Hellebaarden – José Saramago | Recensie

Pleidooi tegen de machinerie die oorlog heet

Recensie door Liliane Waanders

‘Misschien ga ik toch nog een boek schrijven’, tekende José Saramago op 15 augustus 2009 op in zijn dagboek. De vraag ‘waarom wordt er eigenlijk nooit gestaakt in een wapenfabriek?’ houdt hem al een tijd bezig, maar hoe die vraag al schrijvend te beantwoorden, wist hij lang niet. Tot André Malraux hem met zijn roman L’Espoir – verschenen in 1937, een jaar later verfilmd, maar pas in 1945 in première gegaan – op een idee brengt. Hij heeft genoeg aan een detail: werknemers van een wapenfabriek in Milaan die gefusilleerd worden omdat ze met granaten geknoeid hebben.
Een maand later, gelooft José Saramago dat zijn roman kans van slagen heeft: ‘Het eerste hoofdstuk, bewerkt, niet herschreven, ziet er goed uit, met al een paar haakjes voor dat “menselijke” verhaal. Het karakter van zowel Felícia als haar man lijkt voldoende uitgekristalliseerd.’

De man van Felícia ‘heet artur paz semedo en hij werkt al bijna twintig jaar op de factureerafdeling lichte wapens en munitie van de bekende wapenfabriek belona nv (…)’. Dat hij daar zijn geld verdient (en droomt van een overplaatsing naar de afdeling zware wapens), is voor zijn militant pacifistische vrouw reden om niet met hem in een huis te willen wonen. 

Onafhankelijk van elkaar zien Artur en Felícia de verfilming van L’Espoir, een film over de Spaanse Burgeroorlog, naar het gelijknamige boek van André Malraux. Artur is er zo van onder de indruk dat hij op zoek gaat naar het boek, leest het en belt vervolgens zijn vrouw. Er ontstaat een stevige discussie die bevestigt dat er sprake is van onverenigbare opvattingen. Hij veroordeelt de arbeiders die granaten onklaar hebben gemaakt en dat met de dood moesten bekopen. Zij vindt dat zij met hun daad verantwoordelijkheid hebben getoond. In het heetst van de strijd raadt zij haar man aan om de handel en wandel van het bedrijf waarvoor hij werkt de periode 1936-1939 eens na te gaan.

Een eerste poging toegang tot het archief te krijgen, strandt. Dat Artur uiteindelijk toch toestemming krijgt, is anders dan hij zelf denkt, niet zijn verdienste. De directeur geeft alsnog toestemming, nadat zijn vader – zijn voorganger in het bedrijf – zich tijdens een gesprek iets herinnert: ‘het gerucht ging dat er een staking werd voorbereid, en er werd zelfs gesaboteerd, met als gevolg dat de politie erbij werd gehaald om orde op zaken te stellen.’ Er werden mensen opgepakt. Er verdwenen mensen. Dat zet de huidige directeur op scherp en hij geeft Artur opdracht onderzoek te doen en alles wat van waarde lijkt te rapporteren.

Het grote onderzoek kan beginnen, al geven archivaris Arsénio en zijn hulpje Sesinando zich niet zonder slag of stoot – maar uiteindelijk wel – gewonnen. Artur besluit niet rechtstreeks af te koersen op de Spaanse Burgeroorlog, maar eerst een aantal andere gewapende conflicten te onderzoeken. Al op de eerste dag heeft hij de directeur iets te melden. Artur weet niet goed raad met de complimenten die hij daarvoor van zijn directeur krijgt: ‘Om u de waarheid te zeggen lijkt alles me te veel, dat ik hier zit, dat ik documenten zoek in het archief, dat ik met de algemeen directeur van het bedrijf praat, ik, een simpel klein boekhoudertje, zonder nut of verdienste, Nut wel, hoor, Wat ik doe kan iedereen.’

Dit zijn de laatste woorden van de postuum gepubliceerde roman, waarvan de eerste drie hoofdstukken voltooid waren, die Alabardas, alabardas, Espingardas, espingardas (‘Hellebaarden, hellebaarden, Haakbussen, haakbussen’) moest gaan heten. Belona, Belona nv en Belona producties nv waren werktitels die daaraan voorafgingen. Het werd Alabardas / Hellebaarden.
‘Loop naar de hel!’ hadden de laatste woorden van Hellebaarden moeten zijn. ‘Loop naar de hel!’, galmend uitgesproken door Felícia. Maar zover kwam Saramago niet: hij overleed op 18 juni 2010.

Behalve de drie min of meer voltooide hoofdstukken, bevat Hellebaarden dagboeknotities uit de periode 15 augustus 2009 tot en met 22 februari 2010 die betrekking hebben op de roman in wording; een inleiding van Harrie Lemmens op het oeuvre van Saramago en het interview dat Lemmens in juni 2014 met Pilar del Río, de weduwe van Saramago, had. 
Ondanks de aanvullende informatie over Hellebaarden waardoor de lezer een inkijkje krijgt in het maakproces, kan hij alleen maar vermoeden hoe Saramago in de roman zijn zorg over oorlog en wapenindustrie, die elkaar in stand houden, zou gaan uitwerken.
Groeit de algemeen directeur van Belona nv uit tot een Herodus? Dat zou kunnen: Saramago legt veel nadruk op de tegenprestatie die Artur moet leveren voor het mogen betreden van het archief, en Bijbelse motieven zijn José Saramago niet vreemd. En wat te denken van het duo Arsénio – Sesinando, de hoeders van de historie? Zijn zij verwanten van de zonen die in Matteüs 21,28-32 ja zeggen en nee doen v.v. of is het te vergezocht om (ook) deze twee een Bijbelse oorsprong toe te dichten?

Felícia’s ‘Loop naar de hel!’ richt zich tot ‘iedereen die zich laat omkopen, die denkt dat de mens machteloos is tegenover markten en belangen, tegenover de lui die berusting propageren’, zoals Pilar del Río in het interview tegen Lemmens zegt. Maar dat zegt niets over de omstandigheden waaronder zij die woorden uitschreeuwt. Wie heeft haar tot het uiterste getergd?

Het is de vraag of Saramago zelf wist hoe Hellebaarden zich zou ontvouwen en welke weg Artur moest gaan om enig – het juiste? – inzicht te verwerven. In zijn karige dagboeknotities is Saramago minder stellig dan zijn weduwe vier jaar na zijn overlijden. Op 22 februari 2010 – de laatste keer dat hij iets over Hellebaarden noteert – schrijft hij over een ingeving die het verhaal vlot moet trekken: ‘Kijken of het ook werkt.’

De strekking mag dan min of meer duidelijk zijn, Hellebaarden kan nog alle kanten op (zelfs de mogelijkheid dat het boek er nooit zal komen stond open). Maar in de nu overgeleverde onvoltooide staat is Hellebaarden onmiskenbaar – tot in de komma’s – een Saramago. Hij tilt het thema boven de actualiteit uit en doet, op een verre van vrijblijvende manier, een beroep op het gezond verstand van zijn lezers. Hij is helder en concreet, maar (ver)eist dat er tussen de regels door gelezen wordt. Is uitgesproken over m/v verhoudingen: de vrouw is als zo vaak in zijn werk het sterke geslacht. Interpunctueert op geheel eigen wijze.

Net als in de originele uitgave bevat Hellebaarden tekeningen van Günter Grass waarin de oorlog een gruwelijk, maar ook ironisch gezicht krijgt. Over die tekeningen zegt Pilar del Río in het interview niet veel, maar wel de keuze voor Grass: ‘Die heeft veel nagedacht over de verschrikkingen van de oorlog, hij is zich zijn hele leven bewust geweest van de schandalige omvang en het perverse karakter ervan. Bovendien had Saramago heel veel respect voor hem als schrijver en als mens. De twee samen in dit boek leek ons niet meer dan terecht, een soort optelsom. Helaas bleek het tevens het laatste project van beiden te zijn.’

 


Hellebaarden

José Saramago (met tekeningen van Günter Grass
Vertaling: Harrie Lemmens
Pag. 132
Meulenhoff, 2017
ISBN 978-90-290-9196-1

 

Anders dan in de originele Portugese versie, zijn in deze uitgave het essay van Fernando Gómez Aguilera over het werk van Saramago en ‘de bekentenis’ van Roberto Saviano vervangen door het essay van Harrie Lemmens en een interview met Pilar del Río.

 

 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*