Kinderjaren – Cristina Norton

Cristina Kas Norton werd in 1948 geboren in Buenos Aires maar woont al meer dan veertig jaar in Portugal. Ze studeerde in Parijs en in Lissabon, is journaliste en schrijfster. Haar gedichten, romans en verhalen verschijnen in Portugal, Brazilië, Spanje en Chili. In haar boeken vervlecht ze fictie en werkelijkheid. Met haar recentste roman, O rapaz e o pombo (Oficina do Livro, 2016), vertelt ze zo via een handvol protagonisten het verhaal van tallozen wier leven op de een of andere manier werd getekend door de waanzin van de Tweede Wereldoorlog.

De kinderziel is bij deze gelauwerde kinderverhalenschrijfster nooit ver weg en zij deelt met Zuca-Magazine een jeugdherinnering.

Het mooiste cadeau

Ik zal vijf jaar zijn geweest en ik was, zoals men dat toen zei, enig kind van oude ouders. Al was ik niet echt in mijn eentje, want ik had via mijn moeder een negen jaar oudere zus, en toen ik werd geboren waren mijn vader en mijn moeder respectievelijk net veertig en net negenendertig. Maar ik was hoe dan ook mijn vaders oogappel.

Hoewel hij streng was en zijn piccina (Italiaans voor ‘kleintje’) graag zag als een teer poppetje, wat ik niet kón zijn, omdat ik van beide kanten bloed had van buitengewoon pittige vrouwen, was er een prachtige speelgoedwinkel die hij niet voorbij kon lopen zonder iets voor me te kopen.

Op mijn verjaardag nam hij me mee naar die winkel, waar de verkoopsters als feeën om me heen fladderden, met de duurste cadeaus, in de overtuiging dat me niets zou worden geweigerd. Poppen in feestjurk, babypoppen met luier en wiegje, kleerkastjes, met de hand gemaakte poppenkleertjes op maat, complete theeserviesjes en nog veel meer speelgoed, dat me allemaal koud liet en waarbij ik steeds maar nee bleef schudden, zodat de verkoopsters uiteindelijk niet meer wisten waarmee ze me nog zouden kunnen bekoren.

Ik ging de winkel uit met het mooiste geschenk, met iets wat mijn aandacht had getrokken en wat ik nooit eerder had gezien. Een vuurrood schaartje om papier mee te knippen. Ik was zo opgetogen bij de gedachte wat ik daar zoal mee kon gaan doen, dat ik de teleurstelling op het gezicht van de verkoopsters niet opmerkte, net zomin als de lach op dat van mijn vader.

Inleiding en vertaling Maartje de Kort
Foto Ana Carvalho

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*