Bij de dood van Fernando Pessoa (13 juni 1888 – 30 november 1935)

‘De dood,’ zei de bedelaar, ‘is de bevrijding van de tastbaarheid der dingen. Wanneer je op sterven ligt, zie je de dingen niet meer ruimtelijk; dan zie je ze als ziel. Het hiernamaals van elk ding is niet langer een ander ding, andere dingen; het wordt de ziel van dat ding. Je ziet dan niet meer in extensie, maar intenser. Elk ding – lichaam wordt niet het uitgangspunt van een ideële lijn die naar het oneindige loopt, maar van een werkelijke lijn die naar zijn ziel loopt. Ik zeg dit met zoveel zekerheid omdat ik weliswaar dag in dag uit bezwijk voor het vlees, maar toch nu al beschik over die vrije en spirituele kijk van de ziel, hoewel niet volledig. Je verliest het besef van je lichaam en als je dat verliest, win je het zuivere besef van je ziel en de zielen die daarmee samen bestaan. Wat is er voorbij de horizon? Daar is ziel. Want de horizon is een wezen, los van de zee waar hij eindigt, van de lucht… De horizon is een ding, met een ziel. Voorbij de horizon is geen zee of lucht. Er is zee voorbij de zee die je ziet tot aan de horizon; er is lucht voorbij de lucht die je ziet voorbij de horizon; maar is er voorbij de horizon zelf horizon? De horizon is geen zee en geen lucht; lucht en zee zijn in de horizon als het lichaam in de ziel. Voorbij de horizon is er materieel gezien niets; spiritueel gezien is er alleen ziel, eerst in de ziel van de horizon, daarna, binnen in die ziel, de ziel als in essentie (…) (en de ziel van het moment van de horizon). Want de natuur is geest, maar de geest is slechts het lichaam van God.

Uit: De bedelaar en andere verhalen
Vertaald door Harrie Lemmens
Uitgeverij De Arbeiderspers, 2013
144 blz.
ISBN 9789029587266

 

Foto Ana Carvalho

 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*