecialist, universitair docent en schrijver van populaire columns. Uitgebreid oeuvre waarvan veel vertaald is.

‘O poema’

Het gedicht is een oefening in andersdenkendheid, een belijdenis van ongeloof in de almacht van wat zichtbaar is, vastligt en geleerd wordt. Het gedicht is een vorm van geloofsverzaking. Er is geen waarachtig gedicht dat de maker niet vogelvrij verklaart. Het gedicht dwingt tot overnachten in de eenzaamheid van het bos, op besneeuwde akkers, langs ongeschonden kusten. Bestaat er een andere waarheid in de wereld buiten de waarheid die niet bij die wereld hoort? Het gedicht zoekt niet naar wat onzegbaar is: er is geen gelovige die in de roes van zijn vroomheid het gedicht niet zoekt. Het gedicht geeft het onzegbare terug. Het gedicht bereikt niet de zuiverheid die de wereld fascineert. Het gedicht omarmt juist de onzuiverheid die de wereld verwerpt.

Albano Martins

In 1930 geboren in een dorp in de buurt van Portalegre. Dichter, criticus, vertaler, onderwijshervormer, hoogleraar. Publiceerde een dertigtal dichtbundels. Mede-oprichter van het tijdschrift Árvore.

‘As pequenas coisas’

Over het koren praten en niet
het kaf noemen. In glijvlucht
Over de velden scheren zonder
je voeten op de
grond te zetten. Een vrucht
openbreken en in de lucht
de geur ruiken van
lavendel. Kleine dingen,
zul je zeggen, die niets
betekenen tegenover
dat andere, grotere: het
onzegbare zeggen. Of dit:
zonder kompas
het bos in lopen
en de weg niet
kwijtraken. Of dat andere, groter
dan al de rest en waarvan je
de naam uit voorzorg
achterwege laat. Want soms
moet je
de stilte niet wekken.

(Deze drie gedichten maken deel uit van Het Brusselse (metro)project Transpoésie.)

Vertaling Harrie Lemmens
Foto’s Ana Carvalho

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.