Over het werk van José Luís Peixoto

Door Piet Janssen

peixoto-brussel-12Een week of twee geleden werd me door de redactie van Zuca-magazine gevraagd of ik Galveias van José Luís Peixoto gelezen had. Nee, maar ik had het boek wel, het was zelfs kort tevoren samen met Abraço en Livro – twee andere titels van Peixoto – met me mee op vakantie geweest. Een dag of vijf geleden won Peixoto met Galveias de Oceanos-prijs. Toeval of niet?

Voor Meulenhoff vertaalde ik de romans Nenhum Olhar (2000) (De blik, 2003) en Cemitério de Pianos (2006) (Het pianokerkhof, 2008). Prachtige boeken. Uit De blik herinner ik me de Siamese tweeling, de broers die alleen maar met hun pink met elkaar vergroeid waren. Met alle gevolgen van dien. Met tranen in mijn ogen heb ik de fragmenten vertaald waarin ze beiden sterven. De dood van de een wordt de dood van de ander. Onwaarschijnlijk dat hun pa nooit had kunnen besluiten zijn kinderen fysiek van elkaar te scheiden. Onwaarschijnlijk ook dat ze zelf niet hadden kunnen besluiten zich van elkaar los te maken. Nu hangt een goed verhaal nogal eens aan elkaar van onwaarschijnlijkheden. Zo treedt Peixoto bijvoorbeeld ook zelf op als personage in zijn eigen verhaal. Hij is de buur van enkele van zijn personages die door de muur heen zijn pen horen krassen en de pagina’s van zijn manuscript op de grond horen vallen. Dat kan, en zeker in de literatuur à la Peixoto.

Fictie kent andere regels dan non-fictie. Het pianokerkhof speelt rond marathonloper Francisco Lázaro, een man die daadwerkelijk bestaan heeft en voor de Portugezen een mythisch figuur is die ooit deelnam aan de Olympische Spelen van Stockholm in 1912. En hoewel je anders zou verwachten, zit Lázaro’s familie thuis bij de radio naar het verslag van de wedstrijd te luisteren. Een familie gekluisterd aan de radio, in 1912. En ook in deze roman is de schrijver zelf weer als personage aanwezig, nu in de rol van overleden grootvader die tegen zijn kleinkind zegt dat hij daar in het pianokerkhof, praat tegen de lezers van een boek.  Het lijkt of in de literatuur – in Peixoto’s literatuur –  de onwaarschijnlijkheden het verhaal maken. Of dat het herkenbare verzinsel ervoor zorgt dat je je een verhaal herinnert, je doet glimlachen. Zoiets.

In de loop der jaren heeft José Luís Peixoto (1974) niet veel stil gezeten, want hoe creëer je anders een oeuvre van tot nu toe meer dan zestien titels. Hij begon op jonge leeftijd. Voordat hij de door mij vertaalde boeken schreef had hij als twintigjarige al Morreste-me (letterlijk: je bent me gestorven) uitgebracht. Het thema dood en rouw uit dat boek zou in veel van zijn romans doorklinken, ook in De blik en in Het pianokerkhof. Werk met een andersoortige thematiek is Livro (Boek), dat als thema heeft wat de Portugezen omschrijven als portugalidade, het Portugees zijn. Het eerste deel handelt over het Portugal van zijn ouders en de generaties van voor de Anjerrevolutie (1974, geboortejaar Peixoto). Het tweede deel gaat over de generatie na de revolutie, die opgroeide met de verhalen over dictatuur, koloniale oorlog, censuur en de emigratiegolf naar met name Frankrijk. Zaken die hijzelf  en de mensen van zijn eigen generatie nooit aan den lijve hebben ondervonden. Zijn eigen generatie leefde in een heel ander tijdsgewricht. Ook schreef hij Dentro do Segredo – Uma viagem na Coreia do Norte (2012) (Achter gesloten grenzen – reizen door Noord-Korea, 2014), reisliteratuur, non-fictie maar met een persoonlijke touch.

Het platteland is een belangrijk thema in zijn werk, getuige De blik en de meer recente roman Galveias (naam van zijn geboortedorp). Voor dat laatste boek ontving hij dit jaar in Brazilië de Oceanos-prijs. De jury roemt het boek – en hier neem ik mijn toevlucht tot parafraseren – om de inkijk die het geeft in het leven op het Portugese platteland dat gemangeld wordt tussen ruw geweld, ontvolking, melancholie en de moderne tijd. Het dorp Galveias  krijgt in deze roman als plattelandsgemeenschap een kosmische betekenis toebedeeld, de personages worden door de jury gezien als symbolen van een archaïsch universum.  Het gaat om literatuur, en volgens mij zal het boek toch vooral geroemd moeten worden om de weergaloze, consistente stijl waarmee Peixoto alles verwoord. Daarin was hij natuurlijk de beste.

Als voorbeeld van de stijl waarin Peixoto schrijft, volgt het fragment waarin Peixoto de eerder genoemde tweeling in de roman De blik introduceert:

blik-2-kopie“Rechts van de oude Gabriel zaten de broers, met parallelle blikken gevestigd op vage, duistere punten in de ruimte. Hun blikken waren gelijk, maar zagen niet hetzelfde. Ze waren dezelfde blik die twee dingen zag. In de maanden dat het pershuis stillag, waren het de broers die erop pasten. Altijd samen – de een altijd aan de zijde van de ander – werden ze tegelijk oud; ze hadden dezelfde kromme rug, dezelfde enigszins lichte tred en, zonder dat ze dat wisten, exact hetzelfde aantal witte haren op hun hoofd. Er waren al veel meer dan zeventig jaren verstreken sinds die ochtend hartje augustus waarop ze tegelijk het levenslicht hadden aanschouwd en bij hun doortocht hun moeder van binnen hadden opengescheurd. De oudste dorpelingen die het van hun ouders hadden gehoord, wisten nog te vertellen dat, nadat de navelstrengen doorgeknipt waren, hun moeder hen nog had bekeken en ook nog had gezien dat het een Siamese tweeling was. Een paar minuten later was ze gestorven, zonder een woord te zeggen. Het hele dorp liep in de rouwstoet mee en voelde het als een ware tragedie. Iedereen condoleerde de vader van de broers met zijn echtgenote én met zijn twee zonen, want ze meenden allemaal dat in zulke kinderen geen groei zat. Maar toen hun moeder begraven werd, lagen de jongetjes op drie dubbelgevouwen dekens in de slaapkamer van hun vader te slapen, naast het bed waarin hun moeder was doodgebloed. Ze hadden een heel rimpelige huid en met de handjes, die ze gezamenlijk hadden, boven op het laken dat hen bedekte, sliepen ze met een soort onschuldige trots dat ze broers waren. En onder de bezorgde blik van de mensen van het dorp werden de kinderen groot zoals alle kinderen groot worden. In de loop der jaren waren er veel mensen die hun handen wilden onderzoeken, en allemaal kregen ze de koude rillingen van wat ze zagen; de rechterhand van de een en de linkerhand van de ander zaten met de pink aan elkaar vast. Het waren uiterst elegante handen, met lange, dunne vingers, maar waar het onderste vingerkootje begon, smolten de twee pinken samen, en eindigden in één enkele nagel. Iedereen die dit zag, opperde manieren om ze te scheiden, maar wie het meest doordramde was de man die tanden trok met een tang. Vol vuur vertelde hij mensen te kennen die tijdens de oorlog talloze armen en benen hadden geamputeerd, en dat hij er talloze boeken, met tekeningen zelfs, over had gelezen, en dat het amputeren van een kindervinger makkelijker was dan het planten van een wijnstok. De vader van de broers vroeg hem en hoe beslis ik dan wel wie van hen twee met een vinger minder verder moet? En de man die tanden trok met een tang, antwoordde zonder omwegen dat hij daar al aan had gedacht, het rechtvaardigst was ze allebei de vinger te amputeren. De vader van de broers keek hem even aan en heeft nooit meer een woord tegen hem gesproken.”

peixoto-hand

De in Nederland verschenen titels van José Luís Peixoto:

De blik, vertaling Piet Janssen, uitgeverij Meulenhoff, 2003
Het pianokerkhof, vertaling Piet Janssen, uitgeverij Meulenhoff, 2008
Achter gesloten grenzen – reizen door Noord-Korea, vertaling Hans van Wetering, Uitgeverij Atlas Contact, 2014

 

foto’s auteur: Ana Carvalho

 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*