Zon & Zeer – Het meer van Galilea

Door Harrie Lemmens

Het is wat met de duivel, net als God bestaat hij niet en toch duikt hij steeds weer op. Overal, waar je hem verwacht en waar niet op hem gewacht wordt. Vermomd, stinkend, geparfumeerd. In straten en clubgebouwen. Op kruispunten en racebanen. In loges en goedkoop logies. In hoofden. In harten. En in boeken, heel veel boeken.

Als metafoor, als personage. Dreigend en vermanend. Schaterlachend en manipulerend. En soms zelfs sympathiek. Als Mefistofeles of Lucifer, als Satan of de Demon, of onder een van de vele andere namen en benamingen : de Boze, de worgengel, vorst der duisternis, verzoeker, bestrijder, aartsverleider, ’s mensen vijand, leugenaar, drommel, droes, bokspoot, paardevoet, koekoek, Heintje Pik, de hellevorst, henker, zwarte nikker, ikker, diavolo, samuël, Beëlzebub, Belial, Asmodeus, Azazel, Joost, dwaalgeest en duivelspact.

José Saramago laat hem misschien wel op de mooiste manier opkomen, in Het evangelie volgens Jezus Christus. God zit met Jezus in een bootje op het Meer van Galilea. Dichte mist omringt hen, en dan horen ze plotseling dit: ‘In de stilte die volgde werd in de mist, maar niet uit een precies aan te geven richting, het geluid hoorbaar van iemand die op hen af kwam zwemmen en, zo te horen aan zijn gesnuif, ofwel niet tot het gilde der zwemmeesters behoorde, ofwel zowat aan het eind van zijn Latijn was. Jezus meende God te zien glimlachen en het leek hem dat Hij de pauze opzettelijk rekte om de zwemmer tijd te geven in de mistvrije cirkel te komen waar de boot het middelpunt van was. Net toen je zou zeggen dat hij van links kwam, dook hij op aan stuurboord, een ondefinieerbare zwarte vlek waarin Jezus’ verbeelding in eerste instantie een varken met zijn oren boven het water uit meende te herkennen, maar die na nog een paar slagen een man bleek te zijn, of iets dat alle trekken van een man had. God draaide Zijn hoofd naar de zwemmer, niet alleen nieuwsgierig maar ook belangstellend, alsof Hij hem wilde aanmoedigen bij die allerlaatste krachtsinspanning, en dat gebaar, waarschijnlijk omdat het afkwam van wie het afkwam, had onmiddellijk effect, de laatste slagen waren snel en sierlijk, het zag er niet eens naar uit dat de net gearriveerde van zover was gekomen, van de oever bedoelen we. De handen klauwden zich vast aan de rand van de boot, terwijl het hoofd nog onder water gedompeld was, en het waren grote, sterke handen met stevige nagels, de handen van een lichaam dat net als dat van God lang, groot en oud moest zijn. Het bootje schommelde door de ruk die eraan werd gegeven toen eerst het hoofd oprees uit het water, daarna druipend als een waterval de romp en ten slotte de benen, het was de leviathan die opsteeg uit de diepste diepten, het was duidelijk zichtbaar, ook na al die jaren, de herder, die zei, Zo, daar ben ik ook, terwijl hij zich op de rand van de boot installeerde, midden tussen Jezus en God in, maar vreemd genoeg helde het vaartuig dit keer niet naar zijn kant over, alsof Herder besloten had zich van zijn eigen gewicht te bevrijden, of dat hij zweefde terwijl het leek of hij zat. Daar ben ik, herhaalde hij, ik hoop dat ik op tijd ben om nog aan het gesprek te kunnen deelnemen, We waren al een flink eind op weg, maar het wezenlijke moet nog komen, zei God, en zich tot Jezus richtend, Dit is de Duivel, over wie we het zojuist hebben gehad. Jezus keek beurtelings naar de een en naar de ander, en hij zag dat het, als je Gods baard wegliet, net tweelingen waren.’

Dinsdag 7 november is Saramago’s weduwe, Pilar del Río, op uitnodiging van Zuca-Magazine te gast in Brussel, bij Passa Porta, en woensdag 8 november in Amsterdam, bij boekhandel Athenaeum Roeterseiland.

 

Doem-me a cabeça e o universo.
Mijn hoofd en de wereld doen zeer.
Fernando Pessoa

Um novo sol já vai raiar.
Een nieuwe zon zal stralen.
Vinicius de Moraes

Foto Ana Carvalho

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*