De man die zijn ziel verkocht – Lima Barreto

de-man-die-zijn-ziel-verkocht

Hieronder een tweede verhaal van de Braziliaanse schrijver Afonso Henriques de Lima Barreto.

De man die zijn ziel verkocht

Het verhaal dat ik u ga vertellen heeft iets fantasmagorisch en je zou bijna zeggen dat ik er als man van mijn tijd geen geloof aan zou moeten hechten. De duivel komt erin voor en iedereen met een klein beetje geestelijke ontwikkeling is wel bijna altijd bereid om in God te geloven, maar slechts zelden in de duivel.
Ik weet niet of ik in God geloof en ik weet niet of ik in de duivel geloof, want mijn geloof is in het algemeen niet bijster vast.
Sinds ik het geloof in mijn encyclopedie heb verloren en sinds ik mezelf overtuigd heb van het bestaan van diverse vormen van geometrie die elkaar weerspreken in hun elementairste definities en stellingen, sinds die tijd heb ik de zekerheid overgelaten aan de antropologen, etnologen, politici, sociologen en andere gekken van gelijke strekking.

De verschrikkelijke zekerheidsmanie waarover Renan spreekt, heb ik vroeger ook gehad, maar daar heb ik nu geen last meer van. Ik kan u dus met een gerust hart een verhaal vertellen waarin de duivel een rol speelt.
Gelooft u het als u wil, ik voor mij geloof het misschien niet, maar ik ontken het evenmin.

Mijn vriend vertelde me het volgende: ‘Op zekere ochtend was ik het ineens beu om na te denken over mijn leven. Meer dan beu. Ik werd bevangen door immense weerzin. Voelde me leeg. Wat er in de wereld gebeurde deed me niets meer. Ik was afgestompt, futloos. De tegenslagen in mijn leven, mijn uitspattingen en mijn teleurstellingen hadden me in een toestand van wanhoop gebracht, van verveeldheid, van weerzin, waarvoor ik tevergeefs naar genezing zocht. Zelfmoord was uitgesloten. Het leven mocht me niet bevallen, de dood trok me ook niet aan. Ik wilde een ander leven. Herinner je je die passage van Bossuet waarin hij het heeft over de rouw van Mademoiselle de la Vallière?’

Ik antwoordde: ‘Ja.’
‘Nou, ik voelde wat hij daar zegt en berispt: ik wilde een ander leven. En dat kon alleen met geld. Ik wilde weg, reizen, nagaan of de schoonheden die de tijd en het lijden van de mensen hebben gebouwd, bij mij het gevoel wekten dat nodig is voor het bestaan. Maar hoe moest ik aan geld komen? Ik dacht aan allerlei manieren: diefstal, moord, oplichterij – ik zag mezelf al als Raskolnikov of iets dergelijks. Ik had er echter geen aanleg voor en mijn energie hield niet bepaald over. Toen dacht ik aan de duivel. Als ik hem nou eens mijn ziel verkocht? Er waren zoveel volksverhalen over pacten met de duivel dat ik, sceptisch en ultramodern man, de boze aanriep. En gemeend! Op datzelfde moment werd er geklopt. Ik deed open.’

‘Wie was het?’
‘De duivel.’
‘Hoe wist je dat?’

‘Wacht even. Het was een heer als ieder ander, zonder sik of hoorns of wat voor duivels attribuut ook. Hij kwam binnen als een oude vriend en ik had het gevoel dat ik die bezoeker ook heel goed kende. Geheel ongedwongen ging hij zitten en vroeg: “Wat is dat voor spleen?” Ik antwoordde: “Dat woord vind ik best, ik mis alleen een miljoen erbij.” Ik zei het zonder erbij na te denken en hij stond zonder zich te verbazen op, liep een eindje rond in mijn kamer en keek naar een portret. Hij vroeg: “Je verloofde?” “Nee,” zei ik, “ik zag het op straat liggen, vond het mooi en…” “Wil je haar zien?” vroeg de man me. “Jazeker,” antwoordde ik. En onmiddellijk nam de vrouw van het portret plaats tussen ons in. Al babbelend werd het mij duidelijk dat ik echt met de duivel zat te praten. De vrouw ging weg en de duivel vroeg: “Wat wilde je van mij?” ”Je mijn ziel verkopen,” zei ik. En het gesprek ging als volgt verder:

De duivel: “Hoeveel moet je ervoor hebben?”
Ik: “Vijfhonderdduizend.”
De duivel: “Dat is niet niks.”
Ik: “Vind je het duur?”
De duivel: “Ja, nogal.”
Ik: “Ik doe het ook voor driehonderdduizend.”
De duivel: “Hoho!”
Ik: “Hoeveel geef je er dan voor?”
De duivel: “Jongen, ik bied helemaal niet. Ik krijg tegenwoordig zoveel zielen voor niets dat ik er geen hoef te kopen.”
Ik: “Je geeft er dus niets voor?”
De duivel: “Goed dan, beste man. Om eerlijk te zijn, ik vind je aardig, daarom geef ik je toch iets.”
Ik: “Hoeveel?”
De duivel: “Is twintig genoeg?”’
Waarop ik mijn vriend vroeg: ‘En, heb je het daarvoor gedaan?’
Mijn vriend zweeg heel even en antwoordde toen: ‘Eh… Ja.’

 

Het eerste verhaal, De zonde vind je hier.

Tekening Zuca Sardan
Vertaling Harrie Lemmens

 

 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*